Kniepertien: 'C'

De zaterdagmarkt in Steenwijk. Foto Martijn Bijzitter

Ik moest de stad in, shirtje terugbrengen naar de winkel. Was nadat ik het gekocht had spontaan een maatje gekrompen, zo bleek thuis. Daarna maakte ik even een binnenstadommetje.

Bij de zaterdagse kippenboer op de Markt besloot ik een culinaire pitstop te maken. Nadat ik de bestelling had geplaatst deed ik een paar passen achteruit. „Heuj, ik ben er weer,” werd ik op de schouder geklopt. Na het omdraaien ontwaarde ik een vage kennis, een vermoeiende man die het liefst over zichzelf praat. En ja hoor: „Je hebt me een tijdje niet gezien want ik ben flink ziek geweest,” begon hij. „Nee, het was geen C.”

„C?”

„Ja die fikse verkoudheid waar de hele wereld last van had. Ik weiger het woord te noemen. Ik heb geen enkele spuit gehad, dus wappie eerste klas. Zeg het maar.” „Waarom zou ik dat zeggen?” was ik verbaasd. „Dat moet ieder toch voor zichzelf weten. Als iedereen gevaccineerd is en jij niet, dan is er toch niks aan de hand?”

Mijn antwoord beviel hem kennelijk, want hij nam me wat fluisterend in vertrouwen. „Het begon met een simpele snottebel die overging in een griep van zes weken. Ik had veel tijd om na te denken en dacht op een gegeven moment alleen maar aan mijn werk. Daar zat ik niet goed, daar moest ik weg, maar: wat dan?” Hij eindigde de zin met een vraagteken, maar verwachtte duidelijk geen antwoord van mij.

„Daar maakte ik mij zo’n zorgen over dat mijn huisarts zei dat ik een burn-out had. Overspannen zeiden ze vroeger. Moest ik nog langer thuisblijven. En nergens zin in hé. Ik heb 12.000 boeken en 24.000 lp’s en ik kwam niet verder dan wat oude Donald Ducks en wat legpuzzels. Ben er in totaal een half jaar uit geweest. Eerlijk is eerlijk: mijn huisarts had gelijk. Ik laadde de batterij helemaal op, zag de toekomst weer zonnig tegemoet en verlangde ondanks alles toch met plezier naar mijn werk.”

„Goeie ontwikkeling,” mompelde ik wat ongeïnteresseerd, want ik had geen zin in deze onverwachte eenakter.

„Dat dacht ik ook,” beaamde hij. „Ik begon weer wat uurtjes te werken, beetje wennen, ritme opbouwen. Begint de directie in-enen over bezuinigingen. Inkrimpen, ontslagen. Toen schoot ik weer helemaal honderdtachtig graden in de stress.”

„Heb je al besteld?” onderbrak ik hem. „Besteld? Nee joh, heb ik het je niet gezegd? Ik ben sinds een half jaar vegetariër. Er komt geen koe meer mijn huis in, geen varken, geen kip, geen dooie vis, niks. En ik voel mij kiplekker. Nou ja, afgezien van die burn-out dan, en die zorgen om mijn werk en in mijn huwelijk loopt het eigenlijk ook niet zo lekker en…”

Nieuws

menu