Familie Vrieslander kon niet onderduiken en stierf in Sobibor

Steenwijk - Voorafgaand aan de 4 mei-herdenking werden ’s middags verhalen verteld bij vier Joodse huizen in Steenwijk.

Open Joodse Huizen - Huizen van Verzet vond voor de eerste keer in Steenwijk plaats. Op de plek waar de geschiedenis zich afspeelde, vertelden huidige bewoners, nazaten, getuigen, oude en nieuwe buurtgenoten persoonlijke verhalen over vervolging, verzet en bevrijding.

Er waren herdenkingen op vier locaties: Markt 8, Scholestraat 15, Gasthuisstraat 10 en Tukseweg 108.

Adriaan Meij

In de Gasthuisstraat (bij Bloemisterij Gaal) vertelde Adriaan Meij uit Meppel over zijn joodse speelkameraadje Mirjam Vrieslander.

Haar vader, Hijman Vrieslander, werd in 1939 voorganger van de Joodse Gemeente in Steenwijk. In datzelfde jaar trouwde hij met Carolina en in april 1940 – enkele weken voor de bezetting - werd hun dochter Mirjam geboren. Hun zoon Daniël was het enige joodse kind dat tijdens de oorlog in Steenwijk ter wereld kwam.

Hijman bleef trouw aan zijn functie. Hijman en Carolina probeerden ondanks alle dreiging door te gaan met hun leven en vond in Meester Meij, het hoofd van de school in Kalenberg, een geestverwant. Zoon Adriaan Meij speelde altijd met Mirjam wanneer de familie Vrieslander vanuit Steenwijk naar Kalenberg kwam. Jaren later vroeg Adriaan zich af wat er met Mirjam was gebeurd en hij vertelde over zijn zoektocht.

Kalenberg

Het gezin Vrieslander logeerde veel bij de familie Meij in Kalenberg. Daar onderduiken was geen optie, omdat het onderwijzersgezin door de NSB in de gaten werd gehouden. Hijman bleef plichtsgetrouw zijn taken uitvoeren. Omdat Wolvega de enige plaats was waar nog onder rabbinaal toezicht geslacht mocht worden, ging hij daar op de fiets heen.

Hij was vertegenwoordiger van de Joodsche Raad. Het kantoor van de Raad was op dit adres gevestigd. Ook werden hier vanaf mei 1942 kleermakerscursussen gegeven voor Joodse mannen die uit overheidsdienst waren ontslagen of van wie het bedrijf door de Duitsers was gevorderd.

Transport

De cursussen duurden tot juli ’42 toen de Joodse mannen naar de werkkampen moesten. Ondanks zijn functie als contactpersoon van de Joodsche Raad ontkwam Hijman niet aan tewerkstelling. In de vergadering van het kerkbestuur op 9 augustus 1942 deelde Hijman mee dat hij naar een kamp moest. De volgende dag werd hij uit zijn huis gehaald en op transport naar Ruinen gezet. Weer een dag later is hij doorgestuurd naar Westerbork.

Onder de verzachtende term ‘gezinshereniging’ volgden Carolina, Mirjam en Daniël korte tijd later. Zij bleven 8 maanden in Westerbork. Op 18 mei 1943 werden zij op transport gesteld naar Sobibor, waar zij drie dagen later zijn omgebracht. Hijman was 30, Carolina 29, Mirjam 3 en Daniël 2 jaar.

Stolpersteine

Op 7 december 2016 zijn hier vier stenen (Stolpersteine) gelegd. Stolpersteine oftewel ‘struikelstenen’ worden zo genoemd omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart, en je moet buigen om de tekst te kunnen lezen. Op de stenen zijn, in een messing plaatje, de naam, geboortedatum, deportatiedatum en plaats en datum van overlijden gegraveerd.

De stenen aan de Gasthuisstraat zijn destijds geadopteerd door de Sint Clemensschool, de Bernhardschool en de Beatrixschool en door Harma B. Prinsen de Vroome, die toen sprak bij de steenlegging.