Esther is helemaal ingeburgerd in Zwitserland

Reckingen / Steenwijk - ‘Als ik in Steenwijk ben móet ik een paar keer naar de Woldberg om hard te lopen. Omdat wij op 1300 meter boven NAP wonen hebben wij hier bijna geen loofbomen, maar vooral dennenbomen en lariksen.'

Ik vind het heerlijk om in een bos met loofbomen te lopen, vooral in de herfst met al die bladeren. Verder vind ik het fijn om weer eens op de fiets de stad in te gaan.’

Esther Lagger – van Dijk (1973) woont dit jaar alweer twintig jaar in het Zwitserse Reckingen. Ze ging er na haar opleiding Toegepaste Huishoudwetenschappen destijds heen om ervaring op te doen in een café/restaurant, maar is nooit meer weggegaan. Inmiddels woont ze er met haar Zwitserse echtgenoot en hun twee zoons.

‘De kinderen zijn echte Zwitsers, maar ook in Steenwijk voelen zij zich thuis. Zwemmen in de Waterwyck, bootje varen in Giethoorn, naar de haven in Blokzijl en een pretpark bezoeken staan steevast op ons programma als we in Nederland zijn’, vertelt Esther. ‘Wij komen één keer per jaar naar Steenwijk, de laatste jaren in de herfstvakantie. Mijn ouders zijn gelukkig nog in staat onze kant op te komen. Ook mijn broer en zijn vriendin komen een of twee keer per jaar deze kant op. Natuurlijk eten we als we in Nederland zijn kroketten, kibbeling en lekkerbekjes...’

‘Ik ben een Steenwijkse die 20 jaar geleden vertrokken is om naar de bergen te gaan en ik voel me hier nog steeds erg thuis, hoewel ik het altijd leuk vind om Steenwijk te bezoeken.’

Facebook

In 1973 is Esther aan de Kallenkoterallee in Steenwijk geboren. ‘Mijn ouders wonen er nog steeds, maar sinds 25 jaar schuin tegenover mijn geboortehuis. Mijn broer Marc woont met zijn levenspartner in Heerenveen. Ik zat op de Johan Friso school in de Gagels. Met enkele klasgenootjes heb ik via facebook weer af en toe contact, sommigen wonen nog in Steenwijk. Eén vriendinnetje van toen heb ik via facebook en via haar zus weer gevonden. In oktober kom ik weer naar Steenwijk en dan moeten we zeker een keertje afspreken. We hebben elkaar al 30 jaar niet meer gezien.’0

Na de RSG (Atheneum) deed ze de studie Toegepaste Huishoudwetenschappen (nu Facilitaire Dienstverlening). ‘Toen ik in 1995 bijna klaar was wist ik eigenlijk nog niet precies wat ik verder wilde gaan doen. Eerst wilde ik verder studeren aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen maar eigenlijk wilde ik ook wel gaan werken. Vroeger gingen we vaak op vakantie richting de Alpen. Geweldig vond ik dat altijd, die imposante bergen met sneeuw in Zwitserland of Oostenrijk. Het leek me dus wel wat om ergens in Zwitserland of Oostenrijk te gaan werken. In de Telegraaf stonden vaak advertenties van hotels / restaurants in de bergen die serveersters zochten. Ik heb toen gereageerd op een advertentie van een firma die baantjes organiseerde in Zwitserland en Oostenrijk. Ik heb ze geschreven dat ik graag ergens in de bergen wilde gaan werken (dus niet in een stad als Basel, Zürich of Bern) waar ze Duits spreken.’

Op datzelfde moment zochten ze daar iemand voor een hotel-restaurant in Reckingen (Wallis). Na een paar telefoontjes over en weer kreeg Esther daar een contract en verblijfsvergunning voor 9 maanden. Sinds 1 oktober 1995 woont en werkt ze dus in Reckingen. Na die 9 maanden moest ze voor drie maanden het land uit (tegenwoordig hoeft dat niet meer en krijgen alle EU bewoners een verblijfs- en werkvergunning van een jaar die ze steeds kunnen verlengen) en daarna kreeg ze weer een vergunning voor 9 maanden. ‘Eén keer hebben ze me zelfs het land uitgestuurd omdat ik er te lang was, dat kun je je tegenwoordig niet meer voorstellen. Ik kreeg al vrij snel verkering met mijn huidige man en in 1999 zijn we getrouwd en vanaf dat moment mocht ik het hele jaar blijven. Sinds 2008 heb ik ook de Zwitserse nationaliteit.’ Het stel heeft twee zonen, Ronald (2000) en Lars (2002). Zij gaan nu allebei naar de middelbare school. Ze wonen nog steeds in Reckingen, een dorpje met 350 inwoners midden in de Alpen op 1326 meter boven NAP. In het hele dal ‘Goms’ (tegen de Italiaanse grens aan) wonen zo’n 5000 mensen. In de zomer zijn de passen Grimsel, Furka en Nufenen geopend. Aan het eind van het dal bij de Rhonegletscher begint de rivier de Rhone, daar ‘Rotten’ genoemd. Dichtstbijzijnde stad is Brig, op 30 km afstand, een half uur rijden.

Fantastisch skiën

Doordat het dal op 1300 meter ligt is het in de winter hier vrij sneeuwzeker, van november tot maart hebben wij normaal gesproken veel sneeuw. In de wintermaanden kan er wel twee tot drie meter sneeuw vallen. Esther: ‘Iedereen hier is er op ingesteld en alles gaat gewoon door. De straten worden sneeuwvrij gemaakt en treinen rijden normaal, tenzij er groet lawinegevaar is, dan wordt de hoofdstraat door het dal gestremd. Naast de vele sneeuw is het ook zeer zonnig in de winter. Vooral Zwitserse toeristen komen hier in de winter om te langlaufen.’

In de buurt zijn een paar kleine skiliftjes, ideaal voor families met kleine kinderen. ‘Een eindje verderop is het Aletschgebied (bij de Aletschgletscher, de langste gletscher van de Alpen) daar kun je fantastisch skiën. Het voorjaar is meestal kort en intensief. Het ligt aan het weer of we nog lang sneeuw hebben. In april heeft iedereen hier ook genoeg van de winter. De zomers zijn over het algemeen redelijk mooi. Omdat we op 1300 meter wonen kan het hier ook in de zomer koud worden. Maar ook 30 °C is geen uitzondering. ’s Nachts koelt het hier dan door de hoogte toch lekker af. De lucht is hier veel droger dan in Nederland daardoor is het hier niet zo benauwd. De herfst is  mooi met heldere luchten, fraaie vergezichten en de prachtige kleuren van de bossen.’

Sportief

Esther is altijd sportief geweest, was op de middelbare school jaren lid van atletiekvereniging Start ’78 en daarna van ARGO ’77 in Groningen. ‘Heel toevallig zijn we met de familie in februari 1995 voor het eerst een weekje gaan skiën in Oostenrijk (samen met een oom, tante en neef). Ik kon dus al een beetje skiën toen ik hier kwam. De eerste winter dat ik hier was ben ik begonnen met langlaufen. Ik langlauf nog steeds veel in de winter en ook skiën doe ik nog graag. In de zomer wissel ik de ski’s dan voor hardloopschoenen en fiets en wandel ook graag.’

Twee jaar geleden is een grote wens van haar in vervulling gegaan. Samen met twee vriendinnen en een ‘bergführer’ heeft ze een gletschertour van vier dagen gemaakt. Ze zijn begonnen op het Jungfraujoch en via verschillende gletschers en berghutten naar de Grimselpass gewandeld. ‘Dat was een onvergetelijke belevenis. Dit jaar gaan we weer vier dagen maar nu in de buurt van Zermatt. Ons doel dit jaar is om voor het eerst op een ‘vierduizender’ (berg die hoger is als 4000 meter) te staan.’

Dialect

Elk Duitstalig gedeelte in Zwitserland heeft een eigen dialect, zo ook dus in Wallis. ‘Hier heeft ook elk dal weer zijn eigen dialect’, heeft Esther gemerkt. ‘De eerste dagen, weken, maanden verstond ik hier helemaal niks (ik had toch Duits gehad op de RSG....?) Naarmate de tijd vorderde ging dat steeds beter en nu praat ik bijna als een echte Walliserin. Het dialect wordt hier ook veel gebruikt om SMSjes en WhatsAppjes te schrijven. Als wij in Nederland zijn denken veel mensen, als wij met elkaar praten, dat wij uit Scandinavië komen.’

Intussen is Esther heel goed geïntegreerd, ze voelt zich geen buitenlander meer. ‘Door de jaren heen ben ik in verschillende baantjes en commissiewerk gerold. Zo hebben ze mij 8 jaar geleden gevraagd of ik in een peuterspeelzaaltje (Spielgruppe) wilde meewerken. Na enige aarzelingen (kan ik dat? Kan toch niet zingen en al helemaal niet op zijn Duits of in het Walliserdialect, is mijn dialect geen probleem? Wordt dat geaccepteerd?) heb ik toch ja gezegd.’

Sinds zeven jaar organiseert ze alles zelf. ‘Ik ben nog steeds heel blij met dit baantje. De laatste jaren heb ik drie groepen per week. De kinderen (2 tot 5 jaar) komen 1 of 2x per week voor 2 uurtjes. Wij spelen, knutselen, bewegen, zingen, maken ruzie en weer vrede, spelen spelletjes etcetera. Ik vind het heel belangrijk dat de kinderen vrij kunnen spelen. Ik plan die twee uur ook niet vol, zodat er altijd tijd is om vrij te spelen en voor spontane dingen.’

Dorpswinkel blijft behouden

De jobs liggen in haar woonomgeving niet voor het oprapen. Veel baantjes hebben direct of indirect te maken met het toerisme, vooral in de wintermaanden. ‘Door de Spielgruppe heb ik hier ook werk in het tussenseizoen. Daarnaast werk ik in de zomer in een idyllisch visrestaurantje hier in de buurt. Je kunt er je eigen vis vangen en die klaar laten maken om daar op te eten.’ Daarnaast werkt ze in de winter  als skilerares, voornamelijk met de kleinste kinderen (4, 5 jaar) die nog niet kunnen skiën.

Verder geeft ze de kinderen van de langlaufvereniging herfsttraining en - in de winter -  langlauftraining, is ze actief in de vrouwen gymnastiekvereniging en zit ze in de commissie van de dorpswinkel. ‘Vijf jaar geleden was de winkel bijna failliet’, vertelt ze. ‘Met veel doorzettingsvermogen en blijven geloven dat het mogelijk moet zijn om de winkel te behouden in het dorp hebben we uiteindelijk een keten gevonden die de winkel heeft ondergebracht als filiaal. Nu loopt de winkel erg goed en komen er steeds meer mensen uit het dorp en omgeving hun boodschappen doen. Daar zijn wij toch best trots op.’

Ook heeft ze nog tijd voor hobby’s zoals sporten, borduren, bakken, knutselen, kaarten maken en een groentetuin onderhouden.

Hagelslag en pindakaas

Esther: ‘Een paar Nederlandse gewoonten hebben hier ook. Zo staat er meestal wel hagelslag, vlokken of pindakaas op tafel, en Brinta nemen wij ook vaak mee. Toen de kinderen nog klein waren zetten ze hun schoen bij de schoorsteen en zongen ze Nederlandse sinterklaasliedjes.

Nu trekken we lootjes en maken er, als het lukt, nog een gedichtje bij. In de winter eten we hier snert en onze Zwitserse buurjongens vinden pannenkoeken met spek en stroop heerlijk!’