Sieb Stephan Lambeck voorzitter west

'Jongen uit West' nieuwe voorzitter van wijkvereniging: 'Mensen zijn hier heerlijk recht voor zijn raap'

Sieb Stephan Lambeck voorzitter west Foto: Sieb van der Laan

„Binnenkort woon ik weer in West”, zegt Stephan Lambeck. „Een nieuwe woning die nu wordt gebouwd in de Acaciastraat. Daar kan ik straks in juli al in.” Stephan is ook een jongen van West, 42 jaar geleden geboren in de PC Hooftstraat. Hij is al zes jaar betrokken bij het wijkwerk, als algemeen bestuurslid. Sinds kort mag hij zich voorzitter van de wijkvereniging noemen, als opvolger van Sandra Delfsma.

De afgelopen jaren was hij onder meer bezig met de komst van nieuwe speeltoestellen op meerdere locaties in de wijk. En daar is hij goed in geslaagd. „Zo zijn we vorig jaar nog druk geweest met de speeltoestellen op het veldje tegenover de Willem Alexanderschool. Kinderen mochten zelf kiezen wat ze graag wilden. Door ze er bij te betrekken is de kans op vernielingen ook kleiner. Nou zullen ze de toestellen zelf niet snel vernielen hoor, maar jonge aanplant uit de grond rukken vinden sommige kinderen best stoer.”

‘Taal van de wijk’

Lambeck noemt zichzelf een mensenmens. Dat hij de taal van de wijk spreekt ziet hij als een groot voordeel. Zo kent Stephan de grappen, grollen, en grillen van de bewoners. „Mensen zijn hier hartstikke eerlijk. Recht door zee, maar ook recht voor de raap. En altijd met het hart op de tong. Ik kan daar prima tegen, houd er wel van omdat het zo heerlijk herkenbaar is. Soms zijn ze ook boos, heb ik ook wel meegemaakt, noemen ze je een mafkees. Maar de wind waait meestal snel uit een andere hoek, en dan kun je met deze mensen op een hele redelijke manier praten. Als je niet uit deze wijk komt moet je als ‘import’ eerst het vertrouwen verdienen. Dat gaat niet zomaar, daar moet je voor werken. Als je dat lukt ben je ook echt één van de wijk en is het ijs gebroken.”

Stephan merkt bescheiden op dat hij niet zoveel ervaring heeft met besturen. Als het gaat om het opdoen van mensenkennis, heeft hij toch zeker zijn sporen in het leven verdiend. „Zo ben ik jeugdwerker geweest bij het vroegere Timpaan, met West als aandachtsgebied. Wouter Bierens is de huidige buurtwerker voor West. Samen met hem wandel ik weleens door de wijk. Heeft ook voordelen voor hem, omdat ik hier bijna iedereen kent. Wouter is een goede vent, die gaat het hier wel redden. In het dagelijks leven ben ik actief als TBS-begeleider.” Stephan heeft bij het benaderen van bewoners zijn eigen werkwijze. „Vaak vraag ik ze om hulp. Sjouw ik door de wijk en loop hier en daar even naar binnen. Lekker met open vizier, werkt meestal ontwapenend.” Zijn gevoel bij de wijk is goed. „Het is hier nog altijd een echte volksbuurt, waar mensen met de kont op de stoep met elkaar zitten te kletsen.”

‘Oogjes rolden mijn kant op’

Qua leeftijd is Stephan het ‘broekie’ van het bestuur. „Sandra gaf twee jaar geleden al aan dat ze graag wilde stoppen, en ik zag dat de ogen van de anderen mijn richting oprolden toen opvolging ter sprake kwam. Ik heb er een weekje over nagedacht, en ‘ja’ gezegd. Pittig werk, maar het is volgens mij wel te doen. Want ik ben een mens dat denkt in mogelijkheden. Wat niet kan, dat kan niet.” Sommige mensen zitten al erg lang in het bestuur. „Meer balans qua leeftijd zou mooi zijn, daarbij zijn jongeren ook zeer welkom.”

Samen met anderen wil Lambeck de wijk graag naar een hoger plan tillen. „We hebben behoefte aan aanjagers van nieuwe ideeën. Die zijn er waarschijnlijk wel in de wijk, maar mensen melden zich nog niet massaal aan. Mogelijk heeft het ermee te maken dat in veel gevallen zowel man als vrouw werken om het gezin financieel op de rails te houden. Ze denken dan dat ze geen of te weinig tijd hebben voor vrijwilligerswerk. Maar dat kan ook projectmatig, dat je met meerderen je schouders onder één bepaalde klus zet.” De tendens laat de laatste tien jaar zien dat het aantal vrijwilligers in de wijk voor het wijkwerk afneemt, en dat is geen goede zaak. Mensen voor vrijwilligerswerk benaderen is in coronatijd knap lastig. „Telefonisch mensen vragen werkt niet. En even langs de deuren gaan is nu geen goed plan. Persoonlijke gesprekken zijn het beste. Misschien moeten we met bewoners gaan wandelen en er dan onderweg over praten.”

‘Aandachtspunten’

West is een hechte wijk. „Het noaberschap, iets voor elkaar doen, mag wat mij betreft nog wat beter worden. Dat gaat wel goed, maar is in het verleden weleens groter geweest. Individualisering, met als gevolg dat buren elkaar nauwelijks kennen, leidt vaak tot afzondering en verbittering. Enige vorm van belangstelling voor elkaar is zo belangrijk.” Lambeck denkt in dat verband nog aan de snertactie die hij samen met Wouter Bierens heeft opgezet. „Snert van Jumbo. Die hebben we naar zieken en alleenstaanden gebracht. Het ontroerde mensen. Mensen van de Irisflat waren in tranen toen we aan de deur stonden. Zo mooi. Dat raakt me.”

Er leeft ook nog een wens. „Ik zou graag zien dat de Korf op deze nieuwe locatie nog wat meer een plek wordt waar buurtbewoners elkaar ontmoeten. Zoals vroeger, in de oude Korf. Verenigingen maken goed gebruik van het gebouw. Mensen uit de buurt zouden wat mij betreft nog wat vaker naar binnen mogen lopen, straks als het weer mag.”