Bijzonder boeren: Wim Brus combineert melkveehouderij met wethouderschap

Giethoorn – Een standaardboer kun je hem echt niet noemen: Wim Brus combineert het beroep van agrariër met dat van wethouder. Dat betekent dat hij andere keuzes maakt dan veel vakgenoten.

‘Ik investeer niet meer in groter en meer. Dus ik heb nog net zoveel koeien als in 2008. Waar we wél in investeren is efficiency. Op die manier houd ik voldoende tijd over voor zaken buiten de boerderij.

Of dat verstandig is met het oog op de toekomst? Hij weet het niet: ‘Dat houdt misschien in dat ik over vijf of tien jaar geen boer meer ben. Maar dan komt er wel weer wat anders. Ik heb hier bewust voor gekozen, omdat ik ook buiten de deur dingen wil blijven doen.’
Want dat is wat hij wil: ook deelnemen aan de wereld buiten zijn bedrijf. ‘Het is aan de ene kant een rijk leven: je bent buiten bezig, op het platteland, met dieren. Aan de andere kant is het een sociaal-arm beroep. De wereld is zoveel groter dan die anderhalve hectare erf hier aan de Kanaaldijk...’


De keuze om niet mee te gaan met schaalvergroting en deel van het melkquotum te verkopen in plaats van juist aan te kopen, is er een die hij heel bewust samen met zijn vrouw Alice heeft gemaakt. ‘Zonder mijn gezin zou deze constructie van twee banen niet mogelijk zijn’, zegt hij. ‘Dit kan alleen als je thuis 120 procent support hebt. 

Blij met melkrobot

Alice werkt al bijna dertig jaar als verpleegkundige en vindt het belangrijk om haar eigen leven te leiden. Maar dat betekent niet dat ze zich afzijdig houdt van de dagelijkse werkzaamheden op de boerderij. Ook de kinderen helpen mee.  De andere kant is dat Wim Brus twee á drie keer in de week in de keuken is te vinden voor het bereiden van de warme maaltijd. ‘Alice is eigenlijk een betere boer dan ik.’
Het zou maar zo kunnen dat zoon Thomas (18) ook boer wil worden. Toch is dat voor Brus geen reden om daar nu al qua bedrijfsvoering op vooruit te lopen.’
Daar komt bij: investeren is geen garantie voor succes. Brus: ‘Het probleem in de agrarische sector is dat als je boer wilt blijven, je eigenlijk steeds meer moet doen, maar daar steeds minder voor ontvangt. En dat gaat wel eens jeuken… Eigenlijk moet je qua aantallen verdubbelen, wil je je inkomen op peil houden’. Hij is blij dat hij de bakens heeft verzet. In de praktijk betekent dat dat hij geïnvesteerd heeft in een melkrobot, voor het melken van de 75 koeien. ‘Dat ding draait dag en nacht, ik kan hem niet meer missen.’

Werk uitbesteden

Het meeste werk besteedt hij uit, maaien en mest uitrijden wordt bijvoorbeeld gedaan door loonwerkers. ‘Dat geeft mij ruimte om dingen te doen die ik minstens zo leuk vind. Ons streven is zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn’. Daarom heeft hij 165 zonnepanelen op het dak, zodat hij grotendeels in zijn eigen stroomvoorziening kan voorzien. En hiermee is tevens alle asbest al verwijderd. ‘Klaar voor 2024 wanneer wetgeving ons daartoe verplicht.
Brus schenkt koffie: geserveerd in koeienbekers, op koeienonderzetters, in de woonkamer waar een schilderij met koeien prominent boven de tv hangt. Het is duidelijk waar zijn hart ligt. ‘Misschien ben ik toch wel een echte boer...’
Wat hij regelmatig hoort is ‘jij hebt makkelijk praten met je keuze om niet mee te gaan in de schaalvergroting, want jij zit hoog en droog in het gemeentehuis’. Brus is sinds 2005 actief in de gemeentepolitiek, ‘maar ook dat komt je niet zomaar aanwaaien. En daar komt bij dat het ook een vrij onzeker beroep is. Hij is nu twee jaar wethouder, en hij vindt het een superbaan: ‘Als je dit niet leuk vindt, houd je het nog geen maand vol. Ik vind het een voorrecht om dit werk te mogen doen, en ik ga altijd met plezier naar het gemeentehuis. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, en het is behoorlijk balen dat je soms nee moet zeggen, maar toch: het is de mooiste hondenbaan die er is!’
Er is geen school voor wethouders, dus het was voor hem een kwestie van ontdekken en zich ontwikkelen als gemeentebestuurder, met de portefeuilles economie, financiën en ruimtelijke ordening.

Hittestress

De koeien op zijn boerderij lopen niet in de wei; zeventien jaar geleden heeft hij bewust besloten de dieren binnen te houden. ‘Daar kan ik het klimaat beter regelen en hebben ze het comfortabel. Een koe zoekt altijd zijn eigen welzijn op. De trend is nu dat koeien weer naar buiten moeten, ook omdat de consument het prettig vindt om koeien in de wei te zien. Mijn ervaring is als je de staldeur open zet: het duurt twee dagen, en op dag drie blijft negentig procent gewoon binnen, onder ventilator of op de rubberen mat. Koeien houden niet van hitte, met 21 graden hebben ze al last van hittestress. ’
Hij is niet per se tegen koeien in de wei, maar wil graag zelf bepalen wat hij doet. Zodra de overheid hem verplicht zijn koeien naar buiten te laten kapt hij ermee: ‘Ik wil niet dat de overheid zich mengt in ondernemerskeuzes. Zodra dat gebeurt, gaat hier een bord in de tuin.’ 

Marianne Weegenaar