Ondertoon
Door Ton Henzen

Een dag om nooit te vergeten

Een zaterdag om niet snel te vergeten. Van de drie achtereenvolgende finales in Ahoy` is die van zaterdag het meest enerverend. Het blijft spannend tot het laatste moment.

Twee jaar geleden stond er een onervaren ploeg waarvan de spelers en speelsters hun ogen uitkeken: dit is dus het korfbalwalhalla, de entourage waar iedere sporter van droomt en nu staan we er zelf. Ik denk dat een aantal spelers zichzelf destijds in de arm kneep. Een jaar geleden werd Dalto snel aan de kant gezet en was het van meet af aan kijken met een lach op het gezicht. Dit feestje kon niet meer kapot. Maar sport én spanning is uiteindelijk toch de beste combinatie, vooral als je na afloop kan genieten van een overwinning. Wat een gelukkige gezichten, en wat een knotsgekke Nijeveners.

Ik spreek op de grijze vloer van Ahoy` na afloop van de finale voor het eerst met Rinse Popma. Hij kon er vorig jaar niet bij zijn, omdat hij naar zijn zoon in de Verenigde Staten was. Nu inhaleert hij iedere minuut in het kolkende Ahoy’ en geniet. Rinse Popma wordt wel de grondlegger van de successen van DOS’46 genoemd. Ik stel me aan hem voor en voeg eraan toe dat ik ook de man van Wietje ben. `Wietje,` roept hij blij verrast. Zij maakte met bekende spelers als Albert Lucas en Ger Jan Smit deel uit van het A-juniorenteam dat in 1970 voor het eerst landskampioen werd. Dat kunststukje werd drie keer achtereen herhaald, twee keer in de zaal en een keer op het veld. In het tweede jaar kwam onder anderen Herman van Gunst het team versterken. Wietje moest op haar zeventiende noodgedwongen afhaken vanwege een hardnekkige knieblessure.
Rinse Popma ziet het schouwspel na de overwinning met grote ogen van vreugde en verwondering aan. ‘Iedereen komt mij feliciteren alsof ik er wat aan gedaan heb. Nog steeds proef ik dankbaarheid en respect. Grondlegger? Nee, ik heb misschien een ombuiging gemaakt door met de jeugd bezig te gaan, met jongens als Albert Lucas, Ger Jan Smit en meisjes als Wietje. Met de A-junioren behaalden we de eerste grote successen. En daarna is het balletje gaan rollen,’ aldus de man die vanaf 1962 tot en met 1979 trainer-coach was, jarenlang van de pupillen tot en met de eerste selectie. De 67-jarige Popma, die in Wolvega woont en erelid is van DOS ’46 zwaait de handen in de lucht. Het is nog steeds zijn DOS.

Herman van Gunst is tien minuten Coach van het Jaar af. Hij heeft zijn opvolger Taco Poelstra de bloemen gegeven. Van Gunst heeft, zegt hij, vooral de eerste helft meer als coach dan als supporter gekeken. ‘Je kijkt hoe het beter kan. Ik zie het nog steeds als mijn team. Drie keer hier staan en twee keer winnen. Het blijft echt iets zeer speciaals.’
In de menigte is de inmiddels grijze kuif van Albert Lucas goed te zien. Iedereen gaat zitten op de vloer van Ahoy’. Wie voor DOSSIE is, sta op!, zingt de rood-zwarte schare en massaal komt het kleurrijke gezelschap in beweging. ‘Er moest wat gebeuren,’ herinnert Albert Hulzebosch aan het opstootje rond Haralt Lucas. ‘Die gooide de lont in het kruitvat. Mooi joh.’ Albert lacht als een kwajongen die zojuist stiekem zijn eerste sigaretje heeft opgestoken. ‘Je moet soms een beetje oorlog maken.’

‘We gaan naar Portugal,’ roept erevoorzitter Jan Baylé. Naar de plaats waar de Europacup Finale begin volgend jaar wordt gehouden. Voorzitter Bert Snijder wist het zweet van zijn gezicht. Zijn stropdas zit nog steeds in een fatsoenlijke knoop. ‘We gaan naar Portugal. DOS gaat nu echt Europa in’. DOS schrijft geschiedenis in een verhaal met twee totaal verschillende hoofdstukken. Het eerste heeft een wat lauwe inhoud alsof DOS teveel moet terugdenken aan twee jaar geleden toen PKC in de finale gemakkelijk wegliep. Het tweede hoofdstuk wordt met gebalde vuisten geschreven. DOS maakt dankbaar gebruik van een misschien doelbewust door Haralt Lucas opgezette valkuil om PKC-coryfee Leon Simons letterlijk en figuurlijk uit zijn evenwicht te brengen. Dat werkt. Het in de eerste helft overwegend rustige supportersvak wordt een uitbundige menigte, zeker als Haralt zijn vuist in de richting van de supporters zwaait.
De orkaan komt los. De ploeg knokt voor ieder punt. ‘We zijn nu definitief van het PKC-complex verlost,’ meldt wethouder en Nijevener Ko Scheele direct na de finale. Ahoy’ is een stukje Nijeveen in Holland geworden. ‘We are the Champions,’ zingt het rood-zwarte legioen. Korfbalverslaggever Arend Waaijer volgt DOS, zijn DOS, al 34 jaar jaar voor deze krant. Hij is ondanks de spanning van de wedstrijden een koele analyticus. Soms strijden de supporter in hem met de verslaggever om emoties te mogen tonen, maar hij wil de wedstrijden wel zorgvuldig blijven lezen. Arend Waaijer betrapt zichzelf er zaterdag op een gegeven moment op dat hij zich laat meeslepen. Hij moet op de doorgaans rustige perstribune zelfs een kreet van enthousiasme en van spanning hebben losgelaten. Het is dat zijn snor van stevig materiaal is anders had hij er happen uitgevreten. ‘Ik heb nog nooit zoveel kippenvel gevoeld.’

Marco Borsato schalt uit de luidsprekers, Bert Snijder gaat voor in een polonaise op de heilige grond van Ahoy’. Nijeveense jongeren vormen een levende roeiboot en deinen mee op de maat van de muziek. De in stijlvol chauffeurspak gestoken Remco de Boer houdt zijn hoofd koel. Hij en zijn maten Berry Dunnink, Arjan Lok, Jeroen Oosterkamp, Erwin Sok, Robert Westenbrink en Mark Oort van café ’t Schippertje rijden met hun limousine terug naar Nijeveen om in De Eendracht verder feest te vieren. Het zwarte pak van ‘BOB’ de Boer met chauffeurspet steekt wat sombertjes af tegen de rode circusjassen met gouden tressen van de limousinepassagiers.

De aankondiging dat DOS Ploeg van het Jaar is geworden, ondersteunt Foppe de Haan met de gelukwensen en bloemen voor aanvoerster Sabrina Bijvank. Het aantal decibels neemt nog maar weer eens toe. Een uur later staan we buiten Ahoy’. De catering van het sportpaleis rijdt een indische maaltijd in een container naar buiten voor de selectie die niet met een lege maag het feest twee uur later mag ingaan. Wat een dag, met tropische temperaturen. De zon schijnt uitbundig voor DOS. We stappen in de auto van fotograaf Wilbert die op zijn laptop enkele tientallen foto`s naar de redactie heeft gezonden. Ze staan al op Nieuws TV en internet. Sneller kan niet. Arend Waaijer raakt maar niet over de wedstrijd uitgepraat. De terugreis vliegt voorbij. Onderweg halen we de limousine van BOB Remco de Boer en de vijf supportersbussen in. Na het gevoel van thuiskomen in Ahoy` komt de selectie straks echt thuis in Nijeveen. Het is maar goed dat Nijeveen geen grachten heeft...