‘Ik was in de verkeerde film beland’

Aangeboden door: Treant

Een bizarre tijd, een rollercoaster. Zo omschrijft Willemien de Haas (59) uit Orvelte haar opname op de corona-afdeling van ziekenhuislocatie Scheper van Treant. ‘Ik had hoge koorts en was erg benauwd, ik was doodziek.’ Een week later mocht ze het ziekenhuis verlaten en sindsdien werkt ze aan haar herstel. ‘COVID is een gemeen en verraderlijk virus dat we heel serieus moeten nemen.’

Tot half maart scheen de zon uitbundig in huize De Haas. Een jaar eerder hadden Willemien en Jan Rotterdam verruild voor het Drentse platteland. Een mooi huis met royale tuin, een goede gezondheid en verblijd met hun eerste kleinkind. Half maart kwam er een flinke kink in de kabel. Willemien en Jan werden beiden rillerig en koortsig. De daaropvolgende dagen knapte het echtpaar weer op, maar een week later werd Willemien opnieuw ziek. ‘Hoge koorts, brandende ogen en misselijkheid’, somt ze op. Haar toestand verslechterde snel en op 24 maart zakte ze plotseling in elkaar. Haar toegesnelde huisarts zag meteen dat het foute boel was en trommelde een ambulance op. Even later was ze op haar bestemming: ziekenhuislocatie Scheper van Treant in Emmen. 

Maanmannetjes

Bij aankomst werd ze opgewacht door ‘maanmannetjes’. Dit team van artsen en verpleegkundigen was van top tot teen getooid in beschermende kleding. In korte tijd doorliep Willemien de complete medische molen: ze kreeg een infuus, er werd bloed afgenomen en er werden longfoto’s gemaakt. ‘Ik dacht even: misschien mag ik zo weer naar huis, maar die hoop bleek ijdel.’

Nadat de diagnose corona was gesteld, werd Willemien overgebracht naar de COVID-afdeling van ziekenhuislocatie Scheper. Vanwege haar benauwdheid kreeg ze zuurstof toegediend en werd haar situatie voortdurend gemonitord. Artsen en verpleegkundigen, gehuld in blauwe schorten en voorzien van mondkapjes, waakten dag en nacht over haar gezondheid. ‘Door hun beschermende kleding herkende ik niemand, voor mij waren ze allemaal blauwe engelen. Ik voelde me in vertrouwde handen.’ 

Pittig

Daags na haar ziekenhuisopname werd Willemien steeds zieker. Het zuurstofgehalte in haar bloed bleef dalen en een overplaatsing naar de IC dreigde. ‘Op dat moment was ik behoorlijk angstig, want ik wist dat het mis kon gaan. Zover kwam het gelukkig niet.’

Vanwege het besmettingsgevaar is bezoek op de corona-afdeling niet mogelijk. Een uitzondering is er voor familie van patiënten die niet meer herstellen en gaan overlijden. Het contact van Willemien met de buitenwereld verliep via de telefoon. ‘Dat was behoorlijk pittig’, verzekert ook echtgenoot Jan. Om zijn vrouw toch te kunnen zien, bedacht het echtpaar een creatieve oplossing. ‘Mijn vrouw beschreef haar uitzicht en op basis van haar aanwijzingen vond ik de plek vanwaar we naar elkaar konden zwaaien’, vertelt Jan. ‘Elkaar even kunnen zien was voor ons beiden heel waardevol.’ 

Aanslag

Een week na haar opname was Willemiens situatie behoorlijk verbeterd. ‘De koorts was gezakt en ik was niet benauwd meer.’ Ze kreeg groen licht om naar huis te gaan, maar ze was verre van hersteld. ‘Corona is een aanslag op je lichaam, van mijn conditie was niets over.’ Ook eenmaal thuis bleef haar accu vrijwel leeg. ‘Na het douchen was ik kapot. Gelukkig hoefde ik verder niets te doen, Jan heeft mij uitstekend verzorgd.’

In de weken na haar ontslag krabbelde Willemien geleidelijk op. Na twee weken quarantaine liet ze de hond weer uit en die rondes worden steeds langer. Wat heeft corona haar geleerd? ‘Het besef dat gezondheid écht het belangrijkste in het leven is.’ De tweede levensles betreft de kracht van de natuur. ‘Als mensen zijn we heel nietig en hebben we uiteindelijk niets te vertellen. Velen voelen zich onaantastbaar, maar dit virus laat niet met zich sollen. Accepteer de lock down en respecteer de richtlijnen’, luidt haar devies. ‘Neem COVID alsjeblieft serieus.’