Uur U is aangebroken voor koloniën

Frederiksoord - Hebben de lobbypogingen effect gehad en worden álle zeven Koloniën van Weldadigheid op de Unesco werelderfgoedlijst geplaatst?

Is deze unieke status alleen weggelegd voor de kolonie Frederiksoord/Wilhelminaoord of besluit de Unesco de koloniën helemaal niet op de werelderfgoedlijst op te nemen? Het antwoord op deze vragen wordt zaterdag of zondag in Bahrein gegeven.

Lang leken de sterren gunstig te staan in het proces om de Koloniën van Weldadigheid op te nemen op de Unesco werelderfgoedlijst. Totdat half mei Icomos, een belangrijk adviseur van Unesco, met de nodige kritiek kwam. Zo zouden niet alle vroegere koloniën van weldadigheid in aanmerking moeten komen voor de verlangde werelderfgoedstatus. Alleen het gebied rond Frederiksoord en mogelijk nog een tweede vrije kolonie zijn volgens Icomos daarvoor bijzonder genoeg.

Het advies was een koude douche voor de stuurgroep. ‘Een magere opbrengst van alle gedane inspanningen om de koloniën op de erfgoedlijst te krijgen’, zo treurde Cees Bijl. De Drentse gedeputeerde is voorzitter van de Nederlands-Belgische stuurgroep die zich hard maakt voor de erfgoedstatus van de vroegere koloniën van weldadigheid. Bijl heeft de laatste maand alles op alles gezet om de beslissers anders te doen besluiten dan het advies van Icomos.

Armoede tegengaan

De Maatschappij van Weldadigheid is gestart op initiatief van de sociaal bewogen generaal Johannes van den Bosch. In 1818 had hij het plan om de verstikkende armoede in het berooide Nederland tegen te gaan. Koning Willem I keurde zijn plan goed. De generaal mocht de stedelijke paupers perspectief op een beter bestaan bieden door het aanbieden van werk, onderdak, scholing en zorg in nieuw op te richten landbouwkoloniën.

Volgens oud-minister van Cultuur Jet Bussemaker zijn de Koloniën van Weldadigheid een voorbeeld van de verheffing van het volk. ‘Het project werd in de 19e eeuw gestart om mensen te helpen hun leven weer op de rit te krijgen, met leerplicht en medische zorg. Maar de inwoners moesten ook hard werken en zich aan strenge regels houden. Ze zijn een plek op de Werelderfgoedlijst van Unesco waard.’

Moderne denken

De Koloniën van Weldadigheid in Frederiksoord/Wilhelminaoord, Boschoord, Willemsoord en Oost- en Westvierdeparten, Ommerschans, Veenhuizen, Wortel en Merksplas hebben aan de wieg gestaan van het moderne denken over het verbeteren van de leefomstandigheden van mensen en het geloof in de maakbaarheid van de samenleving.

Tussen 1818 en 1825 is hier woeste grond door armen uit de steden omgezet in landbouwgrond, om in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. De combinatie van arbeid, landontginning en landbouw, het opleggen van normen en discipline en tegelijkertijd beloning en verplicht onderwijs voor iedereen, was uniek in zijn vorm. Het was een compleet nieuw model voor armenzorg, een vroegtijdig sociaal experiment dat daadwerkelijk en heel grootschalig is uitgevoerd. Zeker geen onverdeeld succes, maar wél de voorloper van de verzorgingsstaat.

Grote betekenis

Het model stond tot ver buiten de landsgrenzen in de belangstelling en kreeg daar ook navolging. Dat maakt de Koloniën tot erfgoed met grote betekenis voor veel mensen. Net als het feit dat de werkwijze tot op de dag van vandaag nog zichtbaar is in het landschap, en de huidige functies zoals landbouw en gevangenissen rechtstreeks voortkomen uit het maatschappelijk experiment dat de Koloniën van Weldadigheid was. En dit erfgoed moet gekoesterd worden.

Vandaag de dag heeft 1 op de 16 Nederlanders voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. Ook zijn de Koloniën nog steeds herkenbaar aan hun unieke lanen en gebouwen, die qua uitstraling sterk op elkaar lijken en bovendien nog in goede staat verkeren.

Nominatiedocument

Ruim zeven jaar is er door de 14 samenwerkende partijen hard gewerkt aan het nominatiedocument over de geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid en wat er nu nog van terug te vinden is in Nederland en België. Begin vorig jaar werd in Parijs het dossier overgedragen waarvan gehoopt wordt dat het Unesco overtuigt om onder meer de Koloniën van Weldadigheid in Frederiksoord/Wilhelminaoord, Willemsoord, Ommerschans, Veenhuizen en het Belgische Merksplas en Wortel tot werelderfgoed uit te roepen.

Hiermee kwam ook een einde aan de intensieve samenwerking om het gedachtegoed van generaal Johannes van den Bosch een plaats te geven op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het besluit wordt dit weekeinde bekendgemaakt, zo is de verwachting. Dat is precies tweehonderd jaar na de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid.

Unieke waarden

Oud-wethouder Erik van Schelven van Westerveld zei bij het indienen van het nominatiedossier als blij te zijn met wat er tot dat moment al was bereikt. ‘De unieke waarden van de Koloniegebieden zijn al aangetoond en onder de aandacht gebracht.’ De wethouder was toen ook al voorzichtig over de gevolgen van een eventuele benoeming. ‘Een definitieve plek om de werelderfgoedlijst moet niet tot te hoge verwachtingen leiden. We moeten niet de illusie hebben dat er ineens tien keer zoveel toeristen naar Westerveld komen. Wel zal de status een specifieke groep mensen aantrekken.’

Het uitroepen van de Koloniën van Weldadigheid tot Unesco Werelderfgoed betekent volgens velen een geweldige impuls voor de economie, het toerisme en de recreatie in Westerveld en Steenwijkerland. Vooral in die laatste gemeente wordt reikhalzend uitgekeken naar de uitslag, want lukt het om de koloniën op de werelderfgoedlijst te krijgen, dan heeft Steenwijkerland een nationaal park, een stad van kastelen, Giethoorn én werelderfgoed binnen de gemeentegrenzen.