Taman Indonesia

Eigenares Taman Indonesia in Kallenkote toont veerkracht en vechtlust. Achterban houdt dierenpark overeind

Taman Indonesia Foto: René Wiegmink

Samen met bezoekers, familie en mensen die Taman Indonesia een warm hart toedragen lukt het eigenares Marlisa Wareman om het hoofd boven water te houden. „Samen redden wij het wel”, zegt zij over de hulp die zij van meerdere kanten krijgt om het voortbestaan van het unieke dierenpark te verzekeren. Bijna had zij vorig jaar door de coronacrisis het bijltje erbij neergegooid. Wareman kwam in een dip terecht, maar toonde veerkracht en vechtlust.

Wat ook hielp was de ANWB-uitverkiezing van Taman Indonesia tot een van de leukste uitjes van Overijssel. „Dat geeft zelfvertrouwen en het geeft een boost aan ons bedrijf”, stelt Wareman tevreden vast. Maar, zo geeft ze toe, gemakkelijk was het allemaal niet om het dierenpark overeind te houden. „We zijn vorig jaar twee maanden dicht geweest en een buffer hebben we niet kunnen opbouwen, omdat er minder bezoekers kwamen.” In een goed draaiend seizoen komen er zo’n 35.000 bezoekers naar het op een Indische leest geschoeide dierenpark in de buurtschap Kallenkote.

Familiebedrijf

Wareman ging zoals gesteld niet bij de pakken neerzitten, maar samen met familie (Taman Indonesia is een familiebedrijf) en bezoekers is er gezocht naar creatieve oplossingen om de crisis het hoofd te bieden. Een voorbeeld is de verkoop van zogeheten crisispakketten, die zijn gevuld met onder meer kruiden en kruidenmixen, tropische drankjes, ketjap en sambals. Ook is er de mogelijkheid om dieren uit het park te adopteren.

„Voor 33 euro kun je dan alle dieren in het park voeren”, licht ze toe. „Het idee van adoptie is overigens afkomstig van een bezoeker. Dat hebben we in ons bedrijf besproken en iedereen vond het een goed plan. Bovendien waren mensen blij dat zij op deze manier ook wat konden doen voor de dierentuin. Met de actie hebben wij in het afgelopen voorjaar al 20.000 euro opgehaald”, klinkt het opgelucht.


Nieuw programma

En de familie Wareman gaat - „lockdown of niet” – met een nieuw programma het voorjaar in; een cultureel programma rondom de tentoonstelling Wayang stories , die duurt tot 28 april. Het programma wordt gevuld met een wayang workshop, een wayang spreekuur en rondleidingen langs de expositie met een voorstelling over Kantjil, het kleine dwerghert. „Lukt het niet om dit live toe doen dan worden alle activiteiten online gedaan”, zegt Wareman, „want de wayangpoppen en de activiteiten verdienen het om bekeken te worden.”

Volgens Wareman zijn de acties wel nodig om inkomsten te genereren. „Ons dierenpark is een kostenintensief bedrijf”. En ondanks dat het park gesloten is vanwege de lockdown blijft het volgens haar hard werken bij Taman Indonesia. Zij benadrukt dat zij een beroep kan doen op de familie als de nood aan de man komt. „Als ik zou bellen, staan ze morgen allemaal op de stoep om te helpen.” Soms wordt er ook zomaar spontaan hulp aangeboden, zegt Wareman. „Vanochtend bracht mij iemand twee wayangpoppen en er zijn ook al eens zakken voer voor de deur neergelegd.”

Toekomstplannen

Toekomstplannen heeft Wareman genoeg. Energie om ze uit te voeren is er wel bij de eigenaren van het dierenpark, maar ze zijn ook afhankelijk van de beschikbare financiën. Een van de projecten waarmee ze aan de slag gaan is de insectenweide. Dat betekent volgens Wareman geen uitbreiding van de levende have, maar er komen levensgrote modellen van insecten uit Indonesië, zoals schorpioenen, de bidsprinkhaan of de malariamug, in deze weide te liggen. De modellen worden vervaardigd door de kunstenaar Colnic uit Steenwijk. “Zo kun je ook op een innovatieve en educatieve wijze met dieren bezig zijn”, legt Wareman uit. „Het is ook een vorm van natuureducatie.” Bij deze insecten worden informatieborden geplaatst over de desbetreffende insecten.

„Op deze wijze proberen we ook een stukje herkenning op te wekken bij de bezoeker, zodat ze elkaar verhalen kunnen vertellen over hun ervaringen met deze insecten. Dat is de insteek van de insectenweide. Het past zo mooi bij ons concept van Indonesië-beleving dat wij op deze manier verder willen uitbouwen. We hebben de ruimte ervoor. De bedoeling is dat de insectenweide voor 1 april klaar moet zijn.” Wareman vindt het realiseren van de plannen, waarbij ook de renovatie van de grote volière op het programma staat, heel spannend. „Het is soms erg lastig, omdat je nog niets kunt beloven.”


Online verhalen vertellen

Nu het dierenpark gesloten moet blijven door de lockdown rest voor Wareman even niets anders dan online de verhalen te vertellen over Indonesië. „Wij houden van het vertellen van verhalen over dit land dat zo groot is als Europa, maar ook heel divers is in allerlei opzichten zoals de verscheidenheid in culturen, de landschappen, de flora en fauna. Indonesië is meer dan alleen Balinese tempels, het land zit vol met verhalen, je raakt nooit uitverteld.”

Indonesië beleven in Overijsselse buurtschap

De liefde voor Indonesië bloeide bij Marlisa Wareman pas echt op na haar eerste bezoek aan dit Aziatische land. Zij zocht daar haar broer op die inmiddels was geëmigreerd naar Indonesië, het geboorteland van haar moeder. „Toen is de liefde voor Indonesië ontstaan”, zegt Wareman, die destijds met haar andere broer Diederik de reis ondernam.

Het zijn ook haar ouders Henk en Andrea geweest die halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw het dierenpark in de buurtschap Kallenkote zijn begonnen in een twee eeuwen oude boerderij. In een nog verder verleden stond op die plek een herberg en was er volgens Marlisa Wareman een zogeheten ‘paardenwissel’ op het traject tussen Zwolle en Groningen.

Vader Henk was voordat hij naar Kallenkote kwam financieel manager op een bedrijf in Brabant. Wareman senior was al een liefhebber en houder van vogels, maar kwam weinig aan zijn hobby toe. De verhuizing naar Overijssel bracht daarin verandering en zo ontstond het Indonesische park met dieren en planten uit het Aziatische land. „Toen hebben zij ook de sprong gewaagd vanuit Brabant naar Overijssel om hun droom van Taman Indonesia te verwezenlijken”, zegt Marlisa, die bij de overstap naar Kallenkote (1994) 15 jaar was. Moeder Andrea hield veel van koken en was ‘gek van lekker eten’. Zij begon in de boerenschuur in Kallenkote een restaurantje.

Loewak

In de loop der jaren werd het aantal dieren steeds verder uitgebreid. Een heel bijzonder exemplaar uit Indonesië is de Loewak. Het is katachtig roofdier dat zich erin heeft bekwaamd om de zoetste bessen van de koffieplant tot haar favoriete maaltje te maken. De pitten die de Loewak uitpoept zijn zeer gewild bij de koffieplanters. Ze worden gebrand en na dit procedé beschik je over de duurste koffie ter wereld: een kopje koffie voor 15 euro.

Het park is gespecialiseerd in dieren uit Indonesië, met name vogels, zoals de zeer zeldzame Balispreeuwen, kleine zoogdieren zoals de binturong, de Bengaalse tijgerkat en dus de Loewak. Een bezoek aan de Aziatische dierentuin is overigens veel meer dan alleen het bewonderen van de dieren in het park. Het is een reis door de culturen en flora en fauna van Indonesië. „Dat begint bij binnenkomst al met muziek van de Balinese gamelan.” Vervolgens wordt de bezoeker door de kruidentuinen, de typische Indonesische planten- en dierenwereld geleid. Er is ook een specerijenroute met een mini-sawa (rijstveld) en de producten die worden geteeld zoals koffie, thee, koriander, gember, laos, sereh en kemangi.

Taman Indonesia organiseert ook allerlei evenementen die een relatie hebben met het concept Indonesië-beleving, waaronder de Pasar Siang, een Indische markt met veel muziek. In de zomermaanden zijn er proeverijen, themadagen en workshops. Voorlopig echter is het vanwege de coronacrisis niet mogelijk om het dierenpark te bezoeken. Daarom probeert Wareman nu online op een creatieve manier de bezoeker naar Taman Indonesia te trekken.