Raad van State doet uitspraak over vergunning hypermarkt

Steenwijk - De Raad van State doet woensdag uitspraak over de omgevingsvergunning die de gemeente Steenwijk verleende voor de komst van een hypermarkt naar Steenwijk.

Het gaat om de bouw van een hypermarkt langs de A32.

Het is niet de eerste keer dat de Raad van State zich buigt over een omgevingsvergunning voor deze hypermarkt met één grote winkelruimte. In september 2015 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak over een eerdere vergunning voor de hypermarkt. Het oordeel was toen dat er door het plaatsen van afscheidingen in het gebouw diverse afzonderlijke kleine winkels ontstaan, die door verschillende ondernemers zouden kunnen worden geëxploiteerd. De openheid van het gebouw zou hierdoor grotendeels verloren gaan, waardoor het bouwplan niet meer voldeed aan de definitie van hypermarkt die het gemeentebestuur daaraan zelf gaf. Die definitie luidt: een zeer grote supermarkt die naast levensmiddelen, ook het assortiment van een warenhuis heeft. Hierbij geldt dan als uitgangspunt dat een hypermarkt één grote winkelruimte kent met een gezamenlijke ingang. Het gemeentebestuur moest daarover dus een nieuw besluit nemen.

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de projectontwikkelaar het bouwplan aangepast, door de afscheidingen te verwijderen, waardoor er één grote ruimte ontstaat. Ook tegen dat plan kwamen bezwaren binnen, maar de gemeente veklaarde die bezwaren op 1 december 2015 ongegrond. Tegen dat besluit zijn diverse supermarkten en winkels uit Steenwijk en Handelsvereniging Steenwijk in beroep gaan.

Volgens hen is het aangepaste bouwplan nog steeds in strijd met het bestemmingsplan, omdat het weglaten van de scheidingswanden waardoor er één open ruimte ontstaat, slechts een cosmetische ingreep is. Het bouwplan zal volgens hen nog steeds door verschillende ondernemers worden geëxploiteerd, waarbij producten van iedere afzonderlijke ondernemer worden afgerekend bij afzonderlijke counters die van elkaar kunnen worden gescheiden. Ook vinden zij dat het om een grote wijziging van het eerdere bouwplan gaat, zodat het gemeentebestuur hun de gelegenheid had moeten bieden hen opnieuw aan te horen. De projectontwikkelaar had volgens hen een geheel nieuwe bouwaanvraag moeten doen.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 23 november 2016. Komende woensdag volgt de uitspraak.