Meten = Weten wil direct spuitvrije zones

Vledderveen - Burgerinitiatief Meten = Weten blijft zich ook na de publicatie van het rapport Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO) grote zorgen maken. In het onderzoek staat namelijk duidelijk dat omwonenden van landbouwvelden permanent zijn blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen.

‘Hoe dichter je bij een bespoten perceel woont, hoe hoger de concentratie aan blootstelling’, zo schrijft Meten = Weten.

Volgens het OBO is de blootstelling langduriger en reikt deze verder dan tot nu toe gedacht. ‘Blootstelling is tot ten minste 250 meter van het bespoten perceel, waarschijnlijk zelfs veel verder. Niet alleen door drift maar ook de vrijwel continue verdamping uit het bespoten perceel en het ophopen in het huisstof zorgen voor permanente blootstelling van omwonenden aan de gebruikte middelen’, zo zegt woordvoerder Rob Chrispijn van het burgerinitiatief.

‘Bestrijdingsmiddelen zijn gevonden in de urine van bewoners, in de luiers van kinderen, op de deurmatten, de vensterbanken en in hoeken en kieren van het huis. We zijn blootgesteld aan meerdere middelen per teelt en meerdere teelten rond ons huis.’

Bevestiging

De steekproef die Meten=Weten heeft gedaan, bevestigt volgens Chrispijn het beeld van permanente blootstelling aan een mengsel van middelen. ‘Zelfs midden in de winter vonden wij een aanzienlijke hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in onze leefomgeving. Achttien procent van de huizen in Nederland staat op minder dan 250 meter van een landbouwperceel. Dan hebben we het over 2,2 miljoen mensen. De telers en hun gezinnen zijn het meest blootgesteld.’

Weinig bekend

Het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden valt uiteen in twee delen. Eerder werd een verkennende studie gepubliceerd ten aanzien van gezondheidseffecten. Op basis hiervan konden geen definitieve conclusies worden getrokken. Het OBO zegt niets over de gezondheidsrisico’s van de gevonden bestrijdingsmiddelen. Het RIVM adviseert wel, op basis van beide studies, nader onderzoek te doen naar gezondheidseffecten en betere blootstellingsmodellen.

Het RIVM erkent verder dat er weinig bekend is over de effecten van bestrijdingsmiddelen bij kwetsbare groepen zoals ongeboren en jonge kinderen. En ook stelt het RIVM vast dat onbekend is wat het effect is van stapeling van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast is onbekend wat de totale omvang van blootstelling aan bestrijdingsmiddelen is, vooral nu ontdekt is dat er bijvoorbeeld ook blootstelling via huisstof plaatsvindt. Kortom: veiligheid kan niet worden gegarandeerd zo zegt Mark Montforts, woordvoerder en onderzoeker van het RIVM, tegen de makers van het tv-programma Zembla.

Géén normen

Hoe anders reageert het College ter beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het Ctgb onderkent volgens Chrispijn weliswaar de door het OBO vastgestelde blootstelling, maar ontkent verder alle zorgen van het RIVM en spreekt over een gegarandeerd veilige situatie. ‘Voor omwonenden is er volgens het Ctgb geen enkele reden tot zorg. De absolute zekerheid die het Ctgb in een uitvoerige reactie uitdraagt, berust slechts op één argument: de gemeten hoeveelheden van de afzonderlijke bestrijdingsmiddelen zijn onder de veilige grenswaarden en deze normen dekken alle risico’s af. Echter: er bestaan géén normen voor het stapelingseffect van de combinatie van verschillende middelen die tegelijkertijd aanwezig zijn in onze leefomgeving’, zo zegt Chrispijn.

‘In de toelatingsprocedure bij het Ctgb zijn ook géén normen voor het beoordelen van de effecten van bestrijdingsmiddelen op de hersen- en zenuwontwikkeling bij ongeboren en jonge kinderen’, vervolgt hij. ‘Dus hoe veilig zijn die huidige normen? Dát zou onderwerp van onderzoek moeten zijn. Zoals emeritus hoogleraar kindergeneeskunde Pieter Sauer eerder aangaf: ‘de huidige regels beschermen de omwonenden niet’. In steeds meer onderzoeken wordt blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in verband gebracht met bijvoorbeeld ontwikkelingsstoornissen als autisme en de ziekte van Parkinson.

Maatregelen

Meten=Weten begrijpt niet hoe twee gerenommeerde instituten als het RIVM en Ctgb die beide de Nederlandse overheid adviseren, met zulke tegenstrijdige informatie kunnen komen. Het burgerinitiatief pleit er voor dat er direct actie wordt ondernomen om omwonenden te beschermen. Meten = Weten wil daarom dat de overheid verantwoordelijkheid neemt vanuit het voorzorgsprincipe en direct robuuste spuitvrije zones instelt rond bewoning.

Verder moet het Ctgb het actuele toelatingsbeleid van middelen opnieuw gaan bekijken en moet er meer onderzoek gedaan worden naar de gezondheidseffecten van bestrijdingsmiddelen. ‘Het stemt ons in ieder geval hoopvol dat minister Schouten de zorgen van omwonenden serieus neemt en zegt dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen radicaal anders moet’, vertelt Chrispijn.

Nieuw onderzoek

Meten=Weten gaat ondertussen gewoon verder op de ingeslagen weg: met meten en weten. ‘De eerste zes monsters zijn alweer genomen’, zo zegt Chrispijn die uitkijkt naar de uitzending van Zembla op 25 april Daarin wordt opnieuw uitgebreid ingegaan op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de gezondheidseffecten daarop.