Vrijwilliger Jan Verhoef`Ik zie veel meer dan toeristen'

Vrijwilligers zijn onmisbaar. Het zijn vaak de onzichtbare handen van een club, vereniging of organisatie. In de rubriek `De vrijwilliger' wordt elke week de persoon/personen achter die onzichtbare handen gepresenteerd. Deze week is dat Jan Verhoef.

Sinds Jan Verhoef uit Vollenhove vijftien jaar geleden met pensioen ging, heeft hij verschillende werkzaamheden als vrijwilliger gedaan in verre oorden. Zo was hij in Ghana, Bangladesh, India, Indonesië en in Tanzania, waar hij in augustus voor Stichting Doopsgezind WereldWerk voor een verblijf van een paar maanden weer naartoe reist. `In Shirati, in het noorden van Tanzania, wordt een technische school gebouwd en daar ben ik bij betrokken. Er staan nu drie lokalen en de school wordt uitgebreid. Via de landelijke vrijwilligersorganisatie Gered Gereedschap is er gereedschap en zonnepanelen onderweg naar de school voor de lessen daar.'

Kleuterschool renoveren

`Ze starten met lesgeven in het monteren van zonnepanelen. Dit materiaal wordt allemaal gesponsord. Doordat ik veel relaties heb opgebouwd en ik veel mensen ken, weet ik wie ik kan benaderen. Bedrijven zijn vaak genegen iets te geven, als ik uitleg waarvoor het is. Deze middelbaar technische school is een school van de Doopsgezinde kerk in Tanzania. De hulp komt uit Amerika en Nederland. Wij hebben de leiding wat betreft de bouw en het lesprogramma. In dezelfde periode ga ik naar Dodoma in Tanzania om te helpen met de renovatie van een kleuterschool', vertelt Jan.

Het is niet voor het eerst dat hij voor Stichting Doopsgezind WereldWerk naar Tanzania gaat. In november en december vorig jaar is Jan in zijn eentje naar Dodoma gereisd om daar een kerk te bouwen. `Een bestaand kerkje moest verplaatst worden, maar de mensen hadden geen geld om de kerk weer opnieuw op te bouwen. Via de Doopsgezinde kerk Giethoorn en Blokzijl is er geld opgehaald en samen met de plaatselijke bevolking ben ik er aan het werk gegaan. Ze wisten dat ik kwam en een metselaar en timmerman waren al `geronseld'. De mensen kunnen wel werken daar en binnen veertien dagen stond het geraamte en was het dak erop. Mannen en vrouwen hielpen werken.'

Communiceren in het Swahili

`De vrouwen sjouwden stenen en water voor het cement en tussen de middag kookten ze het eten. Zelf at ik ook het lokale voedsel, dat is goed te eten. Het materiaal voor de kerk liet ik de lokale bevolking altijd kopen. Als blanke betaal je anders het dubbele daar. Doordat ik een bepaald budget had, was het soms even `rommelen', dan duurde het wat langer voor ik een goedkope timmerman kon vinden. De kerk was na vijf weken werken klaar. De taal was geen probleem. De communicatie ging vooral in het Engels.'

`Ik probeerde wel in het Swahili te communiceren. Ik heb altijd een boekje met de taal mee en probeer er dan uit te komen. Het moet niet te makkelijk zijn, dat is juist leuk.' Als Jan vertelt waarom hij dit vrijwilligerswerk doet, beginnen zijn ogen te stralen. `Ik mag graag mensen helpen en ik vind het belangrijk andere culturen te leren kennen. Door met de lokale bevolking te werken, zie ik veel meer dan de toeristen. Om zo mijn tijd te besteden vind ik leuk en zo lang ik nog gezond ben, kan ik dit nog doen.'