Inline-skater Marthijn Mulder in actie: 'Ik weet inmiddels wel dat ik ook naar mijn lijf moet luisteren.'

Inline-skater Marthijn Mulder is onzeker over zijn sportieve toekomst: 'Ik wil geen zielig verhaal ophangen'

Inline-skater Marthijn Mulder in actie: 'Ik weet inmiddels wel dat ik ook naar mijn lijf moet luisteren.' Foto: Frens Jansen

Rouveen/Staphorst - Marthijn Mulder maakt een vrij ontspannen indruk, tegenover mij aan tafel bij Lindenholz in Rouveen, waar hij sinds enkele maanden werkzaam is. Dat is opmerkelijk omdat de inline-skater en marathonschaatser weet dat hij een bijzondere vorm van beenmergkanker heeft.

Mulder geeft toe dat hij het er weleens moeilijk mee heeft, maar de wil om de ziekte te overwinnen is groot. Of dat voldoende is om zijn sportieve toekomst veilig te stellen, is ook voor deze 22-jarige inwoner van Staphorst een vraag die niet kan worden beantwoord.

Niet helemaal fit

Sinds september vorig jaar verkeert Marthijn Mulder in een medisch circuit. Bij een controle werd geconstateerd dat zijn rode bloedplaatjes niet goed waren. „Er werden bij mij veel te veel aangemaakt. Zelf dacht ik eerst dat het misschien kwam door twee valpartijen die ik even daarvoor had gehad en dat mijn lichaam daarvan herstellen moest. Maar ook de latere controles waren niet goed. Het speelde al wat langer, want ik voelde me al een poos niet helemaal fit. Een specialist in het ziekenhuis in Heerenveen onderzocht me en ik kreeg medicijnen. Ik voelde me daardoor al wel wat beter. We hadden afgesproken dat ik regelmatig terug zou komen voor controle, maar dat heb ik niet gedaan. Achteraf gezien is dat natuurlijk stom. Een week of zes later werd ik naar de afdeling hematologie in het ziekenhuis in Groningen gestuurd. Dat was voor een beenmergpunctie. Toen heb ik voor het eerst wat op internet gekeken en van wat daar stond, schrok ik toch wel natuurlijk. Beenmergkanker was namelijk een mogelijkheid.”

Beenmergkanker op zo’n jonge leeftijd is echter uiterst zeldzaam. Marthijn Mulder maakte zich er, ogenschijnlijk, dan ook niet zo druk over. Hij hield de ziekte ver van zich. Toch werd hij lid van een facebookgroep met vijfhonderd lotgenoten, maar dat was geen succes. „Het was duidelijk dat ik veruit de jongste was in die groep en van alles wat daar voorbijkwam, werd ik niet zo vrolijk. Mijn vader zei ook direct dat die groep niks voor me was. Hij had gelijk en twee dagen later ben ik er weer uitgestapt.”

Positieve dingen

Om zijn leven op de rit te houden en ook zijn sportieve ambities niet uit het oog te verliezen, krijgt Mulder wekelijks een medicijn dat hij bij zichzelf inspuit. „Ik heb aan het begin van het jaar een te hoge dosis gehad en daar kon ik slecht tegen. Dat duurde twee maanden en toen kreeg ik een lagere dosering, waarna het veel beter ging. Ja, misschien had ik ook toen meer voor mezelf moeten opkomen, maar blijkbaar zit ik niet zo in elkaar. Het sporten gaat nu echt wel goed. Daar kwamen nog twee heel positieve dingen bij: ik ging naar een nieuwe schaatsploeg, Bouw Select, en ik kreeg werk hier bij Lindenholz in Rouveen. Dat past in mijn straatje. Ik doe van alles, mensen helpen en ook wel fietsreparaties, maar als er klanten zijn voor skeelers, dan halen ze mij er vaak bij. Zo langzamerhand ben ik daar wel deskundig in en ik kan anderen er goed over adviseren.”

Het gaat ondertussen zelfs zó goed dat hij drie weken terug in Medemblik zijn eerste marathonoverwinning boekte bij het inline-skaten. „Ik zit bij het team Konvi, samen met nog wat jongens uit Staphorst en eentje uit Hoogeveen. Die overwinning werd me door de jongens heel erg gegund. Kijk, ik wil geen zielig verhaal ophangen. Het helpt je ook niet vooruit. Mijn vader zei ook tegen me dat je niet in de toekomst kunt kijken en dat je er in principe toch niets tegen kunt doen.” Mulder hint op het christelijk geloof: „Ja, ik ga zondags naar de kerk en dat is prima. Dat geldt ook voor ons team. In het wereldje weten ze dat de jongens uit Staphorst zondags een rustdag hebben, niet trainen en ook geen wedstrijden rijden. Natuurlijk is dat weleens jammer als er bijvoorbeeld een driedaagse wedstrijd is. Dan rijd je vrijdags en zaterdags, maar zondags op de laatste dag moet je verstek laten gaan. Mocht er een keer weer een Elfstedentocht worden verreden en die valt op zondag, dan doe ik niet mee. Dat is een gegeven en daar maak ik me niet druk over.”

Zelfbescherming

Hoe zijn toekomst eruit ziet en zeker ook zijn sportieve, weet Marthijn Mulder niet. „De specialist in Groningen, die ik blindelings vertrouw, zegt ook dat hij daar geen zinnig woord over kan zeggen. Het kan zijn dat ik een beenmergtransplantatie moet ondergaan, maar dat kan over 5 jaar zijn of over 10 jaar. Geen idee en daar maak ik me dan ook niet druk over. Of deze vorm van onverschilligheid ook iets met zelfbescherming te maken heeft? Ja, dat denk ik wel. In principe praat ik niet graag over mijn ziekte, maar soms kun je er niet omheen.”

In zijn hoofd is Marthijn Mulder dan ook graag met de komende wedstrijden bezig. Voor de zomerstop staan er een paar op het programma. „In Heerde is nog een baan- en een wegwedstrijd en dan is het voorlopig even rust. Daarna wil ik er weer graag vol tegenaan, maar ik weet inmiddels wel dat ik ook naar mijn lijf moet luisteren. Dus af en toe wat gas terugnemen. Dat doe ik ook wel, maar dat valt niet altijd mee. Ik hoop in ieder geval dat het ook na de zomerstop goed blijft gaan, en dan straks ook weer op de schaats. Geweldig, ik heb er zin in!”