Boer mag kleine windmolen plaatsen

Wolvega - Boeren mogen van Gedeputeerde Staten maximaal drie kleine windmolens op of direct naast hun erf bouwen om energie op te wekken voor het eigen bedrijf. Ook als ze al zonnepanelen hebben.

Zonnepanelen bieden een uitkomst in de zomer, maar leveren niet voldoende stroom in de winter. Boeren hadden dus een heel groot zonnedak nodig. GS: ‘Wij begrijpen daarom de wens van agrariërs om toch gebruik te maken van een combi van zon en wind.’

Stellingwerven

Het is de enige concessie waartoe GS bereid zijn na alle inspraakreacties op de concept-aanpassing van de Verordening Romte Fryslân. De voorgestelde energiemix biedt kortom nog steeds geen ruimte voor de toepassing van kleine molens anders dan voor agrariërs, zoals vanuit Oost- en Weststellingwerf is bepleit. Voor de Stellingwerven gaat deze verruiming kortom nog steeds niet ver genoeg. Het toestaan van turbines met een maximale ashoogte van 15 meter zou ook moeten gelden voor kleinschalige energiecorporaties en andere burgerinitiatieven. De gemeenteraad van Weststellingwerf is de enige Friese gemeente die naast het college zelf een brief met die zienswijze naar de provincie stuurde.

Juiste balans

Gedeputeerde Staten houden er echter aan vast om kleine windmolens alleen toe te staan bij agrarische bedrijven, zodat zij vooral ook hun eigen energie op duurzame wijze kunnen opwekken. Door een grens te stellen bij een ashoogte van 15 meter denkt gedeputeerde Sietske Poepjes dat de juiste balans is gevonden tussen landschap en duurzame energieopwekking. En kleine molens plaatsen op andere plekken dan bij boeren zou leiden tot verrommeling van het landschap. ‘Uit landschappelijke overwegingen willen wij het aantal windturbines beperkt houden. Ook vinden wij het belangrijk dat extra druk op het net zoveel mogelijk wordt voorkomen.’

Draagvlak

Weststellingwerf stelt dat gemeentes prima in staat zijn zelf over de gevolgen voor het landschap te oordelen bij de vergunningverlening. Juist door ook elders de kleine molens toe te staan creëer je volgens Weststellingwerf draagvlak onder burgers voor het realiseren van de doelstellingen van het klimaatakkoord. In 2030 wordt volgens de provinciale doelstelling 33% van de Friese energie duurzaam opgewekt en 25% energie bespaard ten opzichte van 2010.

Kabels

GS willen wil het opwekken van duurzame energie door boeren beperken tot ongeveer het eigen gebruik en de grens van de netcapaciteit. Verzwaring van kabels zit er niet in. ‘Als gekozen wordt voor een combinatie met zonnepanelen of een mestvergister is het vaak niet te vermijden dat op enig moment toch sprake is van teruglevering aan het net. Wij denken dat dit niet erg is, zolang gebruik gemaakt kan worden van de bestaande eigen netaansluiting van het agrarische bedrijf.’ Het is niet de bedoeling dat ze in energie gaan handelen. Om te bepalen hoeveel windmolens een boer mag bouwen op het eigen erf geldt het gemiddelde energiegebruik van de laatste drie jaar.

Koppeling

Weststellingwerf had juist gevraagd om de koppeling van de opwekcapaciteit van een kleine windmolen aan het energieverbruik van de agrariër los te laten. Ook Ooststellingwerf was daar in december voor, omdat het mes dan aan twee kanten snijdt: voor het agrarische bedrijf geeft dit een verbreding van inkomsten en de extra windmolens zijn nodig om te voldoen aan de doelstellingen. In de Ooststellingwerfse zienswijze werd dan ook juist gepleit om meer energie te mogen opwekken dan nodig is voor het eigen bedrijf. Dat mag dus in principe niet.

Rendabel

Gedeputeerde Staten houden er ook aan vast dat dorpsmolens vergroot mogen worden tot een tiphoogte van maximaal 100 meter. Volgens de Feriening fan Fryske Doarpsmûnen (FFD) is dat niet hoog genoeg om de molen rendabel te krijgen. Vaak kunnen voorzieningen (zoals zwembad) bekostigd worden uit de opbrengsten. Ook banken zouden deze lage molens niet willen financieren. Voor het Friese college van Gedeputeerde Staten blijven nieuwe grote solitaire windmolens een taboe.