‘Ik kijk altijd naar boven’: Voor boswachter Yntze de Vries is de tijd omgevlogen

Aan de picknicktafel bij de Lende, nabij het Stuttebos word je belaagd door rupsjes en ander ongerief. De rups is van de wintervlinder die in de eik gehuisvest is, weet Yntze de Vries. Veertien dagen geleden was het hier een andere aanblik met de hoge waterstand, nu voert de Lende rustig kabbelend het water door.

Yntze de Vries (1958) is in Boschoord geboren waar zijn ouders een boerenbedrijf hadden. Hij was altijd buiten te vinden, dat was zijn lust en leven. Toch kwam een baan in de natuur pas later op zijn pad. Hij ging naar de ambachtsschool en zou als hij het advies van de docent gevolgd had op de mts zijn beland. Daar stak hij zelf een stokje voor, hij wilde naar de landbouwschool.

Schoonmoeder

Al gauw volgde daarna de militaire dienst en het was zijn schoonmoeder die hem attendeerde op een vacature bij Staatsbosbeheer. En zo kwam het dat De Vries zijn carrière bij deze organisatie begon. De eerste 10 jaar als bosarbeider en voerman bij het Drents-Friese Wold. Dat was een pittig bestaan, zoals het handmatig ‘schulpen’ van de bomen die vervolgens met paard en wagen uit het bos werden vervoerd.

Stroomdallandschap

De wereld lag er toen anders bij, vertelt De Vries. Toen zat je nog in de ‘velling’, omzagen en uitsnoeien. En nu werkt Yntze de Vries alweer 31 jaar als boswachter beheer bij Staatsbosbeheer in Zuidoost Friesland. En dat bevalt hem uitermate. Dit stroomdallandschap met meer dan 900 landschapselementen, daar voelt hij zich mee verbonden.

Randenbeheer

De boswachters van vandaag zijn specialistischer en hij ziet zijn taak om de bossen voor de komende generaties te behouden. Zoals door bomen die geplaagd worden door een andere boom vrij te maken en sterke bomen te selecteren. De laatste vijftien jaar heeft hij zich sterk gemaakt voor het randenbeheer en de bomen die dreigden te verstikken vrijgemaakt. Op dit resultaat is hij trots en hij wijst naar de randen met bloeiende meidoorns, vuilbomen en lijsterbessen. In het natuurgebied de Meenthe (nabij Noordwolde) heeft hij ook een mooi ecologisch verbindingsproject neergezet. De dode Douglasbomen (door droogte) zijn daar gekapt, zodat er ruimte kwam voor de heide en andere naaldgewassen. De eerste jonge kiempjes piepen al boven de grond.

De tekst gaat verder na de foto

‘Bos kan niet zonder onderhoud’

Voor Staatsbosbeheer heeft de tijd ook niet stil gestaan. De organisatie staat regelmatig in de schijnwerpers en niet altijd positief. Rigoureus kapbeleid wordt hun vaak verweten. Maar een bos kan niet zonder onderhoud, zegt De Vries. Kappen gebeurt na grondige inventarisatie eens in de acht jaar, Dode bomen met nesten en holen blijven staan: ‘Dood hout leeft’. Het huidige klimaat laat sporen na en dat bomen omvallen door de droogte is hier een gevolg van. De letterzetter op de naaldbomen kreeg ruim baan hierdoor. De oppervlakkig wortelende berken leggen het loodje en de essentaksterfte heeft ertoe geleid dat er bijna 170 hectare gekapt moest worden in zuidoost Friesland.

Samenwerking

Botanisch beheer is een prioriteit bij de organisatie. Zoals ‘Maai mei niet’. In de meimaand blijven de machines in de schuur en krijgt het fluitenkruid, de smalle weegbree, de pinksterbloem de ruimte om te bloeien en insecten te verwelkomen. Een nauwe samenwerking met partners waaronder gemeenten en het Waterschap is een feit. ‘De verantwoordelijkheden zijn bijgedraaid’, vertelt Yntze de Vries. ‘Dat was vroeger niet mogelijk, maar we hebben elkaar nodig, daar is iedereen nu wel van overtuigd.’

Sociaal en positief

Terugblikkend is de tijd omgevlogen. ‘Er is veel veranderd in de loop der jaren en deze ontwikkelingen heb ik met plezier meegemaakt. Ik ben een sociaal en positief ingesteld mens. In de omgang met het publiek geef ik goedbedoelde adviezen en ben duidelijk in de conversatie. Bomen gaan me aan het hart en als ze doodgaan kan ik ervan in de mineur raken. Alle energie die ik erin heb gestopt voor het behoud is dan voor niets geweest. De komende tijd ga ik met plezier door, wel een dagje minder om meer met familie te zijn. En ik blijf fietsen, fluiten en naar bomen kijken. Ik kijk altijd naar boven.’