100-jarige Steenwijkse blijft nieuwsgierig naar wat er om haar heen allemaal gebeurt

Steenwijk - Eltje (Ellie) Steffens-Tuit viert vandaag (zaterdag) haar 100-ste verjaardag. Ze kreeg vanmorgen bezoek van burgemeester Rob Bats.

Ellie werd geboren op 7 december 1919 aan de Busselterweg 25 in de boerderij van haar ouders Klaas Tuit en Fijgje ten Oever. Zij is de jongste van 5 kinderen, en de enige overlevende van haar generatie; broer Hendrik, Jaap en Cornelis en zus Margje zijn allen al overleden.

Hard werken op het land

De eerste wereldoorlog is voorbij en de vrouwen krijgen kiesrecht, maar daar merken ze aan de Busselterweg weinig van. Het is hard werken op het land in een boerderijtje met een paar koeien, een varken en een paard. Haar moeder Fijgje kreeg er een winkeltje bij om wat bij te verdienen of ging met eieren naar de markt in Steenwijk (lopend).

Schoenenfabriek Wolff

Eltje ging naar de Christelijke Basisschool in Havelterberg, waar ze een gelukkige tijd doormaakte, ondanks de crisis en de armoede.

Toen ze 14 jaar werd en van de lagere school af kwam, wilde ze zeker géén dienstmeid bij een boer worden. Ze ging liever naar de fabriek werken, meer onafhankelijkheid en meer vrije dagen. Zo kwam ze bij schoenenfabriek Wolff in Meppel aan het werk. In het begin moest ze lopend naar Meppel, maar haar broers gaven haar gelukkig een fiets cadeau. Dat was een hele verbetering.

Uitgaansleven in Steenwijk

Eind dertiger jaren was het uitgaansleven in Steenwijk te vinden (niet in Meppel) en zo kwam ze Martijn Steffens op de kermis tegen. En van het een kwam het ander. Ze trouwde in de oorlogsjaren met haar Martijn, die ook regelmatig meehielp op de boerderij en in de oogststijd. Hun eerste kind, dochter Stef (1943), werd ook op Busselte geboren en haar ouders waren er wat blij mee.

Gezelligheid in de Aastraat

In de oorlog en erna was huisvesting natuurlijk een groot probleem, dus konden ze slechts een kamer huren aan de Scholestraat (het voormalige Patijntje) en van 1947 tot 1949 bij vader en moeder op Busselte. Ze hebben zelfs nog een zomer in de koeiestal bij haar broer Hendrik en Willempje in Darp gewoond. Eindelijk kwamen ze toch in aanmerking voor de helft-van-een-woning in de Aastraat. Beneden woonde de fam. Van Nieuwenhoven (later de fam. Bos). Schoonzus Hennie woonde met haar man Kleis Huisman en de kinderen vlakbij en daar speelden de kinderen Stef en Klaas vaak in de achtertuin. Het was wel gezellig in de Aastraat, want zondags of ’s avonds zaten de mensen bijna allemaal met een stoel op het trottoir voor de deur en werd er gezongen en muziek gemaakt. Zoon Klaas werd daar in 1951 geboren en de woonruimte werd toch echt te klein.

Tweekapper aan de Piet Heinstraat

Ze verhuisden twee jaar later naar de Admiraal de Ruyterstraat en kregen daar een hele nieuwe bovenwoning tot hun beschikking. De Coöperatie-winkel direct tegenover en de CVO-school slechts 50 meter verder.

Eltje wilde echter meer, en met hulp van de familie en een zware hypotheek van de Nuts-bank (wel Fl. 2200,-- ) werd een paar jaar later samen met schoonzus Jannie en Gerrit Hammer een tweekapper gebouwd aan de Piet Heinstraat. Eerst nog op kolen gestookt, toen stadsgas en werd de kolenkachel al gauw vervangen en het kolenhok in de schuur afgebroken. Stadsgas werd weer aardgas uit Slochteren en zo werd ook de woning in de loop der jaren stelselmatig verbeterd en vernieuwd, totdat ook de gaskachels na een kleine binnenbrand definitief werden vervangen door een zelf aangelegde CV-installatie.

Geliefd adres om te logeren

Dochter Stef ging in de 60-tiger jaren buiten de stad wonen; ze vertrok naar het Zuid-Hollandse, Rockanje en later Rotterdam om verpleegster te worden. Uiteraard was er geen geld om zo’n opleiding allemaal te bekostigen, dus Stef moest het zelf verdienen; en dat deed ze.

Ellie zorgde ervoor dat de Piet Heinstraat een geliefd adres werd om te logeren. Elke zomervakantie kwam schoonzus Janke en Rinse met haar twee zoons logeren. Op de zolder was genoeg ruimte om alle slapers te herbergen en ook dochter Stef bracht met man Cor, menige zomervakantie door in Steenwijk met zijn prachtige omgeving. Ze gingen vaak met zijn allen naar de zwemstrandjes aan de Beulakerwijde en later naar de Blauwe Hand. Dochter Stef trouwde in 1962 met Cor Wouts in Rams Woerthe en kreeg twee zoons; dus dat werd een gezellige boel in die warme zomervakanties.

Kornelis Kunsthars Producten

Martijn, die op de Ambachtsschool (Stationsstraat) het automonteurs diploma had gehaald, kon daar helaas geen werk in vinden en kwam na de nodige tijdelijke baantjes bij Kornelis Kunsthars Producten te werken en werd daar onderhoudsmonteur voor de spuitgiet-matrijzen. Daar heeft hij 40 jaar gewerkt totdat een hartaanval hem dwong te stoppen; hij werd nog 87 jaar oud en overleed in 2006.

Nylonfabriek van Danlon

Ellie was na de geboorte van haar zoon niet bij de pakken neer blijven zitten; er werd op alle mogelijke manieren geprobeerd wat bij te verdienen. De Kunsthars bracht elke dag een paar tonnen met bakeliet gietstukken die “bijgevijld” moesten worden. Dat thuiswerk werd meestal in het koude schuurtje achter het huis gedaan.

Later kwam er een grote naaimachine thuis, waar ze tafelkleden op maakte voor een bedrijf in Staphorst. Ellie vond het echter geen fijn werk en via, via kon ze aan de slag bij de nylonfabriek van Danlon (Zigher ter Stegestraat) als eindcontroleuse. Dat heeft ze tot de opheffing van de Danlon-vestiging in Steenwijk gedaan.

Erelid van Oes Drenthe

Ellie was ook actief Verenigingslid; ze was direct bij de oprichting van de Christelijke Vrouwen Vereniging in Steenwijk. Samen met Martijn waren ze ook lid van de Mondharmonica Vereniging en van Oes Drenthe (inmiddels bestaan die 75 jaar), daar is ze inmiddels erelid van.

Huizenruil in de vakantie

Ellie staat altijd open voor nieuwe dingen en andere landen, ze wilde altijd graag met vakantie. Zowel in Nederland als naar Duitsland. Het moest wel goedkoop; dus werden in de vakantie huizen geruild met familie in Muiden. Daar gingen we of met de trein en zelfs een keer op de fiets naartoe. Ook ging ze ging graag naar het buitenland, maar kreeg haar echtgenoot niet altijd mee.

Met de trein naar Duitsland in een hotel nog wel en op familie bezoek bij neef Günther ten Oever. Gelukkig was haar dochter Stef uit hetzelfde hout gesneden en ging met haar naar Spanje en later ook nog naar Amerika (1980). Daar maakten ze kennis met de nakomelingen van begin 1900 geëmigreerde Tuiten. Daar onderhoudt de familie nog steeds contact mee, en vijf jaar geleden is ze nog naar Duitsland geweest.

Met de auto ergens naar toe

Ook de Amerikaanse verre familieleden laten zich regelmatig bij haar zien.

Martijn wilde nooit vliegen; dus dat moest ze maar alleen doen. Maar met de auto ergens naar toe, was zijn lust en zijn leven. Zo zijn ze nog regelmatig naar Duitsland geweest, vaak met broer Cornelis en zus Margje en Willempje (de vrouw van haar jong overleden broer Hendrik). Uiteraard gingen ze, ondanks haar man’s vlieg- en vaarangst mee naar de kleinzoon in Ierland en Zweden, en later Duitsland.

Bij die laatste visite (kort na het overlijden van haar man in 2006), maakte ze echter een misstap en brak haar heup. Gelukkig werd ze in Frankfurt snel geholpen met een nieuwe heup, en werd ze zittend naar Nederland vervoerd (kon ze tenminste nog wat zien). En dan maar bij dochter Stef verder herstellen, want opname in Nederlandse instelling was onmogelijk. Na een paar weken kon ze zich genoeg redden om weer thuis te zijn in de Hildo Kropflat, waar ze met wat extra thuishulp het verder toch alleen aan kon.

Naar Havelterberg

Na de gelukkige jaren in de Piet Heinstraat vertrokken Ellie en Martijn in 1981 naar de Havelterberg om haar alleenstaande jongste broer Cornelis gezelschap te houden. Ze verkochten het huis aan de Piet Heinstraat en trokken bij broer in, maar begin 1989 bleek de zorg voor een bijna 80-jarige toch te zwaar. Haar geliefde broer overleed 15 mei 1989.

Appartement in het nieuwe Hildo Krop complex

In 1988 kregen ze nog een half jaar inwoning van zoon Klaas met schoondochter Margriet en de twee kleinkinderen, die zich opnieuw in Steenwijk wilden vestigen. Dat was een gezellige tijd. Na het overlijden van broer Cornelis trokken ze weer naar Steenwijk in een appartement in het nieuwe Hildo Krop complex aan de Vendelweg.

In het Hildo Krop complex waren ze actief als organisatoren van de maandelijkse bingo. Martijn zorgde voor de techniek en las de nummers op en Ellie zorgde voor de door de Steenwijkse middenstand “gesponsorde prijsjes”. Toen ze in 2006 alleen kwam te staan is ze daar echter mee gestopt.

Ze woont nog steeds zelfstandig

Ze woont er nu al weer 30 jaar, nog steeds zelfstandig..., met de nodige thuishulp natuurlijk en kinderen en bekenden en verzorgenden, die haar regelmatig komen bezoeken of een spelletje met haar komen doen (liefst Scrabble).

Ze volgt sport op de TV , en ook de politiek en het debat interesseert haar nog steeds. Hoewel ze bijna niet meer kan lezen is ze heel blij met de luisterboeken die ze graag aanhoort. Zo blijft ze ook literair een beetje bij de tijd.

Nog steeds nieuwsgierig naar wat er om haar heen gebeurt

Nog steeds nieuwsgierig naar wat er om haar heen en in Steenwijk allemaal gebeurt, de vernieuwde Markt met fontein bewonderd. Steenwijk-west (de Kleine Kamp) met de scootmobiel bekeken, bijna onherkenbaar veranderd volgens haar. Haar huis aan de Piet Heinstraat en de speeltuin waren nog wel herkenbaar en de huizen aan de Admiraal de Ruijterstraat staan er ook nog steeds.

Ellie is gelukkig met haar twee kinderen Stef en Klaas en haar vier klein- en vier achterkleinkinderen, en nooit gedacht dat ze 100 jaar zou worden. ,,Het is mooi genoeg geweest’’, verzucht ze soms, want langzamerhand wordt alles toch minder en minder.