Ondertoon
Door Ton Henzen

Kabouterleed

Het is koud geworden in het grote donkere bos. De herfsttemperatuur valt eigenlijk best mee, maar er heerst een andere kilheid die de bewoners niet alleen in de botten gaat zitten.

De kabouters van de paddestoelen kunnen zelfs als ze stevig tegen elkaar aan gaan staan dat rillerige gevoel maar niet kwijtraken. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de beslissing van de opperkabouters om twee kabouterchefs de laan uit te sturen. Daar komt de beslissing in de praktijk van het grote donkere bos op neer. De ene chef-kabouter was de baas van het openbare terrein waar de paddestoelen staan en de andere kabouterchef gaf leiding aan de werkzaamheden aan en rondom de paddestoelen.

Zij werkten in de grootste paddestoel van het grote, donkere bos, het Padhuis dat maar liefst drie verdiepingen telt. Iedere bewoner van het grote donkere bos mag daar binnenkomen. Maar er is één tamelijk mysterieuze verdieping, de derde, waar je niet gemakkelijk komt. Het Guantanamo Bay van het bos, zo wordt er gefluisterd. Er gaan hardnekkige verhalen rond dat uitgerangeerde kabouterchefs of kabouters met een wat ongelukkig liefdesleven daar worden opgeborgen. De opperkabouters van het bos verzinnen allerhande werkzaamheden voor de kabouterchefs die uit de gratie zijn geraakt. In de mensenwereld zou zoiets een projectbureau worden genoemd. Voor de nieuwkomers wordt een bureau bijgeplaatst. Boze tongen beweren dat de opperkabouters in het nabije verleden doelbewust hebben besloten een extra verdieping op het Padhuis te plaatsen om de ongelukkige kabouterkneuzen op te kunnen vangen.

Niet alle kabouterchefs laten zich gemakkelijk naar de derde verdieping uitwijzen. De laatste kabouterchefs die tot hun grote verbazing van hun taken werden ontheven, lopen zich nu in hun privé-paddestoel te vervelen, klussen wat rondom hun stek, verstevigen het dak om het te beschermen tegen de herfststormen die zich reeds in het grote donkere bos hebben aangekondigd.
De onstuimige winden kunnen niet voorkomen dat al op grote afstand het kniezen hoorbaar is. De kabouterchefs staan in hoog aanzien bij de lager aangestelde kabouters. De bedoeling van de opperkabouters is de komende jaren met grote voortvarendheid het bos op te ruimen, anders in te delen, knoestige takken te snoeien en ander noodzakelijk reparatiewerk te verrichten. Daarvoor zijn stoere kabouters nodig die tegen een stootje kunnen, die niet bij de eerste de beste rukwind van hun rode mutsje worden beroofd en in paniek met hun kabouterhandjes in hun witte haartjes graaien. Aan de slag, meer voor het bos doen, is het wervende motto van de opperkabouters.

Maar in plaats dat deze vermetele slagvaardigheid als voorbeeld dient om ook aan te pakken, is er onder de kabouterpopulatie berusting, teneergeslagenheid en angst geslopen. De opperkabouters hebben het tegendeel bereikt van wat ze beogen. Wie wind zaait zal storm oogsten, hebben ze gedacht. Het is integendeel windstil geworden. Geen kabouter durft nog op eigen initiatief overtollige eikels te ruimen. In kabouterkringen neemt deze eikelvrees ernstige vormen aan. Hoe krijgen de opperlieden hun zogenaamde kabouteruitvoeringsprogrmma nog voor elkaar als knikkende knieën en bevende handen gemeengoed worden? De keuringsartsen uit het belendende arbo-woud vrezen overwerk.

De opperkabouters hebben iets bedacht om de kaboutertroepen weer gemotiveerd in het gelid te krijgen: een leuke-dingen-dag ofwel meer doen voor het bos! Die dag moet zorgen voor meer élan, voor een plezieriger sfeer en voor meer werklust onder de kabouters. De gewezen kabouterchefs worden niet uitgenodigd. Zij zullen die dag nog maar eens doelloos rondom hun privé-paddestoelen dwalen en met weemoed terugdenken aan hun tijd op het Padhuis. Misschien hebben ze die dag wel een gesprek met de kabouterbond die zich het lot van de uit hun functie gezette kabouterchefs aantrekt. Er gaan zelfs geluiden rond dat de kabouterbond triomfantelijk de kabouterstukken heeft ingezien en van mening is dat de ex-kabouterchefs in hun recht staan. Een andere, gelijkwaardige baan in het grote donkere bos is niet voorhanden. Dan moet er misschien wel definitief afscheid worden genomen van het Padhuis. De uitwijzing naar de derde verdieping is verder weg dan ooit. De kabouterbond voorspelt dat de voormalige kabouterchefs de komende jaren ontspannen achterover kunnen leunen en dat een royale wintervoorraad eikels ieder jaar begin oktober gratis en voor niks voor de deur van hun paddestoelen wordt afgeleverd.

Dit alles is groot nieuws voor de boompjeskrant en ook voor de regionale beeldkrant waar deze week de opperkabouter uit zijn functie is gezet. De hoogste kabouter van de beeldkrant die dacht over een ijzersterke positie te beschikken, is toch gewipt. Nu zingen de verslagkabouters daar in koor:

Op een dure paddestoel
rood met witte stippen,
zat kabouter verspillebeen
heen en weer te wippen.
Krak zei de paddestoel,
met een diepe zucht,
en vloog kabouter verspillebeen
hopla door de lucht.

Dit internationale volkskabouterliedje wordt in het grote donkere bos alleen nog maar geneuried.