Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Bomen

De lezers van deze column zullen zo langzamerhand wel weten dat vogels mijn belangrijkste passie in de natuur is. Ik heb er niet voor niets een boek over geschreven.

Daarna komen voor mij insecten, mede omdat entomologie het hoofdvak was van mijn biologiestudie. De interesse voor planten staat duidelijk op een lager pitje, in vergelijking met de eerste twee genoemde onderwerpen.

In het plantenrijk gaat mijn voorkeur vooral uit naar bomen. Ik kan geen specifieke reden bedenken waarom ik bomen interessanter vind dan andere planten, maar het is nu eenmaal zo. De afgelopen jaren heb ik bijvoorbeeld al meerdere boomsoorten vanuit zaad tot wasdom weten te brengen. Niet alleen bekende bomen, zoals de rode beuk, de walnoot en de robinia, maar ook enkele exoten, zoals de judasboom, de johannesbroodboom en de pokhout. De laatste twee staan overigens in een pot, ze kunnen niet tegen vorst.

Naast het opkweken van bomen gebruik ik zeer regelmatig hout voor allerlei timmerwerkzaamheden. Dientengevolge heb ik in mijn boekenkast, naast de vele vogel- en insectenboeken, allerlei boeken staan over bomen. Die boekenkast heb ik overigens zelf van hout gemaakt. Daarin staan niet alleen bomengidsen, maar ook specialistische boeken over het gebruik, zowel hedendaags als in het verleden, van verschillende houtsoorten.

Voor een project ben ik mij voor de inheemse boomsoorten gaan verdiepen in de biologie, de cultuur en het gebruik van verschillende bomen. Enkele bijzonderheden wil ik de lezers niet onthouden.

  • De schors van een berk heeft een groot weerstandsvermogen tegen rot, zelfs in turf kan men stukjes berkenbast vinden. In Noorwegen gebruiken ze het als dakbedekking, onder een 30 cm dikke laag aarde.
     
  • Er wordt beweerd dat beukennootjes cyanide zou bevatten. Dat is echter niet zo, het vliesje om de beukennoten bevat een zwak, narcotische stof genaamd fagine. Bij het nuttigen van veel nootjes kan dit zelfs tot ernstige buikkrampen of bewusteloosheid lijden.
     
  • In het verleden moest een galg van eikenhout gemaakt zijn, andere boomsoorten waren vaak niet toegestaan. Verbindingen moesten gemaakt zijn met houten pennen, het gebruik van ijzer mocht volgens de voorschriften niet.
     
  • Houtskool gemaakt van de els geeft de meeste hitte af van alle boomsoorten. Men gebruikte het vroeger vooral bij de productie van buskruit. Het leverde namelijk het beste buskruit op.
     
  • De oudst bekende boot ter wereld is de kano van Pesse. Deze werd in 1955 bij de aanleg van de A28 nabij Pesse gevonden en was gemaakt van een uitgeholde grove den. Deze kano was ergens tussen 8200 en 7900 voor Christus gemaakt.
     
  • De bessen van de jeneverbes staan op het menu van een aantal vogels, zoals de kramsvogel en de pestvogel. De Duitse naam voor de kramsvogel verwijst zelfs naar de jeneverbes, vrij vertaald is het de jeneverbeslijster.
     
  • De lijsterbes had vroeger bij veel volken allerlei volksnamen. Veel legenden spreken van bloedbomen, omdat deze boom zou zijn uitgegroeid uit het bloed van onschuldig opgehangen personen.
     
  • De Mona Lisa is geschilderd op een paneel van populierenhout.
     
  • De bast van een wilg gebruikte men vroeger tegen reumatiek, jicht en allerlei andere ziekten. Door op wilgenbast te kauwen zou de pijn verlichten. Op zich niet vreemd, in die bast zit namelijk salicine, het hoofdbestanddeel van aspirine.

 

paul@paulmentink.nl