Josien Boverhof bij de tennisbaan die naar haar is vernoemd.

Josien Boverhof vindt tennistraining geven nog steeds het allerleukste: 'De overtuiging dat ik het kon halen, heb ik altijd gehad'

Josien Boverhof bij de tennisbaan die naar haar is vernoemd. Foto: Leo de Harder

In deze ‘sportluwe’ periode staan we wekelijks stil bij de ‘Toppers van Toen’. Het gaat daarbij om succesvolle, aansprekende en bekende sporters uit Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Hoe kijken ze terug op hun actieve sportcarrière? Vandaag deel 21: tennisster Josien Boverhof (43) uit Meppel.

Je bent inmiddels 43 jaar, mede-eigenaar van tennisschool Breakpoint en geeft, na een lange actieve tennisloopbaan, nu tennisles bij KJLTC in Kampen. Hoe is het voor jou allemaal begonnen?

„Eigenlijk met tafeltennis op de camping, wat al snel tennis werd. Ik vond het leuk, was enthousiast en gemotiveerd. Ik werd lid van MLTC en als meisje van 10 jaar trainde ik al drie keer in de week. Best veel eigenlijk. Ik raakte echt verslaafd aan het tennisspelletje en ik deed al snel mee aan toernooien. Eigenlijk rolde je er gewoon in. Je wint de clubkampioenschappen, een Drentse titel, en dat is leuk. Want of je nou jong of oud bent: winnen is altijd leuk. Ik weet nog dat ik ook meedeed aan landelijke toernooien. Die werden dan in de zomervakantie gehouden. Dan gingen we, met de vouwwagen, met de familie naar in dit geval Terneuzen. Later werden dat ook weektoernooien en Nederlandse kampioenschappen. Dat meedoen deden we met een vast groepje tenniskinderen uit Meppel. Dat was heel leuk en ook erg gezellig, maar ik wilde voor mezelf er wel iedere keer álles uithalen. Het moest allemaal een doel hebben. Dat is soms best lastig, want tennis is een onvoorspelbare sport. Je kunt tijdens een toernooi niet van tevoren zeggen van: ik speel precies zoveel wedstrijden. Het kan ook zomaar ineens klaar zijn.”

Toen je 18 jaar was en al een poosje in Meppel speelde, koos je voor een ander team. Aan de andere kant van het land. En daarna zelfs aan de andere kant van de wereld: Amerika. Wat was het verhaal?

„In 1997 ging ik het CIOS doen in Heerenveen. Met MLTC waren we een aantal keren kampioen geworden en ik kreeg de kans om in de hoofdklasse bij TV Heerhugowaard te gaan spelen. Ik had het helemaal bedacht. Ik was net 18 jaar en klaar om de wereld te ontdekken, ha ha. Op kamers in Hoorn, trainen in Alkmaar, en met de trein een aantal keer per week naar Heerenveen voor de studie. Daarna heb ik nog twee jaar in Hoogeveen én in Amerika gespeeld. Tijdens toernooien staan weleens coaches van collegetennis te kijken. Ik wist dat er op een gegeven moment eentje aanwezig was die voor een bepaalde speelster kwam. Dat ging blijkbaar niet door, want hij liep meteen het terrein af. Ik had wel interesse, maar mijn spel was hem ook niet opgevallen. Toen ben ik achter die coach aangerend, heb hem op de parkeerplaats aangesproken en zo ging ik uiteindelijk naar Amerika. Ik studeerde aan de University of South Alabama, had een scholarship en tenniste daar. Een ontzettend waardevolle en leuke ervaring. Alabama is toch een beetje het Drenthe van Amerika. Die sportcultuur spreekt mij daar zó aan. Als je ergens goed in bent, dan word je aanbeden. Dat is hier wel anders, maar ik vind Nederland gewoon leuker en daarom ben ik teruggegaan.”

Na twee jaar Amerika keerde je terug. Je was 24 jaar en toen?

„Ik ging weer bij MLTC spelen en dat was een geweldige tijd, omdat we in de eredivisie gingen tennissen. Dat waren echt mooie jaren, want er werd ontzettend veel voor ons geregeld. Boy Westerhof speelde toen ook bij ons en het team werd een beetje om hem heen gebouwd. Ook waren er mogelijkheden om buitenlandse top 100-spelers aan te trekken. Zelf heb ik ook nog in Duitsland gespeeld. Dan tenniste ik op zaterdag voor MLTC en op zondag bij Bremerhaven en Dinslaken. Uiteindelijk stopte ik in 2013. Toen gaf ik al les in Meppel. Ik was 35 jaar en na een jarenlange combi, van op hoog niveau spelen en lesgeven, vond ik het wel mooi geweest.”

Bij je afscheid als actief speelster op 26 mei 2013 werd baan 3 het Josien Boverhof Court. Je gaf daarna nog twee jaar les bij MLTC en sinds 2015 doe je dat in Kampen. Je bent zzp’er en je bedrijf heet Josien Boverhof Tennis Coaching. Trainer zijn: dat had je altijd al voor ogen?

„Toen ik heel jong was, ik denk 11 of 12 jaar, wist ik al dat ik ooit tennistrainer wilde worden. Ik vond tennis leuk en tijdens die lessen die ik kreeg, dacht ik van ‘je kunt hier dus je werk van maken.’ Maar ik moest het nog wel laten zien. Ik vind dat jouw geloofwaardigheid als trainer groter is als je zelf op hoog niveau hebt gespeeld. Samen met Harold Jans en Marc Duncker ben ik eigenaar van tennisschool Breakpoint. Ik geef al jaren les in Kampen, bij KJLTC, waarvoor ik ook nog even competitie heb gespeeld. Van de jongste jeugd tot ouderen, in de middag en in de avond. Daarnaast ben ik actief als trainer van regionale tennistalenten. In september 2020 is de KNLTB gestart met 41 instroomlocaties, Kampen is er eentje van. Verder is padel enorm in opkomst, inmiddels heb ik een licentie om ook daarin les te geven. Dat loopt onwijs goed, maar tennistraining geven is toch het allerleukste. Dit hoop ik allemaal in het najaar weer op te pakken, want ik ben zwanger.”

Tot slot: je hebt veel bereikt en meegemaakt in je tennisloopbaan en bent onder meer in 2015 met Harold Jans Nederlands kampioen gemengd dubbel 35+ geworden. Wat is jou nu het meeste bijgebleven?

„In mijn laatste tennisjaar won ik met Arianne Hartono het sterk bezette Dr. Van Leeuwentoernooi in Emmen. Dat ik dat gewonnen heb samen met een leerling is bijzonder, en is mij écht bijgebleven. En verder vind ik dat ik het maximale uit mijn tenniscarrière heb gehaald. De overtuiging dat ik het kon halen, heb ik altijd gehad. Als dát al ontbreekt, dan moet je er niet aan beginnen.”