Evolutie, verbeelding en bezield door de wind

Steenwijk - Kunstenaar Theo Jansen gaf gisteravond, op uitnodiging van de CBK, een boeiende lezing over zijn strandbeesten in de goed gevulde theaterzaal van Rabo Theater De Meenthe. Het was de eerste lezing in een serie theaterlezingen dit jaar.

„Niet creatief zijn, dat kan helemaal niet op commando. Ga in dialoog met de werkelijkheid: zoek een materiaal, voor mijn part theezakjes, en ga daarmee een paar weken of maanden spelen en experimenteren. Die theezakjes gaan je iets vertellen!” Dat is het advies dat Theo Jansen woensdagavond 30 september meegaf aan beginnende kunstenaars in de zaal, als antwoord op hun vraag.

En hij kan het weten. Als afgestudeerd technisch natuurkundige aan de TU Delft ligt het niet voor de hand dat je kunstenaar wordt. Alhoewel? Hij begon direct na zijn studie al als kunstschilder, totdat hij in 1980 een zwarte schotel ontwierp, die gevuld met helium over Delft vloog en de Delftenaren in verwarring bracht. „Die UFO kwam op tv en daarmee werd ik even beroemd. Daarna kon ik niet meer gewoon met een kwastje schilderen!” Sinds 1990 is hij gespecialiseerd in de kinetische kunst, waarin beweging centraal staat. In zijn lezing doet Theo Jansen haarfijn uit de doeken hoe hij zijn wereldberoemde strandbeesten creëert: „gewoon van pvc-buizen”. Zo simpel is het echter niet. Er is een jarenlang proces aan vooraf gegaan van uitdokteren, computersimulaties en steeds maar weer blijven experimenteren. De strandbeesten werken volgens zeer een ingenieus door hemzelf ontworpen systeem. Beginnend bij de heilige 13 getallen, de ruggengraat, de spieren, de zenuwcellen en de beginnende hersenen, en dat allemaal van pvc. Het idee ontstond in 1990 na zijn column in de Volkskrant over excursies in de verbeelding, vertelt hij. „Dat is nu precies 30 jaar geleden. Ik besloot zoiets te maken, reed langs de Gamma en wilde gewoon een tijdje met die buizen spelen. Dat werd dus de rest van mijn leven.” En hij is nog niet klaar. Het einddoel is een nieuwe diersoort op de wereld zetten die zichzelf overleeft.

Jansen is een boeiend verteller over zijn levenswerk. Hij laat iets zien van het productieproces, we zien hem knutselen met buizen en tie-ribs, tussendoor leest hij voor uit eigen werk, hij vertelt over het nut van asymmetrieën en we zien natuurlijk zijn beesten de wind vangen, spelen en zelfs vliegen. „Elk voorjaar ga ik met een prototypebeest naar het strand en ik ben daar de hele zomer mee aan het experimenteren. En aan het eind van de zomer is het een heel ander beest geworden dan dat ik oorspronkelijk van plan was. Ik heb geleerd te begrijpen wat de beesten me vertellen. Het resultaat is dan ook niet te voorspellen en het verbaast mij dan ook steeds weer hoe mooi zo’n beest wordt.” Beperkt Theo Jansen zich in zijn materiaalgebruik tot pvc, zijn ‘leerlingen’ experimenteren met ander materiaal. Op het podium van De Meenthe komt uit een plastic bak een mini-strandbeestje tevoorschijn, van de hand van Ad Lakerveld. Dit beestje beweegt volgens hetzelfde ingenieuze systeem (alle beentjes laag bij de grond), maar bestaat geheel uit nylonpoeder, afkomstig uit de 3D-printer. Leuk, maar Theo Jansen denkt niet dat hij met die techniek verder gaat. „Ik weet niet in hoeverre de betrouwbaarheid daarvan is en bovendien ben ik liever op het strand bezig.”

Dat zijn strandbeesten door de mensen overal ter wereld worden omarmd, verbaast hem niets. „Mensen raken vertederd door de beesten. Ze lijken levensecht, ze zijn mooi, bewegen sierlijk en als ze over het strand met de wind mee rennen heeft dat effect op het menselijk brein, terwijl je tegelijkertijd weet dat het gewoon buizen zijn.” De zaal heeft na afloop een spervuur aan vragen: niet alleen van de beginnende kunstenaars, maar ook hoe de beesten over de wereld vervoerd worden, hoe de beesten in de wind te sturen zijn, of ze geluid maken en wanneer kun je de beesten live zien op het strand? Dat laatste kan alleen als je in de zomer dagelijks in de buurt van het Wassenaarse strand bent, maar op www.strandbeest.com zijn ze in volle glorie te zien: vanaf de eerste, de Animaris Vulgaris, de gigantische stalen Rhinoceros, de Animaris Siamesis (tweeling) en de vele andere, tot de nieuwste twee, de Animaris Ader en de Multi Tripodes.

Wilma de Bone