Waar mogen zonneparken en waar niet?

Steenwijk - Waar mogen zonneparken in de gemeente Steenwijkerland verrijzen en hoe groot mogen ze zijn? De politiek buigt zich op 14 mei over een voorstel van het college over dit onderwerp.

Een zonnepark langs de Meppelerweg (voormalige Betap/Crilux fabrieken) ging niet door. Een park op de Steenwijker Kamp is vanwege de cultuurhistorische waarde niet mogelijk. Een locatie tussen de wijk Woldmeenthe en Hiddinghe stuitte op weerstand van de wijkbewoners. En een aantal inwoners van Eeserwold en Eesveensweg zijn tegen de komst van een zonnepark in hun buurt. Een veld met zonnepanelen in De Ronde Blesse bij Willemsoord is een coöperatie van inwoners en stuit niet op weerstand. Ook liggen er plannen voor een zonneveld bij Thij en bij Blokzijl.

Nodig

Met alleen panelen op daken wordt de doelstelling niet gehaald. Daarom zijn zonnevelden nodig. Een beleid van waar en hoeveel zonnepanelen op land is wenselijk. In het beleid wordt voorgesteld om het aantal zonnepanelen op land te begrenzen op 125 hectare. ‘Samen met een te verwachten realisatie van circa 25 hectare zonnepanelen op dak wordt daarmee binnen afzienbare tijd een groot deel van het elektriciteitsgebruik binnen de gemeente duurzaam opgewekt’, zegt het college.

Het aantal hectares hangt ook af of er windmolens in Steenwijkerland komen. Windmolens waren volgens de raad uit den boze, maar het college zet windenergie in het najaar op de politieke agenda.

Niet langer dan 20 jaar

Bovendien mogen deze zonnevelden hooguit 20 jaar blijven bestaan. Want de verwachting is dat de technologische ontwikkelingen en prijsdaling het mogelijk maken dat panelen kunnen worden verwerkt in gevelbekleding en beglazing.

Bij uitvoering van beleid op zonneparken hanteert de gemeente de zogenaamde ‘zonneladder’. Deze geeft de voorkeursvolgorde aan voor het opwekken van zonne-energie, te weten:

Trede 1: in bestaand bebouwd gebied op daken dan wel in de groene omgeving op bestaande bouwvlakken;

Trede 2: in bestaand bebouwd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden;

Trede 3: aanvullend in de groene omgeving, niet zijnde natuur.

 

Indeling gebieden

Waar zonnepanelen mogen komen wordt bepaald door een gebiedsindeling aan de hand van gebiedskenmerken:

1. Bestaand bebouwd gebied/bestaande bebouwing. Strekking van het beleid: Opstellingen van zonnepanelen op land zijn in bestaand bebouwd gebied mogelijk als tijdelijk gebruik van braakliggend land met een bedrijfsbestemming. . ‘Asbest eraf, zon er op’ is wel toegestaan.

2. In beschermd stads- of dorpsgezicht of gebied met cultuurhistorische waarde zijn de mogelijkheden voor zonnepanelen op land beperkt tot locaties waarbij de monumentale/cultuurhistorische waarden niet of zo min mogelijk worden aangetast.

3. Natura 2000 gebied: zonnepanelen op land zijn niet toegestaan.

4. In weidevogelgebied is ruimte voor kleinschalige opstellingen van zonnepanelen op land maximaal 2 ha per agrarisch bedrijf. ‘Asbest eraf, zon er op’ is wel toegestaan.

5. In ‘droge dooradering’ gebied (landschap met houtwallen, singels of lanen) is ruimte voor opstellingen van zonnepanelen op land, mits de kleinschaligheid van het landschap en de aanwezige landschapselementen (zoals dijken, houtwallen) behouden blijven of versterkt worden. Iin de praktijk betekent dit dat grote aaneengesloten velden met zonnepanelen op land hier niet mogelijk zijn. ‘Asbest eraf, zon er op’ is wel toegestaan.

6. Overig gebied: Hier is ruimte voor opstellingen van zonnepanelen op land. Ook hier mag: ‘Asbest eraf, zon er op’.

Lasten en lusten

Zonneparken zijn ook nieuwe verdienmodellen voor initiatiefnemers. Het college vindt het belangrijk dat een deel van de baten, vanwege de maatschappelijke impact, voor het gebied beschikbaar komt. ‘Bij de realisatie van zonnepanelen op land wordt divers omgegaan met de verdeling van de lasten en lusten. Wij hanteren een eenduidig uitgangspunt door een vaste afdracht per opgewekt vermogen te eisen. Deze afdracht willen we vervolgens volgens een vaste verdeling toekennen aan het omliggende gebied en een gemeentebreed energietransitiefonds.’ Daarnaast legt de gemeente alle initiatieven voor zonnevelden buiten de steden en dorpen (de ‘Groene Omgeving’) voor aan de provincie Overijssel.


Gerelateerd nieuws