Kees Kist, oud-profvoetballer. Speelde twee keer met het Nederlands elftal op het EK.

Kees Kist stond twee keer met het Nederlands elftal op het EK en veroverde de zilveren schoen. Zo schat de Steenwijker de kansen van Oranje deze zomer in

Kees Kist, oud-profvoetballer. Speelde twee keer met het Nederlands elftal op het EK. Foto: Niels de Vries

Als clubvoetballer was Kees Kist (68) een eersteklas topscorer, in het Nederlands elftal stokte de productie vaak. Toch speelde de blonde Steenwijker twee EK’s en hield hij aan het Europees kampioenschap van 1980 een zilveren schoen over, als op-een-na-beste schutter van het toernooi. „Over het komende EK heb ik mijn twijfels. Oranje mist leiders, ook voorin.”

Kees Kist heeft net zijn hondje Idéfix bij zich geroepen, als een bekende langs fietst. Het is Gerrit Weide, verdediger in het elftal van SC Heerenveen waarin de jonge Kees in 1970 debuteerde.

„Ik had het toevallig net over je”, grinnikt Kist, doelend op een anekdote uit dat jaar waarin hij zich als 18-jarige voor het eerst op de training meldde en de bal meteen tussen de benen van de ervaren Weide doortikte. Een moment later lag de blonde jongeling languit in het gras, ruw onderuit gehaald door dezelfde verdediger. „Aangenaam, ik ben Gerrit Weide”, beet die hem toe. Kist schatert: „Ik wist meteen wat profvoetbal inhield.”

Dik vijftig jaar later gaat het er stukken vriendelijker aan toe tussen de twee honkvaste Steenwijkers. Gerrit Weide komt een pakketje afleveren op vakantiepark De Eese, waar Kees Kist alweer twaalf jaar permanent een chalet bewoont. Doorgaans is hij er samen met Idéfix – qua postuur heeft het hondje inderdaad wel wat weg van de gelijknamige viervoeter van stripheld Astérix - en op donderdagen komt zijn vriendin langs. Op woensdag trekt Kist, fanatiek wedstrijdvisser, er vaak met zijn werphengel op uit.

„Ik wil nooit meer anders”, zegt Kist als hij koffie maakt in zijn kleine keukentje. „Ik heb in grote huizen gewoond, maar dit is perfect voor mij. De mensen die hier in de weekeinden een huisje huren, zijn altijd blij. En ze herkennen me nog steeds hè. Ik heb de ingang van mijn bungalowtje met struikgewas dicht moeten maken. De mensen liepen zo mijn huis in: ‘Hé, Kees!’, was het dan. Maar ja, dat hebben we het afgelopen jaar natuurlijk nauwelijks meegemaakt.”

Er volgt een wegwerpgebaar: „Corona? Hou maar op. Die hele ellende kost me 2000 euro in de maand. Ik was gewend om voetbalclinics en lezingen te geven, want voetbal is nog steeds mijn leven. En ik gaf hier body-fitlessen, dan nam ik op zondagochtend groepen vrouwen van de camping mee het bos in. Nu ligt alles stil, al begint het gelukkig weer wat te komen.”

Modieuze schoenen

Tot twee jaar geleden verkocht de voormalige goalgetter van achtereenvolgens Heerenveen, AZ (toen nog met ’67 eraan vast), Paris Saint-Germain, Mulhouse, weer AZ en opnieuw Heerenveen schoenen op de markt. „Modieuze schoenen, vooral voor vrouwen. Dan waren die dames aan het passen en sprak ik intussen met hun man over voetbal. Echt heel leuk.”

Het was zijn lust en zijn leven, handelen, maar het werken op de markt werd te druk en kwam in de knel met zijn klussen als rapporteur van eredivisiewedstrijden voor De Telegraaf . Bovendien reist hij wekelijks enkele keren naar Alkmaar, naar de club waaraan hij zijn hart heeft verpand.

Zijn ogen glinsteren als hij over AZ praat, waarmee hij tussen 1972 en 1982 drie keer de KNVB-beker won, eenmaal landskampioen werd en een – verloren - Europa Cupfinale speelde. Met 212 eredivisiedoelpunten is Kist met afstand de beste schutter in de clubhistorie. Als eerbetoon heeft hij een eigen ruimte in het Afas-stadion, de Kees Kist Lounge . Hij is er vaak te vinden, het vervult hem met trots. Glunderend: „Het is de grootste ruimte van het hele stadion, 100 bij 30 meter. Ik vind het een geweldige eer. Ja, ik ben nu eenmaal een AZ-icoon.”

In zijn topjaren, eind jaren 70, begin jaren 80, bij de Alkmaarse club was Kees Kist één bonk spieren. Puur natuur. Nu hij AOW ontvangt, oogt hij smaller dan vroeger. De spijkerbroek die om zijn benen bungelt, zou veertig jaar geleden als in een scene van de Hulk bij zijn bovenbenen opengebarsten zijn. Kees Kist was een spits met ballonkuiten en dynamiet in de benen. Hij was de eerste Nederlandse voetballer die zich tot topscorer van Europa kroonde. Topclubs in heel Europa dongen naar zijn gunsten.

In 1979 was dat, Kees Kist speelde al zeven jaar bij AZ. Nóg grijnst de goalgetter van weleer als hij denkt aan zijn terugkeer uit Parijs, waar hij in theater Lido de gouden schoen in ontvangst had genomen. Hij voelde zich de koning te rijk, een hele pief. Totdat ploeggenoot Willem van Hanegem zijn mond open deed.

„En toch doe je het niet goed”, bromde ‘De Kromme’.

„Hoezo”, foeterde Kist. „Ik ben topscorer van Europa. 34 wedstrijden, 34 goals. Wat klets je nou, man?”

„Jij staat altijd met je rug naar het doel”, zei Van Hanegem. „Dan heb je een paar honderdste seconde meer nodig om te draaien en in scoringspositie te komen. Als je ‘half’ gaat staan, heb je veel meer mogelijkheden. En dan zorg ik er wel voor dat de bal panklaar voor je rechtervoet ligt.”

Details

Ruim veertig jaar na dato slaat Kees Kist hard met zijn vlakke hand op tafel. Twee koffiekopjes komen rinkelend een stukje los van het blad. Kist negeert het. „Details!”, roept hij uit, „dáár gaat het om in topvoetbal. Willem had gelijk. Och man, wat ben ik blij dat ik met een speler van zijn klasse heb samengespeeld.”

Het gesprek komt als vanzelf op Johan Cruijff, de andere vedette uit de eerste glorietijd van het Nederlandse voetbal. Kist debuteerde in 1975 in Oranje en speelde twee keer samen met Cruijff. Op een avond zat de maestro in de lobby van het spelershotel. De spelers moesten rusten op hun kamer, maar Cruijff had zo zijn privileges. Kist, braaf op weg naar zijn hotelkamer, zag dat de superster hem wenkte.

„‘Kom even bij me zitten, Kees’, zei Johan. Ik werd als het ware door hem ontboden om met hem te komen praten. Hij zei: ‘Ik heb je een paar keer geobserveerd en je moet er even om denken dat je altijd in de lucht bent . Zorg dat je tijdens een duel van de grond af bent, want anders zagen de verdedigers je bij je enkels af’. En hij had gelijk hè! Dáárom dartelde Johan zelf altijd over het veld en sprong hij in een duel altijd op. Mooi toch?”

Lachend: „En zo lang ik daar bij Cruijff zat, was er geen kip die mij naar boven durfde te sturen. Ook de bondscoach niet.”

Tijdens België-Nederland (0-2), in maart 1977, scoorde Cruijff uit een bijzonder mooie pass van Kist. Dat was de afspraak: als Cruijff naar de spitspositie uitweek, liet de Steenwijker zich terugzakken naar het middenveld. Nóg hoort Kist de woorden die de vedette na afloop tegen hem sprak: ‘Zie je nou wel dat je het kunt’.

Wat Kees Kist maar wil zeggen is dit: trainers kunnen jonge spelers nóg zoveel proberen bij te brengen, één rake opmerking van een oude rot doet soms zoveel meer. Hoe dat werkt, merkt hijzelf al enkele uren na het gesprek met deze krant. Kees Kist ziet die avond thuis voor de buis hoe AZ-spits Myron Boadu namens Jong Oranje in de kwartfinale van het jeugd-EK het favoriete Frankrijk met twee doelpunten velt.

Meteen stuurt de oude topspits de verslaggever een appje: ‘Ik heb met Myron gesproken voor de wedstrijd en hem meegegeven dat hij rond de middenlijn moet blijven loeren. Nu is hij dodelijk voor de Fransen en schiet hij Nederland naar de halve finale. Echt geweldig. Voetbal gaat om details! Ik ben heel trots hoe hij het oppakt. Super!’

„Ik begeleid Myron al zes maanden”, heeft Kist die ochtend verteld. „Het liep een tijdje wat minder met hem en toen heb ik hem de waarheid verteld. Daar stond hij open voor. Ik heb hem details aangereikt uit mijn eigen verleden als spits. Of hij wist wat ik heb gepresteerd?” Lachend: „Die jongens weten tegenwoordig meer van mij dan ikzelf. Hij had alles al op YouTube bekeken.”

Knalkuiten

Zo kon Boadu dus zien hoe onbedaarlijk hard zijn AZ-voorganger vroeger kon schieten. Uit alle hoeken en standen was het raak. Iemand rekende eens uit dat Kees Kist met zijn ‘knalkuiten’ de bal een snelheid van 140 kilometer per uur kon meegeven. Na zijn gouden schoen in 1979 won hij in 1982 ook nog een zilveren schoen. Van alle Europese spitsen scoorde alleen Ajax-speler Wim Kieft dat seizoen vaker.

Het kanon van Kist bulderde alleen in dienst van zijn clubs(s). Als speler van het Nederlands elftal stokte de productie. De Steenwijker droeg tussen 1975 en 1980 in 21 interlands het oranje shirt en maakte daarin 4 doelpunten, een aantal dat vér onder zijn clubgemiddelde bleef.

Kist haalt zijn schouders op. „Bij AZ had ik Kristen Nygaard (Deense spelbepaler, red.) als aangever. We vonden elkaar blindelings. En als spits ben je nu eenmaal afhankelijk. Soms speelden we met het halve elftal van AZ in Oranje, maar zonder Kristen liep het niet.”

Toch staan er anno 2021 niet een, maar twee zilveren schoenen te schitteren in de vakantiechalet van Kist. Het zal een van de minst bekende feiten uit de voetbalhistorie zijn dat de Steenwijker op het Europees kampioenschap van 1980 als tweede eindigde in het topscorersklassement. In drie EK-interlands scoorde Kist twee keer: de eerste uit een strafschop tegen Griekenland (1-0 winst) en de tweede uit een velddoelpunt tegen titelverdediger Tsjechoslowakije (1-1).

Gek genoeg heeft Kist, behalve zijn persoonlijke trofee, weinig herinneringen aan het toernooi in Italië. „Was Horst Hrubesch niet topscorer met drie goals? O, was dat Klaus Allofs. En maakte hij die alle drie in de wedstrijd tegen ons? Goh.”

Oranje verloor het groepsduel met de oosterbuur met 3-2 en was op slag kansloos voor het bereiken van de finale. West-Duitsland won het EK door in de finale met 2-1 van België te winnen. Overigens scoorden naast Kist ook Hrubesch en de Tsjech Zdenek Nehoda twee keer.

Wraak

Het EK van 1980 was de zwanenzang van het grote Nederlands elftal van de jaren 70. Vier jaar eerder viel Kees Kist net buiten de boot om mee te mogen naar het EK in Joegoslavië, waar het Oranje van Cruijff en Van Hanegem erop uit was om wraak te nemen voor de verloren WK-finale van 1974. Wel moest de Steenwijker zich thuis beschikbaar houden als oproepkracht, mocht een andere international tijdens het toernooi wegvallen.

Aan dat EK van 1976 deden slechts vier landen mee. Nederland nam het in de halve finale op tegen Tsjecho-Slowakije en gastland Joegoslavië speelde tegen wereldkampioen West-Duitsland. Voor Cruijff en co was het simpel: eerst even de Tsjechen opzij zetten en dan in de finale tegen de Duitsers revanche nemen voor de wrange nederlaag van München ‘74.

Thuis voor de tv zag Kist dat het voor Oranje op een fiasco uitdraaide. De Tsjechen wonnen na verlenging en Van Hanegem en Johan Neeskens werden uit het veld gestuurd. Tot overmaat van ramp kreeg Cruijff een gele kaart en omdat de sterspeler eerder in de kwalificatie ook al een waarschuwing had gekregen, was hij geschorst voor de volgende wedstrijd – in dit geval de strijd om de derde plaats tegen Joegoslavië.

Thuis, in Steenwijk, haalde Kees Kist daags na het echec zijn schouders op, pakte zijn hengel uit de schuur en begaf zich naar het IJsselmeer. Toen hij terugkeerde was het thuisfront in rep en roer: bondscoach George Knobel had gebeld. De AZ-spits moest nog dezelfde avond als de sodemieter het vliegtuig naar Zagreb nemen.

Grijnzend: „Ik kwam in het spelershotel en wist niet wat ik zag. Ze lagen allemaal in de zon, iedereen wekte de indruk dat we uitgevoetbald waren. Nou, ik was al blij dat ik opgeroepen was.”

Zo speelde Kist op zaterdag 19 juni 1976 zijn eerste wedstrijd op een groot toernooi. Hij verving zijn AZ-ploeggenoot Peter Arntz na 70 minuten en gaf in de verlenging – ook nu als pure middenvelder – net zo’n sublieme lange pass op spits Ruud Geels als hij een jaar later zou geven op Cruijff. Nu scoorde Geels de winnende (2-3) tegen de Joegoslaven en keerde Oranje – en dus Kist - met een bronzen medaille terug naar huis.

„Ik heb een fotografisch geheugen voor momenten uit mijn voetbalcarrière. Nu we het zo over die pass op Geelsie hebben, zie ik het weer zo voor me. Ik krijg er koude rillingen van. Ik vond het zalig om in het Nederlands elftal te spelen. Als het volkslied klinkt, ben ik van de wereld.”

„Als kind had ik allerlei doelstellingen. Ik wilde topscorer worden van Nederland en Europa, ik wilde kampioen van Nederland worden, ik wilde in het Nederlands elftal spelen en ik wilde heel graag, één keer in mijn leven, met Johan Cruijff samen spelen. Om te ervaren hoe dat nou is. Nou, het was gewoon geweldig. En ik heb dus alles bereikt wat ik wilde.”

Beroemde zoon

Op zijn 68ste is Kees Kist nog altijd een montere, jeugdige man. De blonde krullen van weleer zijn weliswaar grijs geworden, maar Kees Kist is onmiskenbaar nog Kees Kist. Loop met hem een rondje door zijn woon- en geboorteplaats Steenwijk en hij wordt overal herkend en aangeklampt.

In 2019, veertig jaar na die gouden schoen, eerde het stadje zijn beroemde zoon met een ‘Kees Kist Dag’. Een week lang kleurde de 86 meter hoge Sint-Clemenskerk oranje en het hele jaar werden er evenementen georganiseerd. Op de dag zelf voetbalde Kist met andere oud-internationals als Sjaak Swart, Ernie Brandts en Dick Schoenaker op de Markt. Zanger Marco Borsato, „een goede vriend”, verrichtte de aftrap en ook Louis van Gaal en Johan Derksen gaven acte de présence.

Met het verlate eerbetoon kreeg Kist de waardering van zijn plaatsgenoten die hij een kleine veertig jaar geleden even niet voelde. Toen wisten hij en zijn toenmalige vriendin Inge Moeskops niet hoe snel ze Steenwijk uit moesten. Kists sportzaak vloog in juni 1982 in brand en zijn latere echtgenote werd verdacht van brandstichting met het oog op de verzekeringspremie.

Ze zat zestien dagen in voorarrest en de praatjes waren niet van de lucht. Pas na jaren procederen volgde volledige vrijspraak en eerherstel, maar de voetbalcarrière van de goalgetter was niet geholpen met alle ellende en verdriet. ‘Keessie is een pyromaan’, sarden de Ajax-fans toen Kist in 1985 als AZ-speler terugkeerde in Amsterdam. Het waren zijn nadagen, de glorietijd was voorgoed voorbij.

De vogels fluiten, de zon schijnt en Idéfix wil spelen. Kees Kist wil het verleden graag laten rusten. „Man, ik ben nog altijd zo fris als een hoentje”, klinkt het monter. „En straks krijgen we weer een nieuw EK en ga ik lekker kijken. Oranje is favoriet, dat zijn we op elk toernooi. Maar ik heb mijn twijfels. Oranje heeft te weinig leiders en daar hebben we het toch altijd van moeten hebben. In mijn tijd had je Cruijff, Krol, Neeskens - en ik mocht ook meedoen. Nu mis ik zo iemand. Ook voorin. Ik houd mijn hart een beetje vast.”