Rapport over gewasbeschermingsmiddelen: ‘telers en omwonenden lossen het niet op: overheid moet regie nemen’

De discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw ‘waait niet zomaar over’ en omwonenden en telers lossen het probleem niet samen op. De overheid moet daarom nu de regie nemen. Dat staat in een rapport, dat in opdracht van het ministerie van LNV en de provincies Drenthe en Overijssel is gemaakt.

In opdracht van het ministerie van LNV en de provincies Drenthe en Overijssel, hebben Martha Buitenkamp en Marga Kool de afgelopen maanden de gewasbeschermingsmiddelenproblematiek onderzocht. De twee voerden hiervoor verkennende gesprekken met telers, georganiseerde en niet-georganiseerde omwonenden van bollenvelden, vertegenwoordigers van landbouworganisaties en andere (milieu)organisaties. Aan de hand van die gesprekken is nu het rapport ‘Uitgesproken’ gepresenteerd.

Dertig interviews

In dertig gesprekken hebben betrokkenen zich uitgesproken over wat hen bezighoudt. De opvattingen bleken allemaal uitgesproken duidelijk én verschillend en een aantal personen en organisaties gaf aan inmiddels letterlijk te zijn uitgesproken. Duidelijk is wel geworden dat als het gaat om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, er brede zorg is bij zowel telers als bij al dan niet georganiseerde omwonenden. Bij de één bestaat er zorg over gezondheid, biodiversiteit, landschap, natuur, bij de ander over het voortbestaan van het eigen bedrijf. Bij alle partijen is er zorg over de verdeeldheid, als gevolg daarvan, tussen de verschillende groepen in eigen gemeenschap.

‘Die zorgen waaien niet over of waaieren zelfs uit naar andere gebieden en teelten. Vanwege de heftigheid en de emotionele geladenheid van de discussie, vormen de meningsverschillen een (potentiële) splijtzwam binnen plattelandsgemeenschappen in Drenthe en Overijssel’, zo is in het rapport te lezen.

Omwonenden en telers lossen volgens Buitenkamp en Kool de problemen niet samen op. ‘De gezamenlijke overheden zijn aan zet. Die moeten een helder en consistent beleid opstellen en maatregelen nemen op het snijpunt van landbouw, volksgezondheid en ruimtelijke ordening. Dit moet gepaard gaan met een grote aandacht voor de onderlinge verhoudingen (welzijn, leefbaarheid en samenlevingsopbouw) op het platteland.’

Positief

De Westerveldse actiegroep Meten=Weten die zich ernstige zorgen maakt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de Westerveldse landbouw, is positief over het door Buitenkamp en Kool opgestelde rapport. ‘Er is goed geluisterd en zonder enige rangorde in de verschillende meningen aan te brengen, worden zinnige suggesties gedaan. We zijn het eens met hun constatering dat de discussie ‘niet overwaait’ en dat burgers en telers dit niet samen kunnen oplossen: de overheid is aan zet.’

Volgens Meten = Weten worden in het rapport handvatten aangedragen die duidelijke kenmerken hebben van wat Meten = Weten de overheden al heeft gevraagd/gesuggereerd. De actiegroep heeft het dan onder meer over de toelating van bestrijdingsmiddelen.

‘Ook wij hebben aangedrongen om rekening te houden met stapeling van middelen, stressfactoren en effecten op kwetsbare groepen (ongeborenen en zeer jonge kinderen). Verder worden in het kielzog hiervan handvatten gegeven voor de lagere overheden. Deze handvatten zijn nog nergens concreet en het zal nog een hele tour worden om dat bevredigend in te vullen’, zo laat Meten = Weten weten.

Volgens de actiegroep is een integrale benadering van landbouw, volksgezondheid en ruimtelijke ordening zoals dat in het rapport staat, inderdaad noodzakelijk om een leefbaar platteland te realiseren. ‘Het zal duidelijk zijn dat de overheden hier bewust in moeten investeren. Via menskracht én geld. Nu gaat het er om of de overheden inderdaad de regie gaan nemen en stappen zetten.’