Danny van der Sluis eindigt op tweede plaats in achtste Dutch Superbike-race

Danny van der Sluis finishte als tweede in de achtste race van dit seizoen. Foto: JTS Fotografie

Danny van der Sluis gaf alles, maar kwam zaterdag net tekort voor de winst in de achtste Dutch Superbike-race van dit seizoen op het TT Circuit Assen. De TT Racing Team-coureur uit Staphorst finishte als tweede, nadat hij ook vanaf deze positie had mogen starten.

Van der Sluis stond op voorhand op een tweede plaats in de stand om het kampioenschap, met een achterstand van 28 punten op leider Ricardo Brink. Gedurende de kwalificaties wist Danny 1.40.836 op de klokken te brengen, waardoor de BMW-coureur vanaf plaats 2 aan de wedstrijd mocht beginnen.

Hoog tempo

De Staphorster kende een goede start, maar had in de sprint naar de eerste bocht wat moeite om de voorkant van de motor aan de grond te houden. Van der Sluis ging daardoor achter Brink als tweede de eerste bocht in. Vervolgens kon de Staphorster aanpikken, maar hij had gaandeweg moeite om het hoge tempo te volgen. Halverwege de race beleefde hij een flink schrikmoment in De Strubben, waarbij hij bijna met een highsider crashte. Dit kostte hem bijna een seconde, en het tempo lag te hoog om daarna nog terug te komen.

Danny van der Sluis pakte met deze tweede plaats 20 punten, maar verloor tevens belangrijke punten in de strijd om het kampioenschap. De BMW-coureur staat nu 33 punten achter op Brink, met nog 3 races te gaan. Op zaterdag 11 september wacht de volgende race al, eveneens op het TT Circuit Assen.

‘Niets is onmogelijk’

Danny van der Sluis: „Het was geen slechte race, maar overall is de nasmaak toch niet heel erg goed, omdat we punten hebben verloren in de titelstrijd. Ricardo had een erg hoog tempo. Ik moest net iets over de limiet rijden om erbij te blijven, nadat ik daarvoor al bijna een highsider had in De Strubben. Het wordt nu erg lastig om nog kampioen te worden, maar niets is onmogelijk. Ons doel is gewoon om de laatste drie races te winnen. Dat is het enige wat we kunnen doen en dan gaan we zien waar we eindigen in de strijd om het kampioenschap.”