Mevrouw Kappers.

De buren van...: Jopie Kappers (86) is blij dat de zon weer schijnt

Mevrouw Kappers. Foto: Smits creatieve teksten

De zon gaat weer schijnen, bezoekjes naar buiten kunnen weer wat vaker plaatsvinden. Lekker naar buiten een rondje door het Wilhelminapark of - zoals woensdagmiddag - even heerlijk de tuin in. „Er was ook iemand met een gitaar, hij komt wel vaker. Dat is hartstikke gezellig,” vertelt Jopie Kappers (86).

„Ik woon op de eerste verdieping en heb geen balkon. De winter was lang. Ik ben heel blij dat ik weer de tuin in kan. Je ziet weer wat, je hoort de vogels weer.”

Jopie Kappers is net aangeschoven voor de koffie in het atrium van het Irenehuis in Meppel. Voor het gesprek mogen we even een plekje zoeken aan een andere tafel. Rond koffietijd gaat het hier iedere morgen zo, met ongeveer het vaste clubje. „Wat we doen? Even lekker roddelen”, lacht ze. Om serieuzer te vervolgen: „De ene keer knutselen, de andere keer een spelletje. Sinds drie weken mag dit weer. Er was niks aan de hele tijd maar op de kamer. Mijn beide dochters wonen in Meppel, maar er mocht er al die tijd maar één op bezoek komen. Nee, dat is helemaal niet leuk. Voor hen natuurlijk ook niet. Nu mogen er gelukkig weer twee mensen op bezoek komen. Maar met de paasbrunch, aankomende zondag, mag er weer niemand mee. Dat is dan weer heel erg jammer. Ja, het is een gekke situatie.”

‘Mooie plek’

Jopie Kappers woont drie jaar in het Irenehuis. „Een mooie plek, hoor. Ik kijk aan de achterkant zo op de tuin en richting de weg en de Reest. Daar heb ik wel geluk mee gehad.” Drie jaar geleden lukte het niet meer, samen met man Herman zelfstandig wonen aan de Reestlaan. „Ik had al huishoudelijke hulp en ik werd steeds minder. Koken lukte niet meer, ik stootte de pannen van het gasstel. De maaltijden bestelden we. Toen konden we een plekje hier krijgen. Mijn man vond de overgang makkelijker dan ik. Ik vond het lastig, je moet alles overgeven. Gelukkig hebben we hele leuke verzorgsters.”

Het werd mevrouw Kappers niet makkelijk gemaakt. Twee maanden nadat ze met haar man haar intrek had genomen in het Irenehuis, overleed Herman op 86-jarige leeftijd. „Hij had kanker en toen is hij ook nog gevallen. Zijn hele linkerbeen was verbrijzeld. Hij wilde niet meer. Dat was een moeilijke tijd. Gelukkig wonen mijn beide dochters in Meppel. Ze komen vaak.”

Dichtbij de dochters

Het is dus niet voor niets geweest, dat Jopie en Herman vijftien jaar geleden vanuit Zwolle zijn verhuisd naar Meppel. Lekker dichtbij de dochters. Jopie is geboren en getogen Zwolse en heeft er ook met haar gezin altijd gewoond. „Wat er zo leuk is aan Zwolle? Het is groter dan Meppel. Er zijn meer winkels en de markt op vrijdag vond ik ook altijd zo leuk. Maar ik weet nog goed dat Herman altijd zei dat hij in Meppel de mensen in de winkels vriendelijker vond!”

Chocolade en sigaretten

Zes jaar was ze, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Dat moment kan ze zich niet herinneren, maar de bevrijding maar al te goed. „Engelsen kwamen met chocolade en sigaretten. Prachtig vonden we dat! Chocolade hadden we in tijden niet gehad.” De momenten van angst in de oorlog kan Jopie zich ook nog goed herinneren. „Ik ben enig kind. In de straat waar ik met mijn vader en moeder woonde, is een bom ingeslagen. Van de huizen waren alle ramen en deuren eruit, een jaar hebben we op een andere plek gewoond. Op het moment dat de bom insloeg, was ik bij een vriendinnetje. Daar stond een pan boerenkool op het vuur. Die vloog tegen het plafond, ik zie hem nog gaan. We schrokken ons wezenloos. Zeker waren we bang, er waren twee mensen omgekomen. Maar ik herinner me ook nog dat we lol hadden. Door de klap van de bom was onze voordeur naar binnen ingeslagen, hij lag op de grond. We hadden zo’n tringelbel en die deed het nog. Met mijn vriendinnetje heb ik daar heel vaak opgestaan!”

Camping d’Hof

Zwolle werd na de oorlog opgebouwd en Jopie en Herman leerde elkaar kennen tijdens het dansen. Ze lacht. „Het was met recht liefde op het eerste gezicht.” Met een gelukkige blik in haar ogen kijkt ze terug op hun mooie tijd samen. „We hebben 45 jaar met de caravan op Camping d’Hof in Giethoorn gestaan. We waren de langste bewoners. De inwoners van Giethoorn kenden ons. Als we in het voorjaar voor ’t eerst weer op de camping kwamen, vroegen ze hoe we de winter waren doorgekomen. We zaten heerlijk met de boot aan het water, prachtig. We kenden de mooiste én rustigste plekjes.”

Jopie en Herman gaven het plekje in Giethoorn op toen ze iets minder werden. „Van de parkeerplek naar de caravan was het een eindje lopen. We werden slechter, we vonden het genoeg geweest.”

Groene Muggen

Tussen al het geklets door, is Jopie de koffie niet vergeten. Haar beker is leeg. „Ze zorgen hartstikke goed voor ons,” herhaalt ze nog maar eens. „Weet je wat ik wel mis? De Groene Muggen.” Ze doelt op de vrijwilligers uit Meppel die de bewoners van het Irenehuis regelmatig mee de stad in nemen. Corona gooit nu roet in het eten. „Een heel leuk initiatief. We gaan telkens op een andere plek koffie drinken en ze brengen je naar welke winkel je maar wilt. Weet je, misschien kan dat straks weer. Dat hoop ik dan maar.”