Daniël Arends houdt een pleidooi tegen gekwetstheid in meesterlijke show

Twee voorstellingen op één avond, en dan ook nog een WK-wedstrijd die daar tussendoor fietst. Dat moet voor een cabaretier toch een hele opgave zijn. Als je dan ook nog te maken krijgt met een geluidsinstallatie die de eerste vijftien minuten een storende zoemtoon voortbrengt, zou je zo maar uit je ritme gehaald kunnen worden. Maar dat gebeurde niet bij Daniël Arends, die deze lastige omstandigheden in een uitverkocht Ogterop uiterst bekwaam om wist te zetten in een flink aantal bonusgrappen. Ook de rest van zijn voorstelling Thuis praat ik bijna nooit is ijzersterk.

Daniël Arends.

Daniël Arends. Foto Jaspar Moulijn

Het was afgelopen vrijdag een probleem waar meer theatershows en concerten mee te maken hadden: de kwartfinale van het Nederlands elftal tegen Argentinië op het WK. Aangezien we de discussie over wel of niet kijken alweer enige tijd achter ons lijken te hebben liggen, werd al snel duidelijk dat veel tickethouders het voetbalfeestje niet aan zich voorbij wilden laten gaan. Schouwburg Ogterop had dat opgelost door de eerste show van Arends vroeger te laten beginnen en het publiek in de gelegenheid te stellen om in de foyer op een groot scherm naar de wedstrijd te kijken. Na dit verlengde pauzeprogramma werd Arends’ tweede show God is mijn rechter ten tonele gevoerd.

Nieuws

menu