Beruchte razzia in Noordwolde kostte 70 jaar geleden velen het leven

Noordwolde - De jaarwisseling van 1944-1945 vormt een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van Noordwolde. Op 29 december en 3 januari zijn er grote razzia’s. Van de opgepakten overleven 14 mannen de oorlog niet.

Er worden intotaal 30 tot 40 mensen opgepakt, waarvan een deel weer wordt vrijgelaten.

De aanleiding van het drama is enkele weken eerder, als op zaterdagmiddag 16 december de in Noordwolde onderdoken politieman Bennie Wibiër in Nijeberkoop smid Meindert Land doodschiet bij een poging carbid buit te maken. Het spoor leidt naar het ouderlijke huis van de familie Veen op de Meenthe. Daar zit Wibiër met zijn politie-maatje Roelof Veen (22) ondergedoken.

Uit angst worden willekeurig namen genoemd

Beiden slaan op de vlucht, maar worden op Eerste kerstdag in Koekange aangehouden en overgeleverd aan de SD in Meppel. Daar bekent Roelof dat hij twee maanden ondergedoken zat in Noordwolde. Hij vertelt over de bonkaarten van Thijs Menger en Jan Beugeling van het distributiekantoor in Wolvega. Uit angst noemt Veen willekeurig 36 namen, waarvan de meesten niets met het verzet te maken hebben.

Dat wordt Roelof Veen in een rechtszaak in 1947 zwaar aangerekend. Hij krijgt vanwege zijn loslippigheid en het aanwijzen van woningen tien jaar cel. De aan difterie lijdende moordenaar Wibiër, eerder actief als premiejager op Amsterdamse Joden, wordt op 13 januari door de Duitsers doodgeschoten.

Het 'onderduikersparadijs' Noordwolde

Dat Veen veel weet, komt ook door de zorgeloze en naïeve houding van ‘Noordwolde’. In het onderduikersparadijs Noordwolde vertrouwt iedereen elkaar en alle politiemensen zitten mee in het complot. Zo is wachtmeester Hermanus Dikkers bezig sectie 3 van de BS Wolvega op te richten en geeft hij o.a. wapenles aan Jan Beugeling en Gijs Krol. Thijs Menger rijdt ‘gewoon’ met wapens door het dorp en maakt daar ook geen geheim van als hij mensen tegenkomt.

Die wapens brengt hij bijvoorbeeld naar de kazerne in Noordwolde-Zuid. Maar dat wordt postcommandant Hendrik Visser toch wat te gek. Boswachter Lambert ten Oever begraaft ze daarom in een bos bij Vledder. Roelof Veen vertelt ook dat tijdens zijn verhoor door de SD in Heerenveen. De SD van Meppel, Steenwijk en Heerenveen komen samen tot de conclusie dat een grote razzia in Noordwolde nodig is.

Alle arrestanten gaan naar de ULO-school in Oosterstreek

Achteraf blijkt dat ze ook wel in de gaten hebben dat de bekentenissen van Veen deels ongeloofwaardig zijn, maar ze laten zich deze kans op een grote actie niet ontnemen. De ULO-school aan de Oosterstreek bij Noordwolde wordt de plek waar alle arrestanten worden verzameld.

Thomas Hendrik Verdenius wordt op de ochtend van 29 december totaal verrast uit zijn bed gehaald door de Duitsers. Vanuit het distributiekantoor in Noordwolde wordt Dikkers op de kazerne net op tijd door Hendrik de Vries gewaarschuwd. Hij duikt onder in de school aan de Nieuweweg en in weekenden is hij verstopt in de Rietvlechtschool.

Wapens in het bos worden uitgegraven

Ook graaft Dikkers de wapens in het bos op tijd weer op en begraaft ze bij de kazerne. De verdere hele - bescheiden - ondergrondse van Noordwolde, een man of vijf, wordt wel opgepakt. Ook worden veel onderduikers en politiemensen aangehouden. Marechaussee wachtmeester Schokker is niet thuis. Daarom wordt zijn vrouw meegenomen. Een paar weken later geeft Schokker zichzelf aan en komt zijn vrouw daardoor vrij.

En ook de aanhouding van veehouder Yme Krips is bijzonder. Hij heeft twee invalide zoons met een zendvergunning. Dat gegeven is voor de wantrouwige Duitsers reden om  daar op bezoek te gaan. Ze besluiten de gehandicapte zoons thuis te laten en de vader op verdenking van het onderhouden van radiocontacten mee te nemen.

Kleine groep is actief bij ondergronds verzet

In Noordwolde is slechts een klein clubje onder leiding van dokter Verdenius (43) en afgestudeerd ambachtsschool-leraar Thijs Reint Menger (26) ondergronds actief. Ze zorgen voor eten, valse papieren en schuilplaatsen. Verdenius is het hoofd van zowel de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) als de Ordedienst (OD). Menger is contactpersoon van de LO.

De angstige veearts Andries de Boer maakt daar geen deel van uit, maar heeft wel onderduikers in huis, waaronder burgemeester Poppinga van de gemeente Opsterland en zijn zoon. Hij accepteert stilzwijgend dat zijn auto ’s nachts wordt ‘geleend’, zonder vermoedelijk te weten waarvoor.

Het is 29 december om tien uur ’s morgens als soldaten van de SD de woning aan de Oosterstreek omsingelen. Het echtpaar en de onderduikers schrikken van het motorlawaai, dat plotseling verstomt. Onderduikers rennen weg, maar blijven staan als de Duitsers het vuur openen. De daar spelende Gerke Jager raakt door rondvliegende kogels gewond.

De grote witharige Andries de Boer roept ‘schiet me toch dood’. Hij wordt afgevoerd naar Crackstate in Heerenveen en wordt daar net als anderen verhoord en gemarteld. Maar hij houdt vol dat hij met het verzet niets te maken heeft.

Dokter Verdenius pleegt zelfmoord

SS-er Steylaerts zegt dat hij weet dat De Boer niets gedaan heeft. ‘Maar waarom laat je me dan niet vrij’, antwoordt De Boer. Volgens de SS-er mogen alleen domme mensen naar huis, intellectuelen worden als vijand gezien. Hij doet ook een zelfmoordpoging en snijdt zijn polsen door, maar een andere gevangene, dokter Van Nooten uit Diever, redt hem. Dokter Verdenius sterft wel als hij met zijn brillenglas zijn halsslagader doorsnijdt kapot maakt, om aan martelingen te ontkomen. Burgemeester Poppinga weet later tijdens dwangarbeid te ontsnappen en duikt onder in Makkinga.

Hoefsmid Bertus Beugeling bekent tal van wapendroppings en overvallen. Het zijn vooral Thijs Menger en hoefsmid Bertus Beugeling die het moeten ontgelden. De Duitsers weten dat ze bonkaarten verstrekken. De mannen worden zwaar mishandeld. Ze noemen kapot gebeukt namen van helpers: opperwachtmeester Auke Faber uit Oldeberkoop, verzetsman Johannes Meppelink uit De Blesse en boswachter Lambert ten Oever.

Arrestanten worden naar kamp Amersfoort overgebracht

Ook de Wolvegaster distributie-ambtenaren Hendrik Mulder en Barend Slettenaar worden opgepakt. De arrestanten worden van Heerenveen overgebracht naar kamp Amersfoort. Ze zitten vermoedelijk bijna allemaal in de trein, die op 16 maart vanuit Amersfoort vertrekt: arts Jan Hoeksema, veehouder Hendrik de Vries, Lambert ten Oever, Gijs Krol, Auke Faber, Hendrik Mulder en Barend Slettenaar, Bertus Beugeling, middenstander en houder van een depot van voedselbonnen Jan Folkert de Jong, ambtenaar Jan Beugeling, Andries de Boer, Albert Schokker, Thijs Menger, Yme Krips en melkrijder Hendrik de Vries. Die wordt samen met zijn broer Jan gearresteerd op de boerderij. Jan weet te ontsnappen en overleeft de oorlog. Ondermeer Gijs Bijl, Gerrit Koers, Gerrit Schulting en zijn vrouw Antje Menger worden vrijgelaten.

Trein arriveert in Neuengamme

In deze laatste trein uit Amersfoort op 15 maart zitten vooral mensen uit de drie noordelijke provincies, het zuiden is immers al bevrijd. Het transport arriveert op de avond van maandag 19 maart in Neuengamme. Dat is in de regio Hamburg met meer dan 80 buitenkampen het centrale concentratiekamp van Noord-Duitsland. Er zijn dan in maart ongeveer 14.000 gevangenen. Met de geallieerden in aantocht worden de vele concentratiekampen hals over kop ontruimd en dossiers vernietigd.

Van die groep uit Noordwolde vertrekt Thijs Menger volgens een verklaring van arts Hoeksema op 28 maart met een grote groep uit Neuengamme. De schrijver van het Rode Kruis-dossier neemt aan dat Menger op 28 maart afgevoerd is met een groep in Rode Kruis bussen. Daarna zijn er geen getuigen die hem nog gezien hebben. Het Rode Kruis neemt aan dat hij ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ naar het Kamp Hannover-Stöcken is gebracht.

Ieder lichaam wordt anoniem begraven

Hij is of daar overleden of behoorde tot de groep die geëvacueerd is naar Bergen-Belsen of die op dodenmars gaat naar uiteindelijk het stadje Gardelegen. Mocht hij daar nog levend zijn aangekomen, dan bestaat de kans dat hij tot de ruim 1016 gevangenen heeft behoord die op de avond van 13 april - de dag dat Noordwolde wordt bevrijd - in een graanschuur door bewakers worden gedood. Een dag na dit bloedbad dwingen de gearriveerde Amerikanen de bevolking ieder lichaam anoniem in een eigen graf te begraven met daarop een wit kruis.

Dokter Jan Hoeksema uit Noordwolde, met Menger en Verdenius ook actief in het verzet, wordt op 8 april met een groep zieken, plus minus 4000 man, op transport gesteld. Na zes dagen omzwerven, belandt hij op 14 april in kamp Sandbostel, waar hij op 28 april wordt bevrijd. Hij keert terug naar Noordwolde en pakt zijn artsenpraktijk opnieuw op.

Vele andere overleven dit transport of hun verblijf in Sandbostel niet. Veearts Andries de Boer heeft een eigen graf met zijn naam op een steen en de overlijdensdatum 13 april bij Wolterdingen. Dat ligt aan de zogenoemde Heidebahn, een enkelspoorverbinding tussen de spoorlijn van Bremen naar Hamburg en de spoorlijn van Bremen naar Hannover.

Ook worden gevangenen naar het kamp Wöbbelin bij Ludwigslust gedirigeerd. Daaronder Jan Folkert de Jong, Jan Beugeling, Auke Faber, Hendrik de Vries en Gijs Krol. De Vries sterft op 14 april aan dysenterie, Faber op 22 april en Vos op 30 april. De doden worden een kilometer van het kamp verwijderd op elkaar gegooid in massagraven. In het kamp Wöbbelin zitten 3500 gevangenen als militairen van de 82nd US Airborne Division tegen de middag van de 2e mei 1945 het kamp bereiken en Ten Oever, Krol, De Jong en Beugeling bevrijden.

Ondanks de uitgebreide inspanningen van de Amerikaanse soldaten overlijden in de dagen na de bevrijding nog meer dan 200 voormalige gevangenen aan de gevolgen van de ondergane kwellingen in het concentratiekamp. Jan Folkert de Jong sterft op 10 mei en Jan Beugeling op 19 mei. Spoorwegmedewerker Gijs Krol, hij ziet Menger als laatste op 27 maart, overlijdt alsnog na een verblijf in een sanatorium op 30 november in Noordwolde aan tuberculose.

Hij wordt in het bijzijn van honderden Noordwoldigers door acht voormalig verzetsstrijders naar zijn laatste rustplaats in zijn dorp getild, direct naast het graf van dokter Verdenius. De laatste 10.000 gevangenen van Neuengamme brengen de Duitsers naar grote schepen in de Lübecker Bocht, te voet, in vrachtwagens en met de trein. Daaronder bijna vijfhonderd Nederlanders. Onderweg komen honderden gevangenen om het leven. Gezien de overlijdensdatum van 23 april overlijdt Johannes Meppelink uit De Blesse vlak voor of tijdens het vertrek uit Neuengamme.

Steeds meer mensen sterven op de overvolle schepen

Yme Krips vaart met het schip De Athen een paar keer heen en weer tussen Lübeck en Neustadt, waar het schip uiteindelijk vanaf 27 april in de haven ligt. Ten gevolge van emoties en vermoeienissen stijgt het aantal doden op de overvolle schepen onrustbarend. En omdat de overlijdensdatum van Krips 26 april is, zal hij ook tot de slachtoffers aan boord hebben behoord.

Barend Slettenaar en Hendrik Mulder moeten eveneens op schepen in de haven van Neustadt hebben gezeten.
Mulder overleed daar op 27 april en Slettenaar op 29 april. Ook Schokker sterft op 29 april. Hij is volgens het Dokumentenhaus Neuengengamme met 6000 anderen aan boord van het luxe passagierschip de ´Cap Arcona´. Krips, Slettenaar, Schokker en Mulder maken een enorme tragedie op de schepen niet mee. Engelse piloten moeten alle Duitse schepen op de Oostzee vernietigen.

Alleen schip De Athen blijft gespaard

Op 3 mei zinken drie Duitse schepen met bijna 8000 dode gevangenen, alleen De Athen blijft gespaard. Het is zwaarste catastrofe uit de scheepvaartgeschiedenis, groter dan de ramp met de Titanic. Overlevenden worden door SS-ers doodgeschoten of ze verdrinken in het koude water van de Oostzee. Bertus Beugeling overlijdt alsnog in een hospitaal in Lubeck op 31 mei 1945.