Het moderne leven
Door Misja Boonzaayer

Dus… radio annexatie

Er hebben, sinds er mini mevrouwen en een mini meneer Boonzaayer zijn, wat verschuivingen plaatsgevonden in het recht van eigendom bij ons thuis.

Zo was ooit de badkamer voor het merendeel van de tijd van mij. Dat lekkere plekje achter glas in de zon ook. En dat ene moment waarop ik dan op dat ene plekje achter glas in de zon zat, dat moment was ook van mij. Wanneer ik in gesprek was met meneer Boonzaayer, voerden wij een gesprek met hele zinnen. En wanneer ik in mijn auto reed, was het mijn auto. Met de radio hard op mijn lievelingszender.

Tot de mini Boonzaayers dus kwamen. Toen was mijn auto niet meer alleen van mij, maar van mij én de cd met superleuke songs voor kleuters. De troep in de auto was niet alleen het schilletje van de mandarijn die ik tijdens de laatste rit had opgepeuzeld, maar ook de verpakkingen liga, de bananenschillen, de zoek gewaande spenen en de mis gemikte rozijnen. De achterbank was niet alleen de plek om mijn jas kreukvrij mee te nemen, maar ook van Beer, sokken en schoenen die standaard uitgetrapt werden.

Ik accepteerde het allemaal lijdzaam.

De laatste jaren werk ik aan mijn come-back. Doe ik een poging om mijn auto weer te annexeren. Dan eis ik bijvoorbeeld (in een vlaag van hoop) dat iedereen iets meeneemt uit de auto. Oók als het niet van henzelf is. Dat je bijvoorbeeld, gewoon, omdat we elkaar helpen, je schooltas meeneemt, én gelijk die van je zus ook even meepikt. Dat je meehelpt de auto schoon te houden. Vrij van lollypapiertjes - plakkend op de meest interessante plekken -, voetbalplaatjes, chips (wanneer hebben ze dat eigenlijk in de auto zitten eten?), lege pakjes drinken, onopgegeten schoolfruit en knutselwerkjes van Pasen 2017.

Wat er meestal op neerkomt dat ik in blinde paniek, gewapend met een plastic tas - duimend dat hij groot genoeg is - als een gek alle zooi uit de auto verzamel als ik in een opwelling heb beloofd een groot mens wel een lift te geven. Waarna ik mezelf, nadat ik de hele auto heb vrijgemaakt van bovenstaande én die belangrijke brief voor school die ik nog moest invullen, hoor verontschuldigen dat ze niet op de rommel moeten letten. Waarna ik meestal een zorgelijk stilzwijgen als antwoord krijg.

En dan rijd ik maar gewoon stilletjes weg. Met de radio hard. Op míjn zender. Want die slag heb ik gewonnen dus.