Henk Hulleman was een echte 'vergaderboer'

Blankenham / Sint Jansklooster - Aan de Hammerdijk tussen Blankenham en Kuinre staat 500 meter vanaf de dijk de voormalige boerderij van Henk en Gerry Hulleman.

Bijna 43 jaar lang hadden ze hier een melkveebedrijf met op het laatst 40 hectare grond en zestig koeien. In 2007 nam hun jongste zoon Menno het bedrijf over, waarna Henk en Gerry naar Sint Jansklooster verhuisden.

Henk (1938) is geen echte Blankenhammer, maar komt oorspronkelijk uit Genemuiden. ‘Mijn ouders woonden daar aan de Achterweg. Naast ons huis stonden een schuur en een hooiberg. Aan de overkant van de weg hadden we een stal. Mijn vader molk zo’n twintig koeien. Dat was meer dan hij eigenlijk aankon. Toen ik 8 jaar oud was, moest ik al helpen melken. Als ik naar school ging, hielp mijn moeder me mee. Anders kwam ik niet op tijd.’ Omdat het land overal verspreid lag, wilde Hullemans vader weg uit Genemuiden. In 1958 kocht hij een boerderij in Blankenham met 20 bunder land erbij. ‘Direct daarna heeft hij een grupstal voor veertig koeien laten zetten’, vertelt Henk. ‘Dat was voor die tijd heel groot. Hij is altijd blij geweest met die stal.’

Familieboel

Naast de boerderij van Hulleman in Blankenham woonde Gerry met haar ouders en broer. ‘Zo hebben we elkaar leren kennen’, glimlacht Gerry. ‘Ik heb vroeger altijd gezegd dat ik niet met een boer wilde trouwen, maar het is er toch van komen.’ Op 29 april 1964 traden Henk en Gerry in het huwelijk. Vanaf dat moment namen ze geleidelijk de boerderij van Gerry’s ouders over, die zelf in een huisje vlakbij de dijk gingen wonen.

‘Het was één grote familieboel bij ons’, vertelt Henk. ‘Wij woonden op de boerderij van mijn schoonouders. Zij woonden aan de dijk en daarnaast woonden mijn ouders. Als we zondagsmorgens uit de kerk kwamen, wist mijn moeder alles al over ons.’ De boerderij werd in de loop der jaren steeds groter. Henk: ‘We konden er steeds weer wat grond bij kopen en de veestapel uitbreiden. De notaris heeft altijd goed aan ons verdiend.’

Vergaderboer

Als je als boer van je liet horen en je mening durfde te geven, werd je al snel gevraagd voor allerlei bestuursfuncties. Zo ook Henk: ‘Ik was een echte vergaderboer. Ik zat in de kerkenraad, de classis, het bestuur van de melkfabriek, de landbouwvoorlichting en ik was voorzitter van de CBTB in Ossenzijl en Blankenham. Gerry was ook behoorlijk actief en bij elkaar was dat weleens lastig voor de thuissituatie. Wij waren vaak weg, waardoor de kinderen zich soms wat alleen voelden. Toen zeiden we: “We moesten maar eens een hond kopen…” Dan was er in ieder geval iemand thuis.’

Als voorzitter van de plaatselijke CBTB kreeg Hulleman onder meer te maken met de uitbreidingsplannen van de Weerribben. ‘Ons achterland lag direct tegen het natuurgebied. Staatsbosbeheer wilde dat de achterste helft natuurland zou worden. Daar hebben we verschrikkelijk veel heisa mee gehad.’

De natuurbeheerder had midden door Blankenham een grens getrokken die de scheiding tussen natuur- en cultuurland moest aangeven. ‘Ze wilden al het land wel hebben, maar de boeren moesten het onderhoud doen. En wij waren dan ons land kwijt. Dat was voor ons onbespreekbaar’, stelt Hulleman. ‘Voorafgaand aan een overleg gingen we altijd de boeren bij langs om hun mening te peilen. We moesten natuurlijk wel zorgen dat we gedekt waren. Ik kreeg soms zulke pakken papier! Daar begreep ik niks van. In Slijkenburg bij Kuinre woonde een ingenieur die ons uitlegde wat we het beste konden doen. Op een gegeven moment was de uitbreiding van het natuurgebied van de baan. Die grens bestond niet meer. Toen was voor ons de kous af.’

Opvolger

Op z’n 68ste vond Henk het wel welletjes en wilde hij van de boerderij af. Zoon Menno stond klaar om het stokje over te nemen. ‘Hij heeft toen 40 bunder land van ons gekocht’, zegt Hulleman. ‘Zoveel hadden we in eigendom. Dat moest natuurlijk voor de laagste prijs, anders kon hij geen boer zijn. We hadden waarschijnlijk meer geld kunnen beuren als hij geen boer was geworden. Toen we naar de notaris waren geweest voor de overdracht moest er ’s nachts een koe kalven. Menno woonde nog niet op de boerderij, dus wij sjouwden ’s nachts met dat kalf om huis. Terwijl het niet eens meer van ons was. Maar daar hebben we nooit een punt van gemaakt. Zo werkt het nu eenmaal.’

‘Het is goed zo’

Op onderdelen heeft Hulleman weleens bedenkingen bij hoe zijn zoon boert. ‘Hij moet zich maar redden’, denk hij tegelijkertijd. ‘Ik ken ook een boer die nog bij de boerderij woont nadat zijn zoon het heeft overgenomen. Hij hoort dan natuurlijk alles, ook hoe laat de melkmachine aan gaat. “Die verrekte jongen gaat er niet op tijd uit”, zegt hij dan. Daar hebben ze dan weer woorden over. Dat wilden wij niet hebben. We hebben het er wel over gehad om bij de boerderij te blijven wonen, maar uiteindelijk hebben we het niet gedaan. We konden een huis kopen in Sint Jansklooster en wonen daar nog steeds. Het is goed zo. Een zoon moet vrij kunnen boeren.’

Dit verhaal is een voorpublicatie van het boek Vooruitboeren. Overijssel 1950-2000, dat historici Ewout van der Horst en Martin van der Linde van de Stichting IJsselacademie in Zwolle hebben geschreven. Het boek verschijnt in oktober bij uitgeverij WBOOKS voor 19,95 euro.

Martin van der Linde