In memoriam: verzetsheld Annie Mulder (98). ‘Je bent geen held als je ‘ja’ zegt. Je doet het gewoon’

Annie Mulder gaf gastlessen op scholen, waar de leerlingen aan haar lippen hingen. Foto: Archief Wilbert Bijzitter

Tot 2020 stond Annie Mulder elk jaar op 4 mei bij het oorlogsmonument bij villa Rams Woerthe. Ieder jaar weer, werd ze wat kleiner, maar ze bleef sterk en fel. Samen met Femmie Bollen-Zwaga legde ze namens het voormalig verzet de krans. Ook dit jaar was ze er weer bij, zij het dit keer in een rolstoel en zonder Femmie. Wie aan haar vroeg: „Wat deed je in het verzet?” kreeg als antwoord: „Ja, wat deed ik? Ik deed dingen die me werden gevraagd te doen.”

Ze bracht brieven naar onder­duikers, zodat die wisten hoe het ging met hun geliefden. Ze hielp bij de verspreiding van bon­kaarten, soms zat daar een envelop bij waar waarschijn­lijk geld in zat. Een enkele keer moest ze een pakje afleveren zonder te weten wat er inzat. „ „En ik vroeg niets, want hoe minder je wist hoe minder je kon vertellen.”

Annie werd op 9 december 1923 geboren in Blokzijl. Ze had al een broertje, Gerrit, die vier jaar ouder was. Haar vader was machinist bij Houtzagerij Loos in Blokzijl. Het waren onrustige tijden. Op 22 december 1924 legde het personeel van de houtzagerij het werk neer. Machinist Mulder werd voor de keuze gesteld: opzeggen van het lidmaatschap van de bond of ontslag. Mulder koos voor het laatste, ondanks zijn gezin met twee jonge kinderen. Het gezin vertrok naar Zeeland, waar Annies vader aan de slag kon. Twee jaar later was er in Steenwijk een vacature bij Houtzagerij Wicherson in Steenwijk. De familie Mulder vestigde zich in een bedrijfswoning aan de Dolderweg. Daar zou Annie opgroeien.

Annie rolde het verzet in

Vandaaruit ging ze naar de lagere school in Steenwijk. Ze kreeg vriendinnetjes in de stad, met hen ging ze vaar de Vrijzinnig Christelijk Jeugd Centrale die werd geleid door Truus van Stapele. Vlak voor haar MULO-examen zag ze de Duitse bezetters over de Dolderbrug de stad binnenkomen. Annie slaagde voor haar examen en vervolgde haar opleiding aan de ‘Vrouwenarbeid’ in Meppel. Daar werden meisjes opgeleid tot huishoud­kundige. Annie kon stage lopen bij de familie Van Stapele, die al snel na het uitbreken van de oorlog in het verweer kwam tegen de bezetter. Zo rolde Annie het verzet in. Haar werd gevraagd dingen te doen; ze vroeg niet door, maar ze deed het.

Na de bevrijding kreeg de oorlog voor de familie Mulder nog een verdrietig vervolg. Het koop­vaardij­schip, waarop Annies broer Gerrit voer, werd geraakt door geallieerd vuur. Hij liet een vrouw en een zoontje, die de jappenkampen hadden overleefd, na. Annie deed er alles aan om het verdriet van haar ouders te verzachten en haar schoonzusje en tantezeggertje bij te staan.

Sociaal werk

Annie vond werk en schoolde zich verder in het maatschappelijk werk dat in de jaren vijftig in opkomst was. Begin jaren zestig rondde ze haar studie voor maatschappelijk werkster af met een werkstuk over de bewoners van de Grachtstraat in Steenwijk die hun onbewoonbaar verklaarde woningen moesten verlaten. Het was de tijd dat er met harde hand zonder veel inspraak besluiten moesten worden genomen. ‘Juffrouw Mulder’ stond op haar strepen maar ze probeerde zich wel te verplaatsen in de zorgen van de moeders van grote gezinnen, die hun huisjes kraakhelder hielden en ook in de situatie van alleenstaande mannen die waren gevlucht in de drank. Met aan­dacht en vooral met humor lukte het meestal toch de regels en de mensen in overeen­stemming te brengen. Ruim veertig jaar zou Annie dit werk bij de gemeentelijke sociale dienst blijven doen.

Tot haar teleurstelling kwam er geen bruidegom op haar pad. Ze bleef na de dood van haar ouders wonen in het ouderlijk huis aan de Julianastraat, waar ze een prachtig netwerk van vrien­den en kennissen om zich vormde. Ze had een jarenlange vriendschap met Annie de Weger. De beide Annies reisden elk jaar per trein naar Zwitserland. En toen dat niet meer ging vroeg ze kennissen die naar Zwitserland gingen een kalender met alpenbloemen mee te nemen, zo was wisselende alpenflora altijd in haar huis aanwezig.

‘Het verzet, het overkomt je…’

Tot op hoge leeftijd werd Annie gevraagd om te vertellen hoe het haar was vergaan. Ze gaf gast­lessen op Eekeringe, waar de leerlingen aan haar lippen hingen. Tijdens het Open Huis van Verzet in de woning waar ze in de oorlog woonde met de familie Van Stapele en twee onderduikers, boeide ze twee keer een uur lang een gezelschap van bijna vijftig mensen. Ze wilde laten weten dat mensen altijd een keuze hebben als hen wordt gevraagd moeilijke dingen te doen. Ze vertelde er bescheiden over: „Het verzet, het overkomt je…”

Maar het verzetskruis kreeg ze niet voor niks en natuurlijk realiseerde ze zich dat goed. Ze droeg het met trots op haar revers. Ook dit jaar op 4 mei. Het was spannend dit keer na twee jaar corona, maar Annie was er bij, ondanks haar afgenomen krachten na meerdere hartinfarcten. „Ze willen me hierboven nog niet hebben.” Met humor en warmte, omringd door haar prachtige netwerk en door de zorgzame professionals in Zonnekamp leefde Annie haar laatste maanden vol herinne­ringen die ze deelde met iedereen die er naar vroeg. Er was geen vraag over haar lange geschiedenis die onbeantwoord bleef, tot ze zaterdag 22 oktober stierf. Annie Mulder werd 98 jaar.

Nieuws

menu