Jan Stolker jaagt op clubrecords Start’78 bij zeventigplussers: ‘Gewoon lekker Hollandse pot en een biertje drinken’

„Speciale voeding? Nee, doe ik niet aan. Gewoon lekker Hollandse pot en een biertje lust ik ook wel”, zegt atleet Jan Stolker. Hij heeft de 70 lentes al aangetikt, maar geen grammetje vet. Oftewel superslank. „En ik loop ook niet met een horloge of hartslagmeter om. Als ik over de finish kom hoor ik de gelopen tijd wel. Aan mijn lijf voel ik ook of het al dan niet goed gaat, dat is voor mij voldoende.”

Steenwijker Jan Stolker was van beroep automonteur en is als atleet een dieseltje.

Steenwijker Jan Stolker was van beroep automonteur en is als atleet een dieseltje. Foto: Sieb van der Laan

Het bereiken van de respectabele leeftijd van 70 jaar geeft Stolker een aardige uitdaging. Het aanscherpen van clubrecords in zijn ‘nieuwe leeftijdsgroep’ bij Start’78. „Och, als Jan de Lange niet vanwege een knieblessure gestopt was, zou hij alle clubrecords hebben hoor”, zo klinkt het bescheiden. „Veel atleten binnen de club zijn op hogere leeftijd gestopt door blessures. Ik merk ook bij mezelf dat het lopen minder gaat dan vroeger. Regelmatig voel ik de bovenbenen opspelen.” Heel erg lang lid van de club is Jan nog niet. „Rob en Ella de Jong hadden me al een paar keer gevraagd. Ik ben nu een jaar of zes bij Start’78.” Rein Gaastra is zijn masseur. „Zo ik me nu voel hoop ik nog een jaar of 5 door te kunnen.”

Middenvelder

Jan is in de atletiek een laatbloeier. „Geboren in Zuilen bij Utrecht. Eerst twintig jaar gevoetbald bij Vv de Meern. Daar voetbalde ik nog in het eerste elftal met Frans van Seumeren, de eigenaar van FC Utrecht. Ik was middenvelder en moest het vooral van hard werken hebben. Frans was een stormram. We spraken elkaar een paar jaar geleden nog tijdens de feesten rond Kees Kist. Geweldig was dat. Frans heeft ook nog een paar keer de Elfstedentocht geschaatst. Nee, dat heb ik nog nooit gedaan.”

De vader van Jan had een groentekwekerij. Jan z’n broer verhuisde in 1998 naar Zandhuizen bij Noordwolde. „Hij kocht daar een boerderijtje. We zaten zelf zo af en toe op voormalig camping De Bosrand in Vledder. Ook tuften we hier weleens met een oude camper door het gebied.”

Jan en zijn vrouw Gerda wonen nu al 18 jaar op de Woldmeenthe. „Geen moment spijt van gehad. Een prachtige omgeving, met alles lekker dichtbij.” De mensen zijn over het algemeen vriendelijker dan in het westen van het land, zo ervaart Stolker. „Het gedrag is hier anders, ook bij de jeugd. Die steekt de hand op en groet je. In het westen hoor je al snel: „hé ouwe, zout eens even op” en soms steken ze dan ook nog de middelvinger naar je op.’”

‘Laatbloeiend dieseltje’

Jan was van beroep automonteur, als atleet is hij een dieseltje. „Want ik moet even op gang komen. Zo’n 800 of 1000 meter daar ben ik niet zo’n liefhebber van. Dan moet je een flitsende start hebben en kunt dan gemakkelijk je spieren forceren. Zeker op mijn leeftijd. Een 10 of 15 kilometer, of halve marathon, zoals vorige week in Appelscha, vind ik prettig.” In de vorige leeftijdsgroep had Jan 13 clubrecords op zak. „Nu zou ik voor een stuk of 10 kunnen gaan. Die van de 10, 15, en halve marathon heb ik al. Een halve marathon bleek nog nooit iemand in deze leeftijdsgroep van de club te hebben gelopen. Dat had ik niet gedacht.” Stolker noemt drie afstanden waarvan hij de tijd nog wel aan zou kunnen scherpen. ‘Dan denk ik aan de 4 mijl, 5 kilometer, en 10 Engelse mijlen. Ook wel leuk dat Freddie Bouma nu op zijn beurt jacht maakt op de clubrecords voor zestigplussers.”

Actief op Mont Ventoux

Jan Stolker was ook al eens actief op de Mont Ventoux. „Daar was ik in 2011 samen met Rein en Klaasje Gaastra en Egbert Vink. Ik heb toen een stevig stuk op de berg mee kunnen lopen met Joshua Huisman. Dat was tot Chalet Renard. Het ging mij meer om de prestatie, de top halen en niet zo zeer om de tijd. Daarom heb ik onderweg ook nog even gekeken bij het gedenkteken voor Tom Simpson, die overleed op de berg tijdens de Tour de France van 1967.’”

Stolker is een goede loper. „Geen topper hoor. Een hele snelle ben ik nooit geweest. Mijn beste tijd op de halve marathon heb ik in 1989 in Linschoten gelopen, 1 uur en 15 minuten. De hele liep ik een keer in Utrecht langs de Vecht. Lang geleden in 2 uur en 42 minuten.” Aan technische nummers, speer, discus, en kogel, doet Jan niet mee. „Ik vind het erg mooi en knap dat mensen dat kunnen. Zelf heb ik er nooit iets mee gehad. Ben alleen liefhebber van loopnummers…”