Ondertoon
Door Ton Henzen

Boodschappers

Collega Hans van Velzen en ik hadden maandagavond in Geertien een goed gesprek met Rob Ravesteijn, hoofd communicatie van de politie Drenthe. Rob gaat binnenkort met een soort vut.

Hij maakt gebruik van een aantrekkelijke regeling voor politiefunctionarissen. Hij krijgt alle tijd om zich in zijn hobby`s uit te leven, te reizen met zijn vrouw Coby en met minder stress de dag door te komen.
We kozen Geertien uit om in alle rust van gedachten te kunnen wisselen. In dit prachtige café-restaurant in Muggenbeet waar we Heerenveen-voorzitter Koos Formsma en zijn vrouw en oud-Davis Cup-coach Tjerk Bogstra en echtgenote troffen, is een opkamertje waar we graag verpozen. We hebben daar ook wel eens informeel in het gezelschap van gemeentebestuurders met de benen op tafel ontspannen gesprekken gevoerd. Op de heenweg door het fraaie landschap van de Kop van Overijssel laat je de sores van de dag langs je afglijden. Je kijkt door het autoraampje richting Weerribben. Je weet in de verte dat daar de Beulaker en Belter rustig voortkabbelen. De otters hebben zich er verschanst, de purperreiger strekt loom zijn vleugels uit en landt een tiental meters verderop. Een heerlijk gebied waar we ons thuisvoelen. `s Zomers varend en op de fiets en `s winters op de schaats. Hoe lang is het geleden dat we op de schaats over de Wetering bij Geertien konden komen. Heerlijk hoor, veertig dagen onafgebroken mooi weer in april en mei, maar die strenge winter in de Kop die komt nooit weer. J.C. Bloem zou er prachtige verzen over hebben kunnen schrijven. Voorbij, die verre tocht door weer en wind, al glijdend langs het riet. Voorbij. Of, om Geert Mak te parafraseren: hoe de beerenburg voorgoed verdween uit Geertien.

Het werd een goed gesprek met Rob Ravesteijn. Het intrigerende van zijn beroep is dat hij aan de andere kant van de grens heeft gekeken. Een grens die het verschil bepaalt tussen geluk en verdriet, tussen zorgeloos verder leven of een radicale omwenteling in je leven ondergaan. Rob noemde een paar voorbeelden uit zijn lange carrière. Hij is begonnen als agent en hoofdagent, maakte jarenlang deel uit van de recherche. Tijdens zijn operationele periode op straat maakte hij veel mee. Hij schilderde in zorgvuldig gekozen bewoordingen het angstbeeld dat iedereen wel eens door het hoofd schiet als je partner niet op het ongeveer afgesproken tijdstip thuiskomt of als de kinderen te lang wegblijven. Het visioen van een politieauto die bij je in de straat stopt. Twee agenten in uniform stappen met bedrukte gezichten onder hun pet uit. Mensen die deze ervaring daadwerkelijk hebben meegemaakt, vertelden later dat zij voorvoelden wat er ging gebeuren. De noodlotsboodschap was in aantocht. Ook Rob Ravesteijn heeft haar gebracht. Vaak omhuld met gruwelijke details die voor altijd in zijn geheugen zijn geëtst. Hij haalde een paar beelden terug die jaren geleden met felle lichtstoten aan zijn herinneringen werden gelast, waardoor er voor altijd duistere vlekken op zijn netvlies staan. We zagen even vochtige ogen.

De agent is altijd mens, vader, echtgenoot. De agent is in noodsituaties soms de redder in de nood. Vreemd dat we daar niet altijd bij stilstaan als we een keer worden aangehouden. Dan is het stoer denigrerende of ronduit beledigende opmerkingen te maken. Wie heeft in dergelijke situaties nooit gedacht en soms hardop gezegd: agent, ga toch boeven vangen. Verdoe je tijd niet met een parkeerbon.
De andere kant van de grens is een magische wereld die meestal gelukkig voor gewone burgers ontoegankelijk blijft. Ook voor verslaggevers, ook al mogen we na vertoning van de politieperskaart onder de rood-wit gestreepte markeringslinten doorlopen en ons in de buurt van de plaats van een ongeluk ophouden. We worden nooit op dezelfde directe manier met tragiek geconfronteerd als politieagenten en brandweermensen. Soms zijn zij de aangewezen boodschappers van het nooit te begrijpen leed. Doen zij hun intrede in een huiskamer waar bordjes klaar staan voor het gezin, dat plotseling niet meer compleet is. Agenten zijn dan de getuigen van het peilloze verdriet, dat domme verkeersongelukken veroorzaken.
Na het gesprek met Rob Ravesteijn kijk ik weer een tijdje met andere ogen naar de agenten. Ik vergeet de pesterijtjes die ik in mijn Goudse jeugd heb uitgehaald. Hard wegrennen op het moment dat er een politiewagen in zicht kwam, waarna de agenten veronderstelden met verdachten van een nog onbekend vergrijp of misdrijf te maken te hebben. Het was stoer om dan te worden aangehouden en per surveillanceauto naar het bureau te worden afgevoerd. Verleden tijd. Onschuldige jeugdnostalgie.
Het zijn vaak agenten die namens de samenleving de zeer ondankbare taak hebben onheilstijdingen te verspreiden. Daarin zit voor verslaggevers een professionele overeenkomst. Ook wij zijn boodschappers, maar dan in een later stadium. Wij brengen politieberichten waarin soms een tragedie zakelijk-chronologisch wordt beschreven. En soms schrijven we over iemands leven in een terugblik als een vaarwel namens de lokale samenleving, als een troost voor nabestaanden, maar vooral om iemand bij te schrijven in het archief van de lokale geschiedenis. Maar de boodschapper die Rob Ravesteijn in een deel van zijn loopbaan was, die rol heb ik gelukkig nooit hoeven spelen.