Liesbeth ten Hoeve uit Steenwijk is al zestien jaar gelukkig in Noord-Zweden

Steenwijk - Liesbeth ten Hoeve, die zestien jaar geleden naar Luleå, in het noorden van Zweden emigreerde, is haar tijd in Steenwijk nog niet vergeten. Ze kwam in de Olde Veste voor haar eerste baan als jeugdbibliothecaresse.

Haar kamer had ze een aantal jaren in een oud herenhuis aan de Kornputsingel. Met haar man Peter woonde ze vanaf 1986 aan De Rikking, waar eerst Sander werd geboren en in 1988 Ferdi.

Liesbeth: ‘Ik heb altijd heel graag in de bibliotheek van Steenwijk gewerkt, toen nog gevestigd aan de Nic. ter Maethstraat. Daar ontdekte ik ook, dat ik het liefste als jeugdbibliothecaresse aan het werk wilde zijn. Ik ontwikkelde een programma om aan klassen de catalogus uit te leggen.  Dat vond ik echt heel erg leuk om te doen, al die klassenbezoeken. Daarnaast zat ik ook heel erg graag in de inlichtingenbalie en hielp bezoekers aan hun boeken.’

Samen met Sander en Ferdi fietst Liesbeth elke dag naar de St.Clemensschool. Een kleine school, met veel aandacht voor de kinderen. Zelf is ze er overblijfmoeder. Het Daltonsysteem van de school valt vooral bij Sander in de smaak. Er is keus in de taken. Telkens vraagt hij: ‘Mag het, of moet het?’
‘Ik herinner me de avondvierdaagse. Samen liepen we de tien kilometer. Wat een heerlijk festijn en wat waren we moe. Geen wonder, Ferdi was nog maar zeven jaar en Sander negen. Elke avond even een voetenbadje was geen overbodige luxe voor ons drieën. En alle fietstochten, die we maakten over de Woldberg of  naar Meppel. Heerlijk in de mooie natuur en genieten. Wat we ook graag deden was op vakantie gaan in jeugdherbergen. Regelmatig kon je ons in de Stay Okay van Egmond aan Zee vinden.’

Rampzalig

Beide jongens zijn lid van Zwemclub Steenwijk’34 en beiden zwemmen wedstrijden. Liesbeth volgt een opleiding tot tijdwaarnemer. Ze toont zich weer een betrokken moeder, ook bij de hobby’s van de zoons.
Maar aan dit vredige leven komt een eind en de rampspoed kondigt zich  in veelvoud vlak achter elkaar aan. De jaren negentig beginnen rampzalig: Het overlijden van schoonvader, het overlijden van moeder, een echtscheiding, daarna belandt Liesbeth in het ziekenhuis.
En dan gebeurt het ergste wat een moeder kan overkomen. Samen zijn de broers op weg naar school, als Sander problemen krijgt met zijn fiets. Ze zijn bijna te laat en Sander stuurt zijn kleine broertje vooruit. Ferdi fietst alleen door. Sander komt nooit meer aan op school. Hij verongelukt tegenover het zwembad, als hij probeert de ketting weer op zijn fiets te leggen. Terwijl Liesbeth nog in het ziekenhuis ligt, sterft haar oudste zoon. Het is dinsdag 26 november 1996.

Radicaal besluit

Iedereen rouwt op zijn eigen manier. En Liesbeth moet proberen haar draai te vinden in een andere tijd. In een andere wereld. Een wereld zonder Sander.
‘Na twee jaar kreeg ik het gevoel, dat ik niet meer mijzelf was, maar geleefd werd door mijn omgeving. Ik ben de moeder van Sander en Ferdi, ja ik werk bij de bibliotheek. Dit veranderde in: ”Oh ja, jij bent de moeder van dat jongetje, dat verongelukte op de Gagelsweg, en je werkt nog steeds bij de bibliotheek?”. Er vielen stiltes als ik mijn naam zei, er werd opgekeken als ik lachte. Na een paar jaar besloot ik om te verhuizen, om ergens anders in Nederland opnieuw te beginnen.’
Als ze dat nét besloten heeft, ontmoet ze via internet een Zweedse man. Het klikt en ze neemt een radicaal besluit. Ze verbrandt alle schepen achter zich en emigreert op 26 februari 2000 naar Luleå in Zweden. Ferdi emigreert niet mee, maar verhuist naar zijn vader in Epe.

Bibliobus

De eerste maanden in Zweden zijn het moeilijkst. Omdat Liesbeth geen Zweeds persoonsnummer heeft, bestaat ze  nog niet als burger. Ze kan dus geen  bankrekening openen en  geen rekening betalen. Een uitkering krijgt ze al helemaal niet. Zelfs een bezoek aan de huisarts levert problemen op.
‘Omdat ik naar Zweden verhuisde om bij een Zweedse man te gaan wonen, viel ik buiten een heleboel regels en verordeningen. Hij moest maar voor mij zorgen. Om een permanente verblijfsvergunning te verkrijgen, moesten wij naar Migrationsverket en we werden beiden afzonderlijk geïnterviewd. Dit hele proces heeft drie jaar geduurd. Eindelijk had ik mijn eigen persoonsnummer en telde ik mee.’
Veel tijd en aandacht besteedt Liesbeth aan de Zweedse taal, gelukkig heeft ze een talenknobbel: ‘De taal was voor mij geen enkel probleem, die had ik in een mum van tijd onder de knie. In Luleå was mijn eerste baantje schoonmaakster bij SSAB/Koksverket (kolenverbranding van de hoogovens). Vreselijk smerig was het, maar ik heb het toch veertien maanden volgehouden. Iedereen die mij een beetje kent, weet hoe weinig dol ik ben op schoonmaken. Dus dit was een hele prestatie.’
Wie emigreert heeft vaak moeite om een baan te vinden binnen je eigen vakgebied. Liz zet door en heeft geluk. Sinds januari 2012 werkt ze fulltime bij de bibliobus. Ook over woonruimte heeft ze niet te klagen. Na het verbreken van de relatie betrekt ze een huurflat van 84 vierkante meter en gaat actief aan de slag met haar nieuwe leven. Ze wordt lid van allerlei verenigingen. Er is keus genoeg.

Toneelspelen

‘Ik houd van toneelspelen, vooral dramakomedies. Zo heb ik laatst opgetreden als spook.  Natuurlijk ben ik lid van meerdere leesclubs, hoe kan het ook anders. We lezen en bespreken heel verschillende boeken en de discussies zijn altijd erg interessant. Eens per maand ga ik naar een Latijns-Amerikaanse dansavond, we dansen er salsa, bacchate en andere exotische dansen.
Ook ben ik actief voor vluchtelingen. Ik help ze om vlug een plekje in Zweden te vinden. Dat vind ik heel gezellig en leerzaam. Ik heb een aantal keren koffie gedronken, met vrouwen uit Afghanistan. De Zweedse mensen zijn wel erg op zichzelf, daar moest ik erg aan wennen. Geen spontane bezoekjes. Ik heb geleerd, dat de meeste Zweden graag willen dat je van tevoren belt of zelfs een afspraak maakt!’
Ze moest erg wennen aan het Zweedse eten, dat nogal vet is. ‘Veel gerechten worden gekookt of bereid met room. En er wordt erg veel vlees gegeten, grote stukken vlees. De Zweed eet weinig groentes, dat is in Nederland echt anders. Soms eet ik een lunch mee op een school, kinderen krijgen hier elke dag op school een warme maaltijd geserveerd. Lekker! Als ik mijn Nederlandse boterham eet, dan krijg ik altijd flink commentaar. Een boterham is geen eten, dat is een tussendoortje.’

Altijd sneeuw

De Zweedse winter duurt zes maanden. Er ligt altijd sneeuw. Vorig jaar lag er zelfs meer dan een meter sneeuw. Op één december ging de zon op om 9.17 uur en weer onder om 13.24 uur.  Overdag blijft het lang schemerig. Het is niet meteen donker. Liesbeth : ‘Wat ik echt heel fijn vind in Zweden, dat zijn de seizoenen. Ik kan echt genieten van de winter. En de kou is ook heerlijk. In Nederland heb ik het vaak koud in de winter, waterkoud. Hier in Luleå is het droger koud. Ik vind het heerlijk om te wandelen als de temperatuur ligt tussen de -15 en -20 graden  met vaak een strakblauwe hemel. En ja, die zomers, die zijn natuurlijk helemaal heerlijk, want dan is het een tijdje echt vierentwintig uur per etmaal licht. Op mijn kleine balkonnetje laat ik ‘s zomers petunia’s, lobelia’s en fuchsia’s bloeien, dat gaat best, ook al woon ik duizend kilometer ten noorden van Stockholm.’
De Zweedse natuur is indrukwekkend. In minder dan een halfuur rijden met de jeugdbibliobus, kan een mens al het gevoel krijgen mijlenver van de bewoonde wereld te zijn. ‘Heb je geluk dan zie je een groep rendieren midden op de weg staan. Deze dieren hebben een eigen wil, ze trekken zich niets van het verkeer aan … ze staan daar gewoon. Elanden en auto’s zijn geen goede combinatie. Botst er een eland op je auto, dan is je auto total loss.’

Nederlandse dingetjes

Regelmatig pakt Liesbeth het vliegtuig naar Nederland. Elk jaar minstens één keer om Ferdi te bezoeken. Meestal blijft ze een kleine twee weken in Nederland. Eén van de dingen die ze dan doet, is het samenstellen van een postpakket vol Nederlandse dingetjes. ‘In de dozen, die ik opstuur zitten voornamelijk boeken, die ik in Nederland koop. Zo houd ik mijn moedertaal goed bij. Andere dingen, die in de dozen gaan zijn kleren. Ik koop vaak mijn jurken in Nederland. En tijdens mijn laatste bezoek ontdekte ik, dat de panty’s zoveel goedkoper waren, dus … veel panty’s deze keer. Daarnaast natuurlijk hagelslag, vruchtenhagel, muntdrop, appelstroop, chocoladevlokken… van alles wat ik in Zweden niet kan kopen.’
Met zoon Ferdi gaat het goed. Hij woont in Arnhem en heeft twee studies afgerond. Na de CIOS deed hij ook nog de PABO en werkt veel als invaller op allerlei basisscholen. ‘Ferdi komt regelmatig op bezoek. Ook zijn we een aantal keer samen op vakantie geweest. Samen hebben we Warschau bezocht en de zomer daarna hebben we een auto gehuurd en rondgetrokken in het zuiden van Zweden, met eindstation Kopenhagen.Ik hoop, dat Ferdi deze zomer weer Luleå aan zal doen. En dan gaan we hier een auto huren en dagtochten maken.’
‘Heimwee heb ik niet, ik heb het in Zweden prima naar mijn zin. Al mis ik natuurlijk wel mijn mensen uit Nederland. Heel blij ben ik met Facebook en Instagram. Zo houd ik contact met twee werelden, hier in Zweden én dáár in Nederland. Maar waar ik ook ben, mijn twee zoons reizen altijd met me mee. In mijn gedachten.’

Contact

Liesbeths contacten lopen vooral via Facebook (Liz ten Hoeve), Instagram (@liz_ten_hoeve).