Kniepertien: overlijden

De kei op de Kleine Kamp. Foto: Historische Vereniging Steenwijk

Zoals waarschijnlijk iedere rechtgeaarde Steenwijker is zo’n beetje het eerste wat ik in de Steenwijker Courant lees, de pagina met daarop de overlijdensadvertenties. „Eem kieken wie dood is.”

En zoals velen vind ik het niks dat daar ook mensen van buiten Steenwijk op staan, uit Ruinen of uit M.pp.l. Mijn ogen zijn ondertussen al zo gedresseerd dat zij zonder te lezen over advertenties uit het Drentse land heenglijden.

Ik wil graag op de hoogte blijven wie in Steenwijk het tijdelijke voor het eeuwige heeft gewisseld en dan is het Olde Wief het enige medium dat een redelijk compleet en actueel overzicht biedt. Mijn moeder plakte geboorte- en rouwkaarten van naasten en bekenden in een plakboek; wanneer ze geen kaart had gekregen volstond de overlijdensadvertentie. Zo had ze in de loop van dertig, veertig jaar een prachtig historisch beeld over wie wanneer was gaan hemelen én hoe de familiesamenstelling er op dat moment uitzag…

Veel van de Steenwijker namen in de advertenties ken ik. Soms doet het me weinig, staat de overledene te ver van me af. Vaker word ik wat emotioneel bij het doorpluizen van de ‘dodenpagina’. Afgelopen vrijdag had ik dat weer: Gerrit (Gerrie) Winters was overleden. Hij leefde van 31 mei 1954 tot 9 juli 2022. Ik kende hem misschien wel al 60 jaar. Wij hebben samen op de Wilhelminaschool gezeten; in onze klas zat ook ene Trijntje Postma. Gerrie en Trijntje kregen op de lagere school al verkering (al zeiden wij: ze ‘gingen’ met elkaar), op een moment dat ik van geen verschil tussen jongetjes en meisjes wist. Ze trouwden 48 jaar geleden, kregen twee dochters, twee zoons en een aantal kleinkinderen.

Gerrie overleden. Gerrie was een vriendje. Wij woonden allebei op de Kleine Kamp. We kwamen bij elkaar thuis en opeens was dat verleden tijd: wij verlieten ‘gediplomeerd’ de Wilhelminaschool en kozen voor het vervolgonderwijs een andere richting. Op later moment kom je elkaar dan weer eens tegen, en is het net alsof het gisteren was dat je elkaar voor het laatst hebt gesproken. Je praat over bekenden, over werk, over familie, over koetjes en kalfjes. We hebben samen bij roodwit gevoetbald, waar Gerries ouders prominente vrijwilligers waren.

Gerrie mocht maar 68 jaar worden. Vroeger was dat oud, nu veel te jong. Heeft na zijn AOW nog een poosje plezierig doorgewerkt bij schoonmaakbedrijf Rein Gaal, is daar tien maanden geleden echt gestopt en heeft (dus) maar nauwelijks kunnen genieten van zijn pensioen, gezin, hobby’s en vrijheid. Het is de wreedheid van het leven.

Gerrie stond nooit met zijn snufferd vooraan. Deed zijn ding. Hoefde niet zo nodig in de krant. Maar ja, die ene keer, die laatste keer, stond hij tóch in ’t Olde Wief…

Nieuws

menu