Ministers maken eind aan oppotten onderwijsgeld

Regio - De ministers van onderwijs maken een eind aan het oppotten van geld door schoolbesturen. ‘Te grote reserves vinden wij problematisch, omdat onderwijsgeld niet onnodig op de plank mag blijven liggen, maar moet worden ingezet voor leerlingen en studenten’, schrijven de bewindslieden aan de Tweede Kamer

De onderwijsbesturen in de verschillende sectoren staan er financieel goed voor. Dat is positief, maar het lijkt erop dat de reserves bij veel besturen niet in verhouding staan tot de reële risico’s die zij lopen. ‘Dat baart ons zorgen, want onderwijsgeld moet zoveel mogelijk ten goede komen aan leerlingen en studenten, en dus niet onnodig opgespaard worden, schrijven de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven en haar collega Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

Vooral in het primair onderwijs ziet de inspectie dat besturen financiële risico’s in hun jaarverslagen structureel te hoog inschatten. Ook de samenwerkingsverbanden houden grote reserves aan, de reserves nemen bovendien ieder jaar toe. Dat wekt verbazing bij de ministers, ‘omdat ze meestal minder financieel risico lopen dan schoolbesturen.’ ‘Dat reserves van samenwerkingsverbanden relatief hoog zijn, staat in schril contrast met klachten van scholen over te weinig geld voor ondersteuning in de klas’, vervolgen de twee in hun brief.

De inspectie doet onderzoek naar de beste manier om vast te stellen of reserves te hoog zijn. Een manier om dat te doen is gebaseerd op een rekenkundige methode van onderzoeksbureau IOO, die uitgaat van de kapitalisatiefactor. Een alternatief is gebaseerd op het rapport van de commissie-Don. Daarin staat dat een hoge solvabiliteit, in combinatie met een hoge rentabiliteit, een aanwijzing is dat er overmatige vermogensvorming plaatsvindt. Voor samenwerkingsverbanden zal de inspectie kijken naar het weerstandsvermogen in relatie tot de reële risico’s die samenwerkingsverbanden voorzien.

De inspectie toetst beide methodes op hun bruikbaarheid. Tijdens dat onderzoek start zij direct met het inventariseren van besturen met mogelijk te grote reserves. Hieronder zetten we uiteen welke stappen de inspectie daarna neemt.

De definitieve signaleringswaarden worden begin december gepubliceerd in de Financiële Staat van het Onderwijs 2018.

Instellingen durven scherper te begroten als ze zeker zijn van hun bekostiging door de overheid. De voorspelbaarheid daarvan moet dus verder worden verbeterd. De minister is bezig met het vereenvoudigen van de bekostiging in het primair en voortgezet onderwijs, waardoor de bekostiging minder complex en voorspelbaarder wordt. Zo worden besturen en schoolleiders beter in staat gesteld passende meerjarige financiële planningen te maken.


Gerelateerd nieuws