Kniepertien: Gecastralogeerd

Het oude Welkooppand in nog iets betere tijden. Foto: Dick Woets

Ik stond in een van de superwinkels aan het Steenwijkerdiep voor de kassa te wachten en luisterde ongewild mee naar een gesprek achter me.

‘Ze moesten in het lila naar dat feest komen. In lila! Anno nu, in 2022. Nou vraag ik je’. ‘Helemaal in het lila? Neeeeeee’. ‘Ja, tot aan de schoenen toe. Dat hebben ze geweten. Bloed en etter’. ‘Hoe bedoel je, bloed en etter?’ ‘Me dochter had haar schoenen een maatje te klein genomen. Stond mooier. Toen ze die schoenen die avond uittrok, werd een compleet slagveld bloot gelegd: voeten vol blaren, bloed en etter, bont en blauw. Het leek de Slag om de Javazee wel. Ze appte me gelijk een foto. ‘Amputeren’, appte ik terug, ‘meteen amputeren’. Ik dacht dat het de voeten van mijn schoonzoon waren’.

‘De Slag om de Javazee. Méén je!’ ‘Daar gaat het niet om, maar mijn schoonzoon heeft nogal vrouwelijke, elegante voeten. Wat een verschil met me man. Die loopt lomp, je hebt hem ontmoet op de boot. Had die maar wat vrouwelijke trekjes, denk ik vaak. Uit alle lichaamsopeningen ontsnappen gas en geluiden bij hem, als je begrijpt wat ik bedoel. Hij moet de schoonste neusgaten van Nederland hebben want hij zit er altijd met ze vinger in. Hij bárst van het haar, me man. Ik ben wekelijks met hem in de weer met die gelijmde pleisters om in elk geval zijn rug haar-vrij te houden. Dan gilt hij het uit, die jankerd’.

Ik keek sneaky achterom, zocht zogenaamd de suikervrije drop en zag een magistrale vrouw. Magistraal in de betekenis van groot, een enorm vrouwmens. Ik werd een beetje bang. ‘Enige vreemde is dat hoge stemmetje van hem’, vervolgde ze. ‘Je wilt niet weten hoe vaak mensen me vragen of hij gecastrologeerd is’. ‘Gecastro-wat?’ vroeg haar gespreksgenoot.

Ik was niet de enige luisteraar naar dit bijzondere gesprek. ‘Castralogeren is’, zo doceerde ze haar gespreksgenoot, ‘dat ze zonder medische noodzaak en verdoving z’n ballen hebben weggehaald’. Ze ging onvermoeid verder. ‘Me man is zo dom als olie. En soms lijkt het of hij bang voor me is. Onzin. Ik ben de aardigheid zelve. Hij moet trouwens niet bezopen thuiskomen, want dan breek ik hem de beide poten’.

Nadat ik betaald had, bleef ik buiten wat dralen. Mijn natuurlijke nieuwsgierigheid was getriggerd. De beide vrouwen kwamen ieder met twee tassen boodschappen uit de super. ‘Ik ben getroffen’, keek de grote mevrouw. ‘Wat een gelijkenis!’ ‘Getroffen? Wat?’ keek haar metgezel verschrikt om zich heen. ‘Dat gebouw daar -ze wees op de Welkoop-ruïne- is net me man: afgetakeld, ongewassen en verrot’. Bulderend van de lach ging ze haars weegs, richting de boten. Ik ben nog nooit zo snel naar huis gefietst.

Nieuws

menu