Erik van der Meulen naar fusieclub SV Oosterwolde

Steenwijk - „Ze zijn wel een tikkie eigenwijs”, zei voetbaltrainer Foppe de Haan een keer met een glimlach over vader Anne en zoon Erik van der Meulen.

„Och we vinden onszelf niet eigenwijs. We hebben een mening over hoe voetbal gespeeld moet worden. Iedere trainer doet het op zijn eigen manier”, klinkt het nuchter uit de mond van Erik van der Meulen. Komend seizoen is de Steenwijker trainer van SV Oosterwolde.

Die club ontstaat in het Friese dorp door een samengaan van zaterdag tweedeklasser SV de Griffioen en zondag derdeklasser DIO Oosterwolde. „De fusie is voor 95 procent rond. Zou het niet doorgaan dan word ik de nieuwe hoofdtrainer van SV De Griffioen, maar die kans is minimaal.” Komend seizoen heeft de club dus onder de naam ‘SV Oosterwolde’ een tweedeklasser in het zaterdagvoetbal. Van der Meulen had er direct wel een goed gevoel bij. „Wat voor mij de doorslag gaf? De club gaf aan dat ze me wilden hebben. En ik ben een gevoelsmens dus heb ik ‘ja’ gezegd. En het lijkt me best leuk om de eerste trainer te worden in de historie van SV Oosterwolde.”

‘Zondag-trainer’

Erik is een echte zondag-trainer. Oefenmeester in het zaterdagvoetbal is voor hem een nieuw avontuur. „Toch wil ik heel graag in het zaterdagvoetbal aan de slag. Want zaterdagvoetbal heeft toekomst. Daar komt bij dat mijn vrouw Leonie op zaterdag werkt. En dan hebben we de zondag mooi voor ons samen.” Van der Meulen spreekt van een uitdagende klus. „Want ik moet twee ervaren trainers opvolgen. Jan Timmer is vijf jaar werkzaam bij de Griffioen en werd daar twee keer kampioen. Teun Dikken is aan zijn vierde jaar bij DIO bezig.” Straks na de fusie ontstaat er een spelersgroep van 36 man. „En dan is de vraag wie stel je op? Er staan er elf in het veld, dus heb je elke week vijfentwintig boze gezichten. De eerste drie duels moeten we sowieso winnen. Want lukt dat niet, dan wil iedereen spelen en krijg je de verhalen over verkeerde keuzes. Niet zo eenvoudig allemaal.” Toch schrikt het niet af. „Want er staat straks een potentiële mooie tweedeklasser. Een ambitieuze club die met eigen mensen het maximale eruit probeert te halen. Zo is het ook bij mijn huidige club LSC’1890 in Sneek. Bij de nieuwe club kom ik Peter Bos als verzorger tegen, daar heb ik vroeger zelf nog mee gevoetbald.” De trainer, in bezit van oefenmeester 1, noemt Genemuiden en Staphorst clubs waar hij in de toekomst wel eens aan de slag zou willen.

Derde seizoen LSC’1890

De trainer is in Sneek aan zijn derde seizoen bezig bij LSC’1890. „Wat waren we afgelopen seizoen dichtbij promotie naar de eerste klasse. Een verloren strafschoppenserie was er de oorzaak van dat het feestje niet door ging. Stevig balen, want ik weet zeker dat dit team het aangekund had.” Dit seizoen gaat het minder. Een ‘bescheiden’ vijfde plaats in de tweede klasse K, en met tien punten achterstand op koploper Lemelerveld zijn de titelkansen uit zicht. Van der Meulen heeft dan ook zelfkritiek. „We verloren van Emmeloord en Jubbega, terwijl we beter voetbalden. Kan gebeuren. Waar ik meer moeite mee heb zijn de nederlagen tegen Drachten en Dedemsvaart. Wel terecht, maar toen hebben we beschamend weinig gebracht. Dit seizoen valt me tegen, dus heb ik ook dingen niet goed gedaan. Op één of andere manier krijg ik het dit seizoen niet aan de loop. Dus is drie jaar genoeg. We voetballen ook al drie jaar wisselvallig. Dat heb ik er niet uit kunnen halen.” LSC is wel een fantastische club om te werken, zo ervaart de oefenmeester. „De club investeert heel veel in de jeugd. We hebben 45 jeugdteams. Het kunstgras, dat vier jaar geleden is gelegd, is al aardig versleten. Zo intensief wordt het bespeeld.” Erik kijkt vrij nuchter naar het trainerschap. „Als ik er geen geld voor zou krijgen stop ik vandaag nog. Tja, het is wel een vak. Dan steek ik liever mijn tijd in de jeugd van een club. Ik heb nog nooit gesolliciteerd, want ik word altijd gevraagd. Ook geef ik gevarieerde oefenstof. Zeker geen trainer van gooi er maar een bal in.”