Oorlogskolos dreigt in vergetelheid te raken (reportage)

Paasloo – Opgerold als pannenkoeken lagen in de oorlog kostbare schilderijen opgeslagen in het ‘Paasloo Pantheon’, de kunstbunker die zo massief was dat vallende bommen als kiezels af zouden ketsen.

Verscholen in het Dennenbosje overleefden drieduizend kunstschatten het oorlogsgeweld. Hoewel de kunstbunker een stenen herinnering is aan een eens vervulde heldenrol, dreigt het monument in de vergetelheid te raken. Het bakstenen gevaarte dient tegenwoordig als opslagdepot voor een museum, terwijl de aan de bunker vastgemetselde woning leeg staat. ‘En dat is hartstikke zonde.’

In de zomer is het scherm van bladeren te dicht om de kunstbunker vanaf de Paasloregel te kunnen ontwaren, maar nu, in de winter, kunnen de kaal geworden bomen niet langer verhullen welk geheim zich achter de takken bevindt. Het is op een druilerige decemberochtend dat Annette Peereboom langs het verweerde bordje met daarop ‘verboden toegang’ glipt. Voor haar rijst het massief bakstenen gebouw op, een reus tussen de grijze bomen. Haar blik glijdt over de ronde muur. ‘Een grote meneer is het’, zegt ze. Op de gevel van het cilindervormige pand staat het Wapen van het Koninkrijk der Nederlanden groots afgebeeld. De vergulde letters van wapenspreuk ‘Je Maintiendrai’ blinken nog net als vroeger.

Stabiele ondergrond

Even een duik in de geschiedenis. De angst om kunstschatten en culturele erfgoederen te verliezen in de niets ontziende oorlogsstrijd wordt in 1942 uitgedrukt in cement, steen en wapeningsstaal. Het Dennenbos blijkt vanwege de stabiele ondergrond en de goede camouflage een perfecte locatie voor een kunstbunker. Nog voordat de kunstbunker gereed komt, vindt 'Het straatje' van Johannes Vermeer op 15 september 1942 er onderdak. Tussen de metersdikke muren worden drieduizend peperdure doeken uit het Rijksmuseum gestald. Twee marechaussees en twee kunstbeheerders nemen intrek in het woongedeelte ter bewaking van de schatten.

De kunstbunker dient in de jaren na de oorlog als tijdelijke opslag van kunstwerken van het toenmalige ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschappen. Begin jaren negentig is de bewaarplaats doelwit van vandalen. Ruiten worden ingegooid, muren worden met graffiti bekalkt. In 1993 koopt de provincie Overijssel het verwaarloosde gebouw van de Dienst der Domeinen voor 160.000 gulden. Een zak met geld komt op tafel om het geheel te op te knappen.

Woongedeelte leeg

Door de nauwkeurige restauratie halverwege de jaren negentig straalt het bouwwerk nog steeds een zwijgzame kracht uit. De serene bouwstijl en het gebruik van bruine baksteen doen in de verte denken aan de vroegchristelijke architectuur. Vandaar ook de bijnaam ‘Paasloo Pantheon’. De kunstbunker bestaat uit een opslag- en een woongedeelte, die worden gescheiden door een smalle doorgang. Het depot wordt tegenwoordig gebruikt door De Fundatie, een Zwols museum voor beeldende kunst. Slechts weinigen die weten wat precies in het oorlogsbouwwerk ligt opgeslagen. Niet veel spannends, denkt Peereboom. ‘Al weet ik dat natuurlijk niet zeker.’ Nog nooit heeft ze een kijkje mogen nemen in het opslaggedeelte.

Hoewel het depot nog steeds omgeven wordt door een bepaalde geheimzinnigheid, is het aangrenzende woongedeelte jaren in gebruik geweest. Eens werd de woning gehuurd door toenmalig burgemeester Jurjen Jan Hoeksema van de gemeente Steenwijk. Niet voor lang, want Hoeksema zou niet kunnen wennen aan de rondlopende muren. Tegenwoordig staat het woongedeelte leeg - drie afvalcontainers naast de voordeur verraden dat er tot voor kort activiteit was in de woning. ‘Vorig jaar was het huis nog bewoond’, zegt Peereboom.

Fascinatie

Ze kan het weten. Tien jaar woonde ze aan de Dennenweg, aan de andere kant van het Dennenbos, enkele honderden meters van de kunstbunker vandaan. Soms kon ze, als ze goed keek, vanuit haar woonkamer de top van de kunstbunker zien. In die jaren groeide haar fascinatie voor het gebouw. Steevast liep ze met haar honden over het wandelpad langs het monument. Een glimp van de bunker was genoeg.

Ze begint aan een ronde om het gebouw. In het aangrenzende bosje is tussen kreupelhout en struikgewas een schuilbunkertje te zien. Vervallen, dat wel. ‘Het bunkertje wordt tegenwoordig bewoond door een vleermuizenfamilie.’ Het is stil, alleen het gesuis van verkeer op de Oldemarktseweg is hoorbaar. Dan zegt ze: ‘Vroeger als kind mocht ik hier niet komen’. Uitkijkend over het vennetje, dat werd gegraven voor bluswater om eventuele branden te blussen,  vertelt ze hoe haar ouders haar altijd op hart drukten om nooit langs de bunker te fietsen als ze ging zwemmen in zwembad 't Tolhekke.

Na de oorlog meed de lokale bevolking de kunstbunker in Paasloo zoveel mogelijk. Zelden werd er over gesproken. Af en toe op fluistertoon, maar dat was bij hoge uitzondering. Hoewel de dreiging van de oorlog er allang niet meer was, was het er volgens de mensen uit de omliggende dorpen niet pluis. Er was iets mysterieus, iets ongrijpbaars, alsof het er spookte tussen de bomen. ‘Mensen vonden het hier vroeger maar een enge plek.’ Een paar decennia later kan Peereboom er wel om lachen. Wisten de mensen vroeger veel.

Ideeën

En nu staat ze er in de hoedanigheid van bewonderaar. Ze vindt het doodzonde dat het huis leeg staat. ‘Jaren geleden is het voor veel geld opgeknapt en nu staat het leeg.’ Regelmatig schiet de kunstbunker door haar hoofd. ‘Ik zou hier best willen wonen, maar dat mag niet van de provincie. We zijn geen woningstichting, zegt de provincie. Ze willen het niet verhuren.’ Dan lacht ze. ‘Maar als ik er niet mag wonen, dan wil ik hier best werken.’

Uit haar tas diept ze een tablet op. Verschillende ideeën heeft ze al uitgedokterd. ‘Ik zou hier bijvoorbeeld graag een open podium voor jonge kunstenaars willen beginnen. Dat past perfect in deze omgeving. Verder zouden bedrijven bij de kunstbunker heisessies kunnen houden. En wat te denken van een beeldenroute in het aangrenzende bos.’ Haar enthousiasme is aanstekelijk: ‘Je zou hier ook exposities kunnen houden of een terras kunnen opzetten, de bunker ligt immers aan verschillende wandel- en fietsroutes. Ik heb al verschillende partijen gesproken en iedereen is enthousiast.’

Vanuit het vijvertje klinkt het gekwaak van een koppeltje eenden. Ze kijkt nog eens omhoog langs de bakstenen muur. ‘Dit pand heeft zo'n mooi verhaal. Het straalt echt een bepaalde macht uit.’ Een glinstering in haar ogen. ‘Er moet iets mee gebeuren. Het is zonde dat een pand met zo’n belangrijke geschiedenis in de vergetelheid dreigt te raken. Toch?’

Achter haar zwijgt een massieve reus.