Op welke dag is Steenwijk bevrijd?

Steenwijk - Onlangs ontving de secretaris van de Historische Vereniging een mailtje van Cor van der Knokke, telg uit een oud plaatselijk geslacht: “Als 83-jarige echte Steenwijker sta ik ieder jaar weer verbaasd als ik lees dat Steenwijk op 13 april is bevrijd. Ik was er persoonlijk bij dat de Canadezen binnen kwamen en dat was op 12 April.”

„Mijn jeugd was op de Emmastraat waar de Duitsers bij Garage Greve hun auto’s lieten onderhouden. Wij moesten om 18.00 uur binnen zijn, het was laat in de middag dat wij dit bericht hoorden. Wij waren in ieder geval niet om 18.00 uur binnen! De vlag op de toren heeft heel veel jaren op 12 april gewapperd. Ik vraag me af waarom en door wie dit is aangepast”.

Pieter de Koning (pseudoniem van Cees Ket) wierp in zijn rubriek “Kleine Steenwijker Kroniek” al in 1970 dezelfde vraag op. Was de bevrijding in 1945 op donderdag 12 april of op vrijdag 13 april? Hij ondervroeg tientallen stadgenoten die het hadden meegemaakt. “Het bleek al spoedig dat Steenwijk hierin verdeeld is. Er was een groep 12-aprillers en een groot aantal die het op de 13e hield”. Hij vermoedde “dat velen de herinneringen aan die twee spannende dagen tot één dag hebben samengetrokken”.

Was het op 12 april?

Een feit is dat juwelier Egbert ten Kate nog geen maand na dato een herinneringspenning aanbood met de tekst: “Steenwijk ontzet door de Canadeezen, donderdag 12 april 1945”.

Twee jaar later publiceerde de Generale Staf van het Ministerie van Oorlog een onderzoek onder alle Nederlandse gemeenten. Voor Steenwijk vulde burgemeester Goeman Borgesius de enquête in. Op de vraag “Welke datum is door Uw gemeente bedoeld als officiële datum voor bevrijding?” antwoordde hij: “12 april 1945”. Bij wie kon men nadere informatie inwinnen? Zijn antwoord: “F.A. Nipperus, Westersingel 5, Steenwijk” (nu de Paul Krügerstraat).

Verzetsstrijder Frans Nipperus was plaatsvervangend commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Hij hield een summier dagboek bij. Daarin lezen we op 12 april 1945:

“…om zes uur begeeft een ieder zich naar de Markt en de Eesveenseweg, alwaar, naar men zegt onze bevrijders zijn. Men beweert dat er zich geen Duitser meer in de stad bevindt. Toch onthoudt een ieder zich van uitbundigheid. De moffen zouden nog eens terug kunnen komen. Men leeft in grote spanning.

Toch is men nog niet helemaal gerust, hoewel er zich reeds verscheidene onderduikers op straat wagen (...) En terwijl de Steenwijker bevolking zich ter ruste begeeft, bewaakt de ondergrondse de hoofdwegen en kruispunten. Velen zullen echter niet kunnen slapen. Zijn we werkelijk bevrijd?”

In de vroege ochtend van 13 april 1945 bewaken mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten de Dolderbrug. (Foto uit bezit van Wim Spitzen te Gilze)

Was het gevaar op 12 april al geweken? De Canadezen hadden die dag om 11 uur ’s ochtends met vijf tanks bij de voormalige houten brug over de Aa gestaan, destijds plaatselijk bekend als de ‘Wipbrôgge’ (die lag in de Eesveenseweg ter hoogte van het gebouw waar tegenwoordig de fabriek van Kornelis is gevestigd). Ze waren bang er doorheen te zakken. Vanaf de Grote Kerk werden ze uit de hoogte door Duitsers beschoten. Ze vuurden terug en beschadigden de kerk bij één van de vier hoektorentjes. Jaap Veenman werkte bij boer Van Eeken in de stadsboerderij aan de voet van de toren, waar nu Prinsen Hoven is. De brokstukken misten hem op een haar.

In het boek “Steenwijk in ’40-‘45” van Henk Spreen vertelt Harm Smit dat Jan Veen even na 12 uur ’s middags de Gasthuislaan uitliep op weg naar zijn kruidenierswinkel op het Irisplein. Uit de verte werd op hem geschoten; mis, maar bij de familie Jongedijk aan het plein riepen ze “Bukken!”, want daar sloegen de kogels bij de gevel in. Een stuk of vijf nieuwsgierige mannen werden door Duitse militairen met de handen omhoog tegen de muur gezet. Gelukkig mochten ze even later gaan.

Dat speelde zich dus nog allemaal af op donderdag 12 april!

Maar daarom heeft Cor van der Knokke nog geen ongelijk. ‘s Middags rond vijf uur kwamen, met een omweg, militairen van het C-squadron der Royal Canadian Dragoons de situatie verkennen. Ze gaven hun bevindingen aan “headquarters” door via een geïmproviseerde zendpost aan de Oosterpoort.

In de namiddag van 12 april 1945: op keukenstoelen richten Canadese militairen aan de Oosterpoort een radiopost in. Op de achtergrond links Hotel Van der Woude en achter de militairen de sigarenkiosk van Lubberts. (Fotograaf: Gerben Brandsma)

In het boek van Spreen schrijft verzetsman Steven Boersma: “In de straten van Steenwijk bewogen zich nog wel enige zich in wanorde bevindende Duitse militairen die individueel of in snel vertrekkende vrachtwagens (…) probeerden te ontsnappen”. Hij verhaalt hoe hij met Bertus van Olphen en Uiltje Bergsma diezelfde avond nog de binnenstad afzette en gewapend het politiebureau op de Koningstraat binnenviel. Ze arresteerden daar o.a. de gevreesde opperluitenant Dijkert. En in zijn huis aan de Tromp Meestersstraat werd NSB-burgemeester De Lang (“Tom Poes”) van de rand van zijn bed geplukt.

Of was het toch de 13e ?

“Zijn we werkelijk bevrijd?”, vraagt Nipperus zich af in de nacht van 12 op 13 april. Wie “met de neus vooraan” had gestaan, was er wel praktisch zeker van. De meeste mensen zullen het echter pas de volgende dag hebben geloofd, toen de gevechtswagens van de 17th Duke of York’s Royal Canadian Hussars door de stad rolden.

Een kolonne Canadese carriers en pantserwagens op doortocht over de Tukseweg, 13 april 1945. Rechts op de voorgrond kijkt de heer Van Olst, de schilder, belangstellend toe. (Fotograaf: Johan Memelink)

Frans Nipperus noteert op vrijdag 13 april:

Het is een drukte van belang op straat. Eenieder tooit zich met oranje en ’s middags worden ook de vlaggen uitgestoken. (…) Onafgebroken rijden de Canadeese tanks en andere transportmiddelen naar het Noorden (…)

Ook zegt hij:

‘De N.B.S. in samenwerking met de O.D. [ordedienst] arresteren N.S.B.-ers onder luide juichkreten van een zeker deel der bevolking (af te keuren). Alle N.S.B.-ers worden ondergebracht in de Ambachtsschool [aan de Stationsstraat]’.

Dat “zeker deel der bevolking” met “af te keuren” gedrag was niet bepaald gering… Aeisso Koenen was zeven jaar en woonde op de Koningstraat. Vanuit het raam van de woonkamer, boven de boekwinkel annex drukkerij van hun vader, hadden hij en zijn broertje Herman, van bijna zes, een prachtige uitkijkpost over de Markt.

Op de 12e april zagen ze “hun” laatste Duitser, de hoek omslaan naar de Oosterstraat. Lopend, want hij kreeg zijn motorfiets niet aangetrapt. Eerder die dag hadden ze brokstukken van de toren van de Grote Kerk zien vallen.

De volgende dag, vrijdag 13 april, werden opgebrachte Landwachters in optocht het politiebureau binnengebracht. Ze werden door iedereen uitgejoeld en met geweld gedwongen hun armen omhoog te houden. Even later zagen de broertjes ter hoogte van boekhandel Terpstra een volksoploop ontstaan. Er werden “moffenmeiden” kaal geschoren. Hun ouders, die zich bewust waren van wat daar gebeurde, wendden zichzelf en hun kinderen af van dat weinig verheffende schouwspel.

De Markt, 13 april 1945. Op de bovenverdieping van het tweede huis van links, achter de ramen, twee vage witte stipjes: de broertjes Koenen. Rechts beneden spelen zich onder grote publieke belangstelling “minder frisse zaken” af (Fotograaf onbekend)

In de loop van twee dagen

Wanneer was de exacte datum? Is Steenwijk bevrijd op donderdag de 12e of op vrijdag de 13e april 1945? Laat ieder die er toen oud genoeg voor was, daar maar een eigen antwoord op geven. Het hangt er gewoon vanaf wat iemand op die dagen zelf meemaakte en op welk moment hij of zij zich echt bevrijd voelde.

Wanneer moeten we het vieren?

Zullen we dan de herdenking ieder jaar maar twee dagen lang houden? Nee, dat hoeft niet en dat moet ook niet. We wonen in Steenwijkerland en dáárvan waren op donderdag 12 april 1945 sommige delen nog in gevaar. De volgende dag bliezen de Duitsers bijvoorbeeld op De Eese nog de veertien munitiebunkers op die ze in de bossen bij de Woldweg hadden aangelegd.

Dus voor de officiële viering komt in onze huidige gemeente maar één datum in aanmerking: 13 april.

“Steenwieker jonges en maegies“ reden vrolijk mee bij feestelijke optochten na de bevrijding. Bij gebrek aan bloemen waren de wagens versierd met groen. V.l.n.r. Jan Mulder,. ?. , .?. , . ?. , Jan van de Witte, Puck Spijkervet, Jan Buisman, Tiny Buisman, Annie Meijer, Hennie Alberda, Tiny Boerwinkel, Jo Arink, Willy Memelink, Annie Wieringa, Femmy Lubberts en Aaldert Eleveld. (Fotograaf: Johan Memelink).

Voor dit artikel zijn bronnen aangeleverd door leden van de HVSeO, o.a. Hendrik Grooters, Teun Smit, Liesbeth Hermans, Frans Keizer, Dick Timmerman, Johan Brandsma en Johan Doeven. Relevante literatuur is te vinden in:

- “De Oorlogstapes; het dagelijks (over)leven in Steenwijk onder nazivlag”, het boek van Teun Smit dat kort geleden is uitgekomen over de gesprekken die hij vijfendertig jaar geleden voerde met vele plaatsgenoten die de oorlog hadden meegemaakt.

- “Upko Koenen 1912-1967, ‘Opregte’ Steenwijker”, het boek van Aeisso Koenen over het leven van zijn vader, dat zal verschijnen in juni a.s.

- Het standaardwerk uit 1995 “Steenwijk in ’40-’45. Een unieke verzameling beschrijvingen uit Steenwijk en omstreken. Een historisch dokument”, verzameld en bewerkt door drs. H. Spreen.

 

Door Jon Derks