Door de ogen van... André Lampe
Door André Lampe

Bloed, zweet en tranen...

De druk op de landelijke woningmarkt is groot en ook in Steenwijk is het nijpend aan het worden. De PvdA-fractie ziet nog andere opties, namelijk woningen bouwen op het voormalige terrein van Betap / Crilux. Dat is voor mij toch een speciaal stukje Steenwijk.

Hier ligt tapijtgeschiedenis en zelf heb ik twintig jaar op deze plek mogen rondbanjeren om mijn brood te verdienen.

Betap is nog steeds mijn werkgever maar het familiebedrijf is thans gesitueerd in thuishaven Genemuiden. Expansiedrift noopte tot deze beslissing. Dat zat er aan de Meppelerweg wegens ruimtegebrek niet in. En toch als ik langs de voormalige Betap-locatie fiets, dan slaat de weemoed mij om het hart.

Terugkijkend was het een mooie tijd. Niet te vergelijken met hoe het vandaag de dag gaat, innovatie en techniek is daar mede debet aan. Alles gaat sneller, effectiever en efficiënter. Vroeger waren de lijnen wel korter doordat we een compact bedrijf waren. Iedereen kende elkaar. Daar is nu geen sprake meer van. Door de jaren heen zijn we onder leiding van de gebroeders Arend & Johan van Lente uitgegroeid tot een grote speler in de tapijtindustrie met meerdere dependances in Genemuiden, dé tapijtstad van Nederland.

Met het vertrek van Betap uit Steenwijk kwam een eind aan de lange historie van tapijtindustrie in Steenwijk. Een branche waar vele Steenwijkers hun brood in hebben verdiend. De mooie herinneringen blijven. Het was nooit saai aan de Meppelerweg. Humor voerde vaak de boventoon en zoals in elke fabriek werkten er ook relatief veel bijzondere, hoogst opmerkelijke en zeer kleurrijke exemplaren op deze locatie. Collega's waarvan je dacht: die zijn uniek en van een uitstervend ras. Nu zullen er ongetwijfeld ook (oud) collega’s zijn die denken: ‘Lampie, je bent zelf ook een wonderexemplaar.’ Tja..., na enige zelfreflectie kan ik vaststellen: ‘Daar valt wat voor te zeggen...’

Nu komen er dus woningen op deze historische plek waar mensen met bloed, zweet en tranen hun werk hebben verricht. Daar moet blijvend aan herinnerd worden. Als de huizen uit de grond zijn gestampt en de straten geplaveid zijn, moeten de straatnamen daar maar naar verwijzen. De straatnaamcommissie zal ongetwijfeld denken in de sfeer van: Jutestraat, Garenstraat, Polybackstraat, Tapijtstraat, Tufterijstraat, of Bobijnstraat, maar mooier zou het zijn de mensen die hier hun hele werkzame leven waarvan velen meer dan veertig jaar lang op dit grondgebied hebben lopen buffelen - en dat bij nacht en ontij en in ploegendiensten - te eren met een straatnaam. Dat zou een mooie erkenning zijn voor al die noeste tapijtarbeiders uit vervlogen tijden...

Waarvan akte...