Old Steenwiek over Jugendstil, stropers, schutters en mode. Bedrijvigheid in de Kalverstraat

De Looijersgracht in de winter van 1967. Foto: Henk Bruinenberg

De politie zorgt heden ten dage voor de bescherming van de burgers in een stad of dorp, maar vroeger deden de leden van de schutterij dat. Het februarinummer van Old Steenwiek besteedt aandacht aan de ‘Scutterie van Sint Clemens’. Verder onder andere artikelen over nering en nijverheid in de Kalverstraat en de bijzondere wandschilderingen in villa Rams Woerthe

De voorplaat toont een foto van ijspret op de Looijersgracht in 1967, gemaakt door journalist en fotograaf Henk Bruinenberg, ook bekend als ‘De Brune’.

Al in de dertiende eeuw had Steenwijk een soort ‘vrijwilligersleger’ van werklui, ambachtslieden en andere inwoners die de stad beschermden tegen vijandelijke troepen en roversbenden. Dik Delfsma beschrijft die historie en nodigt belangstellenden uit om lid te worden van de kort geleden weer tot leven gewekte ‘Scutterie van Sint Clemens’. Die dient tegenwoordig niet meer als schrikaanjager, maar juist als trekpleister voor toeristen.

De Goede Tijding

In de herinnering van Jan Bolding uit De Bult leeft nog altijd hoe hij eind jaren vijftig met broertjes en zusjes het gereformeerd evangelisatieblad ‘De Goede Tijding’ rondbracht bij de bewoners van de Onderduikersweg. Dat was toen overigens nog niet meer dan een moeilijk begaanbaar zandpad, zeker met slecht weer. Hij geeft mooie karakteristieken van de mensen bij wie hij het blad bezorgde, onder andere de gezinnen Bruinenberg, Memelink en Kelly. Er woonden verder aan dat pad heel wat bijzondere figuren, bijvoorbeeld de jager, stroper, muzikant en verhalenverteller Hendrik Keizer. Zijn broer Berend woonde tegenover hem.

Markante types waren ook ‘dominee’ Ten Wolde, ‘Aorend’ Hetebrij en Jannes Buitenhuis. De laatste was geregeld ‘uit logeren’ in het gevang, als hij weer eens was veroordeeld voor stroperij. Zelfs bij mensen die niet konden lezen vond ‘De Goede Tijding’ gretig aftrek. Waarom? Dat hebben de leden van de Historische Vereniging inmiddels ontdekt.

De Kalverstraat

Niet alleen Amsterdam heeft een Kalverstraat, Steenwijk heeft er ook een. Die dankt haar naam aan de kalvermarkt die daar tot in de 18e eeuw werd gehouden. Johan Doeven beschrijft de panden en de bedrijvigheid die daar heerste vanaf ongeveer 1910 tot nu aan toe. De westzijde, met onder andere de stallen van Spijkervet, komt in mei aan bod, nu beperkt hij zich tot de oostzijde. Alles aan die kant vormt min of meer het ‘achterommetje’ van winkelpanden aan de Markt. Die waren – op een paar uitzonderingen na – een eeuw lang een ‘duiventil’ voor ondernemers in de meest uiteenlopende branches. Door middel van archiefonderzoek en vele gesprekken met nabestaanden heeft Doeven de geschiedenis van ‘Kalverstraat-oost’/‘Markt-west’ nauwgezet in kaart kunnen brengen.

Gebke Krikken weet veel te vertellen over kleding van vrouwen in vroegere tijden. Zij was onlangs op bezoek bij de stadsgidsen van Steenwijk en Liesbeth Hermans heeft toen een verslag gemaakt van wat Gebke vertelde. De ‘gewone’ mens had een kleine beurs en moest daarom zijn of haar kleding zelf maken. Dat kostte veel tijd en energie, maar die kleren – uit wol en linnen – gingen dan ook een leven lang mee. Welgestelden wilden natuurlijk graag pronken met veel duurdere stoffen, zoals zijde en brokaat. Dat waren mensen die het ‘breed hadden ’ en die lieten het dan ook ‘breed hangen’. Letterlijk.

‘Gesamtkunstwerk’

Villa Rams Woerthe is de blikvanger van Steenwijk. Het oorspronkelijke woonhuis van het gezin van Jan Hendrik Tromp Meesters uit het jaar 1900 is tegenwoordig in beheer bij de Stichting Hendrick de Keyser en trekt jaarlijks duizenden bezoekers. Hoewel niet voor honderd procent stijlzuiver, mogen we dit gebouw gerust beschouwen als het mooiste ‘Gesamtkunstwerk’ dat van de Jugendstil in Nederland intact is gebleven: één samenhangend geheel waarin verschillende kunstvormen organisch met elkaar zijn verbonden. Hans van Herwijnen, geschiedkundige op het gebied van interieurdecoratie, richt in dit nummer van Old Steenwiek de schijnwerper op het bijzondere werk van Co Breman, wiens wandschilderingen overal in het gebouw te vinden zijn. Ze zijn alle gecentreerd rondom het thema landleven, met nadruk op de diverse stadia van de graanteelt tot en met de graanverwerking.

Meesterwerken zijn bijvoorbeeld ‘De Zaaier’ en ‘De graanmaaier met zeis’ aan weerszijden van de schouw in de hal. Net als de twee voorstellingen van boeren met trekpaarden en ossen, die in het trappenhuis het oog van de toeschouwer vanzelf omhoog leiden naar de fenomenale glas-in-loodramen van Le Comte en Sühl, die ook in het blad staan afgebeeld. In navolging van sommige van zijn Belgische en Franse leermeesters koesterde Breman de gedachte dat decoratie, interieur en architectuur één compositie moesten vormen. Hij werkte dan ook nauw samen met de bouwmeesters van Rams Woerthe, A.L. van Gendt & zonen uit Amsterdam.

Nieuws

menu