Ontwapenende André Manuel schiet uit de heup

Meppel - Dit seizoen is er in Ogterop waarschijnlijk nog niet zoveel gelachen als gisteravond in de Engelenbak om André Manuel. Hij zegt van zichzelf dat hij een Twentse kutclown is, een dreejklezoew, de titel van zijn programma, maar wel één van de grappigste soort.

Hij neemt absoluut geen blad voor de mond. Onderwerpen die bij andere cabaretiers inmiddels in de taboesfeer zijn beland, neemt Manuel op de korrel. Ontwapenend schiet uit de heup. Daaraan vertilt hij zich geen moment. Hoe hij het voor elkaar krijgt, dat hij zonder gêne vergoelijkend doet over Adolf Hitler. Dat is het ambachtelijke geheim van André Manuel. Zijn Twentse accent is daarbij een belangrijk instrument. Hij zegt harde dingen, maar het klinkt niet echt genadeloos confronterend.

Liedjes

Hij zingt prachtige liedjes op een manier die doet denken aan Cornelis Vreeswijk. Hij begeleidt zich daarbij op de gitaar, ontspannen tokkelend. Mooie romantische liedjes, ballades met een actueel thema en een ultrakort liefdesliedje: ‘Ja. Ik ook van oe.’

Het eenvoudige decor bestaat uit zeven schilderijen of posters die de zeven hoofdzonden illustreren. Tijdens een Europese trip langs even zoveel steden en locaties ontmoet hij gesprekspartners en komen thema’s over schuld en boete, lust en luiheid, over vooroordelen en afnemende tolerantie aan bod.

Zonder onderscheid zet hij christenen, joden en moslims te kijk. Zwart en wit krijgen er gelijkelijk humoristisch en soms sarcastisch van langs. Het duiveltje in de goedzak die hij in wezen is, neemt vaak het heft in handen. Sommige opmerkingen en conclusies zouden moeten leiden tot verwarring en schrik, maar niet bij de bezoekers van André Manuel. Hij wordt geaccepteerd, zoals hij zich presenteert.

Aan het einde van zijn reis moet hij voor een laatste verblijf een keuze maken tussen een Frans plaatsje waar twee moslimterroristen een priester hebben vermoord of Utoya waar Anders Breivik moorddadig te werk ging. André Manuel zet daarbij en passant rechts- en links-extremisme tegenover elkaar. Hij maakt daarin geen keuze. Manuel wijst beide extremistische stromingen hardhandig af. Met soms zwarte humor strooit hij zout, dat terecht kan komen in open wonden. Dat is het werk van een clown. Hij plaatst zichzelf zeer grappig in een onbeholpen circus waar niet bepaald de beste artiesten optreden, maar het publiek moet het er maar mee doen. Hij koketteert met zijn optredens in kleine zalen, grappig, eerlijk en met een lenige geest.

Wie André Manuel voor het eerst in levende lijve ziet en aanhoort in zijn inmiddels 16e voorstelling raakt direct verslingerd aan zijn directe humor. In gesprek met een toeschouwer raakt hij even de lijn van het programma kwijt. Maar het kan ook zijn dat hij dit fantastisch acteert.

Kostelijk

Soms hakkelt hij en dan weer slingert hij een lange en ingewikkelde volzin in het Twents en in het Duits de zaal in. Kostelijk. De zeven hoofdzonden uit de katholieke traditie - hoogmoed, jaloezie, boosheid, vraatzucht, wellust, hebzucht en lusteloosheid - komen tijdens de reis langs Europese bestemmingen in monologen en dialogen voorbij. De hotels hebben van Manuel bijzondere namen gekregen. Hij vertaalt de thema’s die hij aansnijdt met woordspelingen en fraaie beelden. Dan is er weer een bloemetjesjurk dan weer een uniform, dan weer een bloemetjesjurk en dan weer een uniform.

Strijdbaarheid en onbevangen vrolijkheid gaan bij André Manuel als boezemvrienden hand in hand. Ondanks Kees van der Staaij.

Ton Henzen