Door de ogen van... André Lampe
Door André Lampe

Tante Gea

Binnen elke vereniging, camping, buurthuis, woonwijk, café, of noem het maar op, zijn ze te vinden. De mensen die door iedereen Oom of Tante worden genoemd, ondanks dat ze geen familie van een ieder zijn.

Het zijn meestal kleurrijke en innemende mensen die vaak wat afwijken van de massa en die doorgaans ook nog de humor aan de kont hebben hangen. Mijn favoriete zo benoemde tante en oom zijn al naar het hiernamaals, maar het waren lokale iconen die bij velen herinneringen zullen oproepen en die zeker binnen onze vrienden- en kennissenkring nog steeds legendarisch zijn.

Schoonzonen

Gea Knol-Bijker was onze onbetwiste favoriet in de Tante categorie. Een lieve gezellige vrouw, maakte van haar hart geen moordkuil en had een zeer uitgesproken mening. We zaten graag bij haar aan de stamtafel in het café. Tante Gea op de praatstoel met een glaasje port voor haar neus. Mooie verhalen vertelde ze en altijd met humor en zelfspot geladen. Tante Gea had het vaak over haar drie dochters, daar was ze mirakel gek mee. En dat ze ook op ons gezelschap gesteld was, zo kregen wij op een gezellige avond zomaar een bevestiging van. Uit het niets zei Tante Gea eens: Jongens het is jammer dat we in Nederland niet aan uithuwelijken doen, anders waren jullie nu mijn schoonzonen geweest hoor. Jullie zijn door de ballotagecommissie goedgekeurd.

Als een ware freule

Humor had ze in overvloed. Over de paardensport en haar vakantiereizen, vooral die naar Amerika kon ze geweldig gedetailleerd vertellen. En wat ik persoonlijk mooi vond aan Tante Gea… ze ging altijd netjes gekleed en stijlvol opgemaakt met het haar strak in model een avondje uit. Als een ware freule deed ze dan haar intrede, met een warme begroeting voor een ieder. Met het vorderen der jaren kwam er wel een wandelstok en een arm van echtgenoot Jan aan te pas en hondje Joris liep ook nog eens trouw aan haar zijde, maar desondanks bleef het een statig gezicht.

Wijsheid

Ze genoot van mensen om haar heen, een leuk muziekje op de achtergrond vond ze gezellig en onder het genot van een versnapering zag je haar genieten. Tegen mij begon ze ook altijd even over mijn vader. Daar had ze in haar jeugdjaren nog verkering mee gehad. Of dat verder een rol speelde weet ik niet, maar als ze mij waar dan ook maar in het vizier kreeg, dan moest ik mij steevast even melden bij Tante Gea. ‘Kom ies bi’j mij zitt’n miejonge’, zei ze dan. En voor je het in de gaten had, zat je zo een paar uur met de struise dame te praten. Haar oprechte interesse in hoe het mij in het leven verging was welgemeend en dat waardeerde ik ten zeerste. En aan het eind van een gesprek kreeg ik altijd de wijsheid mee: Geniet van het leven, het duurt maar even... En die wijsheid neem ik mij nog dagelijks ter harte...