Kniepertien: Koningsdag

Veel vertier op Koningsdag, maar doodstil op Bevrijdingsdag. Foto: Wilbert Bijzitter

Een deel van Koningsdag heb ik op de Markt in Steenwijk gevierd. Dat was ’s middags, want de ochtend is gereserveerd voor de bobo’s en zij die denken dat te zijn. Daar hoor ik beslist niet bij. Ik vind Oranjebitter trouwens ook niet te zuipen. ’s Middags bij de biertap, dat is mijn volk.

Ik zag er veel: oude vrienden, jonge vrienden, bekenden die ik in tijden niet heb gezien en gesproken. Er was een fijn biertje vanuit een kraam centraal op de Markt en aangename muziek van Bogey & the Longhorn. Dat zat wel snor.

Op de Markt stond een man, beetje op leeftijd, beetje gezet. Drankje in de hand, soms twee -gelukkig is Steenwijk geen Amsterdam waar je slechts één lauw biertje bij je mocht hebben deze dag. Hij keek om zich heen, zoekend naar niets in het bijzonder. Een hand werd opgestoken en groetend beantwoord. ‘Heuj, bést’, reageerde hij op een ‘Goeie, hoe ist met oe, mejonge?’

In- en uitwendig glunderde en genoot hij; dit leven had hij twee jaar lang zo gemist. Een niks-aan-de-hand-feestje, zonder die vervloekte, verstikkende mondlap, zonder die idiote maatregelen. Hij vergeet nooit het verhaal dat hij hoorde van een bejaard stel op een terras dat werd gescheiden omdat hij wel al zijn injecties had gehad -en op zijn stoel mocht blijven zitten- en zijn vrouw er eentje miste (ze was wat jonger en nog niet aan de beurt voor een zoveelste prik); zij moest als zeventigplusser op de stoelrand zittend haar koffie met appeltaartje eten -want dat was al besteld en betaald.

Die man op de Markt in Steenwijk kon zich nauwelijks meer voorstellen dat hij zoveel maanden in die absurde wereld had geleefd -waarin je ’s avonds na een bepaald tijdstip niet meer naar buiten mocht en je wel vrijelijk drugs en drank kon kopen maar niet een boek of een ansichtkaart…

Nu zag hij louter blije mensen om zich heen, die elkaar kusten, omhelsden en knuffelden, mannen en vrouwen. ‘Zal ik een biertje halen?’ hoorde hij vragen. ‘Nee, laat mij maar, ik heb nog een paar jaar trakteren in te halen’. Zó moest het leven gevierd worden, vond hij.

Gek, bedacht hij, dat Koningsdag in Steenwijk met zoveel vreugde wordt gevierd, met muziek en groot vuurwerk, en dat het op 5 mei, de nationale Bevrijdingsdag, zo doodstil is. Geen feest op de dag dat we de terugkeer van de vrijheid gedenken, wel een week eerder om te vieren dat er iemand jarig is op 27 april.

De hele tijd was de lach niet van het gezicht van de man geweest. Ik keek, en keek nog eens, en toen zag ik het: die man, dat was ik, die man, dat waren wij allemaal.

Nieuws

Meest gelezen

menu