Meidoorn | Column Natuur om de hoek

Meidoorn met bessen. Foto: Paul Mentink

In zowel de natuur als in tuin en park is er een aantal struiken met in hun naam een onaangenaam element. Ik heb het over de doorn en qua struiken bedoel ik de meidoorn, sleedoorn, duindoorn en vuurdoorn.

Een doorn is een tot een scherpe punt omgevormd uiteinde van een tak. Dit in tegenstelling tot de stekels van een roos, die zitten min of meer verspreid op een stengel en kun je er relatief gemakkelijk afbreken. Bij doornen is dat heel wat lastiger en maakt het snoeiwerk van een dergelijke struik een stuk vervelender. Hoewel de soorten vaak als struik voorkomen kunnen ze in sommige gevallen uitgroeien tot een kleine boom.

Van de vier genoemde struiken is de meidoorn het meest algemeen en komt in heel ons land voor. De sleedoorn komt eveneens op veel plekken voor, maar in mindere mate op de zware kleigronden. Het spreekt voor zich dat de duindoorn vooral in onze duinen te vinden is. De wilde variant van de vuurdoorn is zeer zeldzaam, cultuurvariëteiten uit Zuidoost-Azië zie je vooral in tuinen.

Vlechtheggen

De meidoorn is belangrijk voor allerlei organismen. In het voorjaar produceren de bloemen stuifmeel en nectar en in het najaar dienen de bessen als voedsel. Het biedt daarnaast een goede schuilgelegenheid. Toen ik in het verleden eens op een winterse dag met een vogelvriend naar een stel meidoorns stond te kijken, realiseerden we ons niet dat er drie ransuilen inzaten. Die vlogen pas weg toen ik om een andere reden onder een van de meidoorns ging kijken. Niet alleen de natuur heeft baat bij deze struik, in het verleden diende de meidoorn als afscheiding tussen akkers en weiden. In ons land bekend als vlechtheggen; ze waren decennia geleden vooral in de oostelijke en zuidelijke provincies in gebruik.

Toen ik in de jaren negentig in Engeland woonde, heb ik mij kunnen bekwamen in het leggen van meidoornheggen. Deze techniek is de letterlijke vertaling van de Engelse term hedge laying . Ik was daar lid van de Wigan Conservation Volunteers, een plaatselijke vrijwilligersorganisatie. Eens per maand deden we allerlei klussen in de natuur. Vergelijkbaar met het knotten van wilgen in ons land. Nu heb je aan de overkant van de Noordzee geen traditie van het knotten van wilgen, maar wel het herstellen van afscheidingen tussen akkers. Dat kunnen zowel stenen muurtjes als meidoornheggen zijn.

Ondoordringbare afscheiding

Op gegeven moment is zo’n meidoornheg te hoog en te breed uitgegroeid en kan het de functie van een ondoordringbare afscheiding verliezen. Van elke meidoorn snoeien vrijwilligers alle uitstekende takken, zodanig dat er een enigszins kale stam overblijft. Die stam hakken ze onderaan dan voor driekwart doormidden, waarna ze alle stammen in de lengte van de heg over elkaar platleggen. Vergelijk het met omgevallen dominostenen. Soms gebruiken ze tijdelijk palen tussen of naast de platgelegde stammen, om het geheel in gareel te houden. In het daarop volgende voorjaar kunnen de nieuwe uitlopers uitgroeien tussen de platgelegde stammen. Zelfs de platgelegde stammen kunnen deels weer uitlopen. Het resultaat is een keurige en ondoordringbare afscheiding.

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)

Nieuws

Meest gelezen