Opbrengst rietvelden neemt met 35 procent af. Niemand weet waarom: ‘Ik hoop dat we de oorzaak kunnen achterhalen en dit oplossen’

Streekredactie / Eelco Kuiken

Het riet in de Weerribben en Wieden ruist in de wind. De gepluimde stengels fluisteren over een raadsel wat rondwaart door de kreken. Sinds een jaar of vijf loopt de opbrengst van de gouden holle stengels terug en niet met een beetje. Sommige percelen brengen 35 procent minder riet op. Hoe het kan? Niemand die het weet.

Wout van de Belt (59) werkt als natuurbeheerder en rietsnijder al zijn leven lang tussen de halmen, net als zijn vader, opa en overgrootvader. Het snijseizoen dat loopt van eind december tot april is in volle gang. Wout is druk. Ooit tijdens de krakende vorst, nu met temperaturen die soms in de dubbele cijfers lopen. „Jaren geleden was vorst een must, nu niet meer. We werken met wat grotere machines en dan is ijs soms lastig. De klimaatverandering treft ons wat dit betreft niet.”

Voor dag en dauw is hij op pad in de stilte van het ruisende riet. Hij kent elke kreek, elk perceel en hij ziet elke verandering. Wout is riet en door zijn aderen stroomt Wiedenwater. 's Mans scherpe ogen registreren alles. „Cijfers liegen niet. Al een jaar of vijf is een fors dalende opbrengst te zien. Natuurlijk is het zo dat de oogst het ene jaar beter is dan het andere, maar dit is anders; dit is een onzichtbare kracht die ons teistert.”

Rietexpert van Nederland

Wout uit Belt-Schutsloot is voorzitter van Natuurcollectief Noordwest-Overijssel, waarbij eigenaren van natuur en rietland in de Weerribben - het noordelijk deel van Nationaal Park Weerribben-Wieden - zijn aangesloten. Hij is al dertig jaar bestuurlijk actief in belangenverenigingen en geldt zo’n beetje als de rietexpert van Nederland. Als iemand het weet, is hij het, maar ook de Beltiger tast in het duister.

Niet alleen in de Wieden en Weerribben is dit zo, maar overal in ons land waar riet wordt geteeld kampen telers met een lagere opbrengst en dus minder geld. Dat heeft grote gevolgen, ook financieel. De telers krijgen een vaste vergoeding voor het natuurbeheer, maar als hun inkomen met 35 procent terugloopt, komen veel huishoudboekjes in de knel. In de markt verandert er weinig. Ook elders uit de wereld, zoals uit China, komt riet.

Subsidie

Wie denkt dat rietsnijders kunnen leven van de stengels die ze elke winter oogsten, heeft het mis. Zonder subsidie ligt er geen Nederlands riet op de daken. Riet is een natuurproduct, maar om steeds weer halmen te krijgen, is menselijk ingrijpen nodig. Rietsnijders zijn vooral landschapsbeheerders. Ze zorgen ervoor dat het oeroude cultuurlandschap, beroemd in de wereld, blijft zoals het is. Dat kost veel geld en het levert een beetje op: riet op de daken van (welgestelde) mensen.

„Vijf jaar geleden haalden we 350 veldbossen riet van 3,5 hectare land, nu 160. De dalende lijn is nog niet ten einde. Als het zo doorgaat, koersen we af op een groot probleem. Het zou goed zijn als dit uitgezocht wordt. Wat mij betreft komt er geld uit de pot van de Belangengroep Duurzame Ambachten in Steenwijkerland om onderzoek te doen naar deze kwestie.”

Grootste laagveengebied van Noordwest-Europa

Noordwest-Overijssel herbergt het grootste laagveengebied van Noordwest-Europa. Ontstaan door ontginning ontstonden er duizenden kilometers aan kreken, meertjes en rietvelden. Er is iets met het water, dat is wel bijna zeker. „Vroeger was het zo: hoe dichter bij het water, hoe hoger het riet. Soms waren de stengels vier meter hoog. Nu is het precies andersom. Hoe dichter bij de kant, hoe slechter.” Wout sopt op zijn grote laarzen rond en pakt wat halmen die bij het water staan. „Troep is het nu, je kan er niks mee.”

„Ik hoor vaak dat het water te schoon is, de visstand loopt daardoor terug en het zou ook van invloed kunnen zijn op het riet, maar aan de andere kant: mijn vader dronk vroeger tijdens het werk gewoon uit de klomp. Toen was het ook schoon”, puzzelt Wout. „Het zou ook kunnen dat het met fosfaat te maken heeft, kunstmest dus. Dat heb ik uitgetest. Op een perceel gebruikte ik kunstmest, op een ander stuk niet. Het had geen effect.”

Gewasbescherming

Een kleine oorzaak is wel aan te wijzen. Sinds een aantal jaren mogen de riettelers niet meer aan gewasbescherming doen van Natuurmonumenten. Niet meer spuiten dus. Daardoor steekt de grootste vijand van de telers de kop op: haagwinde. Een plantje wat het riet verdrukt en al het andere wat er kan groeien. „Dat heeft wel wat gevolgen, maar dat verklaart niet deze grote terugloop”, zegt Van de Belt. „Ik hoop dat we de oorzaak kunnen achterhalen en dit oplossen.”