Ondertoon
Door Ton Henzen

Kaas

Ik ken Jan Feenstra al vele tientallen jaren. Op het moment dat mijn pa een transfer maakte van de Kaashandelmaatschappij Gouda naar de NCZ in Meppel kwam ik hem voor het eerst tegen. Hij was blind. Nou en.

Hij maakte al tijdens de eerste kennismaking de indruk dat hij als het ware door je heen keek. Hij vond blindelings de weg vanaf zijn kantoor naar de receptie. Op zijn kantoor was hij zo op je gericht dat je het niet in je hoofd haalde om een conversatie gaande te houden en tegelijkertijd uit het raam te kijken.

Jan Feenstra neemt woensdagmiddag tijdens een receptie in Overcinge in Havelte afscheid van zijn collega`s, oud-collega`s en relaties. Ik was dinsdagochtend bij hem voor een gesprek. In het voormalige hoofdkantoor aan de Ezingerweg waar hij vanaf zijn vijftiende had gewerkt. Tot het hoofdkantoor van Friesland Foods Cheese in 1999 naar Wolvega werd overgeplaatst. Ook mijn vader had er zijn kantoor. Tegenover het spoor. Het was dinsdagochtend in dubbel opzicht een sentimental journey.
Er rijden nog steeds vrachtwagens af en aan, maar dat is volgend jaar juli afgelopen. Dan is het definitief voorbij met Meppel Kaasstad waar vandaan op enig moment de meeste kaas van ons land werd geëxporteerd. Er ligt overigens nog steeds veel kaas opgeslagen, vooral voor de export naar Duitsland, het grootste importland van de kaas van Frau Antje. De verzamelde kaaspakhuizen in Meppel herbergen 3000 ton kaas ofwel drie miljoen kilo. Mag het een onsje meer zijn.
Jan Feenstra betreurt het vertrek. De opslag gaat naar Workum. Dat zou niet erg zijn geweest als Meppel als tegenprestatie het Jopie Huisman Museum had gekregen. Het doet Jan meer dat de Meppeler vestiging wordt gesloten dan dat andere fabrieken dichtgaan. Hij kwam op zijn vijftiende van de mulo af en werd jongste bediende. Op zijn zesde had Jan het licht in een van zijn ogen verloren. Hij had dezelfde kwaal als prinses Christina. Evenals koningin Juliana had de moeder van Jan Feenstra rode hond gehad tijdens de zwangerschap.
Het is een groot verschil of je blind wordt geboren of dat je in je jeugd je gezichtsvermogen verliest. Jan weet wat kleuren zijn, hij kan zich de omgeving van het kantoor haarscherp voor de geest halen. Dat verklaart waarom blinde Jan vol vuur kan discussiëren over de kleuren van een nieuw kaasetiket. Hij weer waarover hij spreekt. Jan praat niet als een visueel gehandicapte. Voel je nooit beschaamd als je spontaan Tot ziens tegen hem zegt. Tijdens een trip naar Wisconsin (VS) voor de wereldkampioenschappen kaasmaken werd op een avond groot feest. Ik stelde Jan, het hoofd marketing en pr van een van de grootste Nederlandse zuivelconcerns, aan Amerikaanse collega`s voor als `the only blind cheesemaker in the world`. Hij werd geloofd en bewonderd. Hoe hij dat toch klaar speelde. We hebben tot diep in de nacht de grootste lol gehad.

Op zijn achttiende verloor hij zijn andere oog. Er stond teveel druk op de oogbal, waardoor operatief ingrijpen noodzakelijk werd. De druk werd van het oog gehaald, maar die was zo groot geworden dat het bloed eruit spoot, zo vertelt hij nuchter. Er was geen redden meer aan. Op zich was de operatie in het Diaconessenhuis geslaagd, maar de complicaties waren te ernstig. In het begin geloofde hij het niet dat hij blind was. Hij was overdag geopereerd en kwam pas `s nachts bij. `Ik keek onder de pleister weg, maar het was donker. Ik dacht, omdat het nacht was. De volgende dag trok de arts de pleister weg en was de boodschap onherroepelijk.`
Hij bleef vier weken in het ziekenhuis, maar het besef van zijn totale blindheid drong nog steeds niet goed tot hem door. Tot hij eindelijk weer eens een sigaretje wilde gaan roken. Hij stak op het dagverblijf zijn sigaret aan, maar zag geen vlammetje. Dat was het moment waarop hij dacht: wat raar, ik zie niets. Hij had zoveel dingen op zijn gevoel gedaan, dat hij er geen erg in had dat hij blind was geworden, zo vertelde hij.
Hij ging naar een revalidatiecentrum, leerde stoklopen, brailleschrift en echt blind typen. Daarnaast stenografie en Nederlandse en Engelse handelscorrespondentie die hem goed van pas kwamen bij de toenmalige NCZ. Hij werkte hard aan een terugkeer in de maatschappij, zoals hij altijd keihard heeft gewerkt om zijn doelen te bereiken.

Hij werd voorzitter van de afdeling West-Overijssel van de Nederlandse Blindenbond en lid van het landelijk hoofdbestuur. In de jaren zeventig werd zwemmen zijn grote passie. Hij werd Nederlands kampioen van blinden en slechtzienden op drie afstanden en afgevaardigd naar de Paralympics in Toronto in 1976. Gedurende de drie jaar voorbereidingstijd trainde hij drie uur per dag. Zijn vrouw Lydia bracht hem om zeven uur naar zwembad Hesselingen waar hij tot half negen zijn met twee lijnen afgezette baantjes trok. Dat deel van het bad was beschikbaar gesteld door de gemeente. Directeur Co van de Pol van de NCZ vond het goed dat Jan wat later kwam. `s Avonds zwom hij nog eens anderhalf uur. Op de 100 meter rug liep hij bij de Paralympics net een bronzen medaille mis. Tijdens de finale sloeg hij een arm over de lijn en klemde zich af. Jan kwam stil te liggen en verspeelde zijn reële kans op een medaille.
In de jaren tachtig fietste hij veel op de tandem met zijn vriend Henk Boss. Klassiekers als de Amstel Gold Race, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde om het IJsselmeer. Daarnaast was hij bestuurslid en vijf jaar voorzitter van de Wijkvereniging Oosterboer.

In 1988 begonnen zes tropenjaren die hem regelmatig in de landelijke publiciteit deden belanden. Wijlen Hilbert Schaap van basketbalclub Red Giants polste hem voor het voorzitterschap van de Stichting Topbasketbal Meppel. Giants speelde op dat moment in de promotiedivisie en promoveerde naar de eredivisie. Computerij werd gestrikt voor het hoofdsponsorschap. Het was een toptijd met 1500 bezoekers op noodtribunes en samengepakt rond het veld. Tijdens de play-offs tegen Den Bosch riep Mart Smeets in extase uit dat het zomaar op een donderdagavond carnaval was in de basketbalstad van het noorden. Meppel werd op de kaart gezet, weet Jan Feenstra. De gemeente, vindt hij, heeft dat onvoldoende uitgebuit. Het basketbal kreeg niet veel extra privileges.
Computerij was gevestigd in Staphorst en wilde verkassen. De gemeente werd attent gemaakt op de ambities van directeur Jan Sikkens, maar op acquisitiegebied was het gemeentebestuur niet erg alert. Een stadspromotor was een onbekend fenomeen. Na een jaar kwam de toenmalige burgemeester Ed Tjaberings eens kijken, maar toen had Sikkens zijn oog al definitief op Zwolle laten vallen. Het was uiteindelijk financieel onmogelijk het basketbal voor Meppel te behouden, herinnert Jan Feenstra zich als de dag van gisteren.

Ondertussen bleef hij muziek maken, trad met tal van bandjes op en nog steeds speelt hij iedere dinsdagavond in wijkcentrum De Boerhoorn met de wijkband jaren zestig-zeventig muziek. Veel Stones en Beatles met Jan achter de toetsen.
Hij is een voorbeeld dat je ondanks een handicap maatschappelijk kunt slagen. Dat heeft hij ook te danken aan zijn directeur Co van de Pol die hem de kans gaf zich te ontwikkelen. Volgens Jan zou dat in veel meer bedrijven moeten gebeuren. Er is nog veel te veel terughoudendheid bij bedrijven om blinde of slechtziende mensen aan te nemen.
Het kantoor is leeg. Volgend jaar juni rijden de laatste kaasauto`s de Ezingerbuurt uit. Er hangt nu al een wat mistroostige sfeer. De dynamiek op het internationaal georiënteerde kantoor is verdwenen. De gebrandschilderde ramen met daarin NCZ Meppel en Alkmaar geëtst, moeten voor het nageslacht worden bewaard. De NCZ in Meppel, dat was en is een begrip, zegt jan Feenstra. Nog steeds leeft de naam NCZ bij de Meppelers. Voor NCZ`ers was Frico jarenlang een vies woord. Frico stond voor de Friese concurrent. Mijn eigen vader haalde zijn neus op voor de kaasmakers in het Friese. De beste kaas kwam uit Noord-Holland, Uniekaas van de NCZ, bijvoorbeeld uit de fabrieken in Lutjebroek en Sint Maartenszee waar de chauffeurs van de kaasauto`s met mij ernaast als bijrijder tientallen tonnen Noordhollandse kaas ophaalden. Een prachtige vakantiebaan. En maar rollen die kazen bij het lossen van de trucks met oplegger.
De pakhuizen aan de Kattensingel in Gouda. Vier weken vakantiewerk, de grote twaalf kilo kazen stelling na stelling plastificeren. Edammers een parafinebad geven. Geen zonlicht brak er door. De pakhuizen in Meppel zijn minstens zo lang. Eindeloos liggen de gouden schijven boven elkaar. Tot eind juni 2007. Misschien kunnen ze hier een mooie sporthal maken, oppert Jan blijmoedig. Hij ziet een schone kans voor de gemeente. En dan kan het basketbal er spelen. Weer eredivisie. Dan zou de cirkel rond zijn.
Dan wel met Jan Feenstra als voorzitter, stel ik voor. Jan lacht in zijn witte kaasjas. Ik zie hem denken: de wonderen zijn misschien de wereld niet uit.