Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus… geluksdag

We reden schier langs een vrachtwagen met haaks erop een personenauto. Inclusief bestuurster. Gelukkig waren de hulpdiensten er en gelukkig zag het er naar uit dat de mevrouw niet ernstig gewond was. Ze zag er vooral heel geschrokken uit en de voltallige bemanning van mijn auto – inclusief ikzelf – voelden diep mee met deze mevrouw die overduidelijk een enorme pechdag had.

Wij prezen onszelf nog maar eens gelukkig dat we nog nooit een auto-ongeluk hadden gehad. We hadden alleen wel eens met pech langs de weg gestaan. Daar hadden we vorig jaar zomer met de camper en afgelopen winter met de auto een abonnementje op, dus in geval van pech zijn we gedrild.

Dat trof, want we waren nog geen vijf kilometer verder of de auto besloot ermee te stoppen. Op de A28. We prezen ons gelukkig dat we tijdig aan de kant konden komen. Gelukkig regende het niet, ook een zegen. En we hadden geluk, want ik had de hulpdienst nog niet gebeld of er stond een vriendelijke Rijkswaterstater voor mijn neus. Nog geen kwartier later werden we afgevoerd.

Gelukkig maar, want dat betekende dat we tenminste ín de auto konden wachten op de wegenwacht. Want het regende weliswaar niet, het was wel koud. De film hadden we inmiddels ruimschoots gemist en de lunch ook. Gelukkig had ik nog één mandarijn in mijn tas zitten. Gelukkig had ik mijn telefoon de nacht ervoor opgeladen dus we konden in elk geval spelletjes spelen. Al met al hadden we heel wat zegeningen te tellen. En daar hadden we alle tijd voor, want de wegenwacht had het druk dus we moesten, eh… wegenwachten.

Na twee uur bakkeleien wie er aan de beurt was voor een spelletje op mijn telefoon, jammeren dat we de film gemist hadden, vermelden dat er honger was, klagen dat het koud was en hier en daar een handgemeen, kwam Tony ons redden.

En Tony was grappig. Voor het eerst in twee-en-een-half uur konden we weer lachen. Tony bleek wegenwachter én de oom die we altijd gemist hebben. Hij bracht niet alleen mijn auto weer tot leven, hij kreeg er bij de kinderen in wat mij niet lukte (lief zijn voor elkaar, niet zo veel op de telefoon, goed slapen en goed ontbijten). De volgende keer dat we pech hebben, willen we graag geholpen worden door ome Tony. Maar ja, zoveel geluk zal ik wel niet hebben.