‘Vooral begrip, maar ook stress in supermarkten’

Steenwijk - Zonder winkelwagentje de supermarkt in? Dat kun je vergeten. Ook niet als je maar één boodschap nodig hebt. Vanwege het coronavirus heeft het kabinet het beleid voor bezoek aan de grootgrutters stevig aangescherpt. Dat om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. De op zich handige boodschappenmandjes zijn overal in de ban gedaan.

Voor iedereen is het even wennen. Want als je als man en vrouw de winkel in wilt moet je allebei een wagentje meenemen. „Vanwege de anderhalve meter”, zo is hoorbaar. Dus blijven in de praktijk de meeste mannen maar voor de supermarkt hangen. Ook een vrouw met een kind in de buggy mag zo niet naar binnen. Het kind wordt in een winkelwagentje gezet en de buggy blijft buiten staan.

Zonder muntje

Bij Albert Heijn in Prinsen Hoven kun je een karretje pakken zonder dat er een muntje in moet. Best handig, want zo krijg je geen rij wachtenden bij de wagentjes. Medewerkster Anouk Kuiper staat de mensen vriendelijk te woord en geeft desgewenst uitleg aan de klanten. De handgrepen van de wagentjes poetst ze bij terugkeer uit de winkel schoon met een doekje. „Daarop zit desinfecterende zeep.” Anouk staat normaal gesproken achter de klantencounter. „We lossen elkaar om de drie uur af.” Een collega maakt de lift schoon. „Want daar wordt ook veel gebruik van gemaakt.” De winkel is 1500 vierkante meter. De omvang is bepalend voor het aantal klanten dat gelijktijdig naar binnen mag. „Voor elke klant wordt tien vierkante meter gerekend. Wij hebben het maximum op 125 klanten gezet.”

Seniorenuurtje

Albert Heijn heeft ’s morgens van zeven tot acht een speciaal seniorenuurtje. „Daar wordt door 70-plussers best goed gebruik van gemaakt. Ouderen zitten vaak in een ritme dat ze al vroeg opstaan”, zo ervaart Anouk. Klant Hans Doornbos maakt geen gebruik van dit speciale uurtje. „Nee, dat is me te vroeg. Want ik ben ook mantelzorger.” Met de nieuwe regels kan Hans wel leven. „Het moet, dus doen we dat. En alle boodschappen die ik graag wilde kon ik vinden. En dan ga je tevreden naar huis.” Berend Orsel zegt dat hij niet zoveel nodig heeft. Na de uitleg dat hij toch echt een karretje mee moet nemen doet hij zonder morren wat er gevraagd wordt. Ook Berry Ebink is een begripvolle klant. „Dat hamsteren vind ik erg. Ik wilde een doosje paracetamol. Dat is bijna nergens meer verkrijgbaar.” Liesbeth van der Heide doet haar boodschappen bij Jumbo. „Ook daar is geen paracetamol meer te koop.” Ze begrijpt de regels, maar vind het winkelen dezer dagen niet erg gezellig. „Mensen kijken wat angstig uit hun ogen en in de winkel hoor je bijna niemand met anderen praten. Het is griezelig stil.”

Stress

Onder een stralend zonnetje lukt het niet iedereen om het hoofd koel te houden. Een bedrijfsleider van een supermarkt in Steenwijk schiet compleet in de stress bij het zien van media in de winkel. Dat wordt nog erger als hij ziet dat er gesproken wordt met een personeelslid. We moeten maar bellen met het hoofdkantoor, maar dat is onze bedoeling niet. De bedrijfsleider is niet boos maar volledig de kluts kwijt en wil de verslaggever een hand geven. Maar dat mag natuurlijk niet. Dus maar snel naar een andere supermarkt. Ondanks dat de maatregelen over het algemeen goed en begripvol worden nageleefd, zijn er ook nare ervaringen. Een caissière wil daar best anoniem iets over zeggen. „Ik zit al jaren achter de kassa en doe mijn werk met veel plezier. Ook nu zijn bijna alle klanten vriendelijk.” Bijna allemaal? „Ja, ik ben ook al een paar keer vreselijk verrot gescholden. Dat doet me zeer. Dat ging niet alleen over de aangescherpte regels, maar ook doordat bepaalde producten er niet meer waren.”

Ongeduldig

Bij Lidl zijn klanten soms wat ongeduldig als ze in hun beleving te lang moeten wachten voordat ze met een wagentje de winkel in mogen. Medewerkster Tessa Roos weet buiten op een knappe manier de rust aardig te bewaren en helpt daar waar ze kan. „Gezien de omvang van onze winkel mogen er maximaal 72 mensen aanwezig zijn.” De handvatten van de karretjes worden gedesinfecteerd. Er liggen ook handschoentjes. „Die mogen klanten aandoen, maar het is niet verplicht.” Sjoerd Mook heeft boodschappen gedaan bij Lidl. Hij is erg voorzichtig. „Ik behoor tot een risicogroep. Door een herseninfarct kun je mijn lichaam vergelijken met dat van een 80 of 90-jarige. We zijn thuis met vier en al een paar weken in quarantaine. Er wordt alleen soms even in de tuin gewandeld. En ik ga twee keer per week naar de supermarkt. Hopen dat deze ellende snel over is…”