Koos Haagen uit Steenwijk schreef een boek over misstanden in de jeugdzorg van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. 'Opgroeien in een kindertehuis, ik heb er nog steeds nachtmerries van.'

Als je nooit een schooldiploma hebt gehaald en als je in een kindertehuis opgroeit, kun je dan een boek schrijven? Jazeker, dat laat Steenwijker Koos Haagen zien. Meer dan zeventig jaar geleden bracht Kinderbescherming hem naar een kindertehuis, waar hij fysiek en emotioneel mishandeld is. Net als de andere jongens in hetzelfde huis, trouwens. Daarover – en over nog veel meer – gaat zijn levensverhaal “Kinderen van toen” over misstanden in de jeugdzorg van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.

Auteur Koos Haagen (rechts) woont sinds 2004 in Steenwijk en heeft als vrijwilliger op Steenwijker scholen gewerkt. Het boek wordt hem overhandigd door Martin van t Veen, directeur van Bijzonderdruk.

Auteur Koos Haagen (rechts) woont sinds 2004 in Steenwijk en heeft als vrijwilliger op Steenwijker scholen gewerkt. Het boek wordt hem overhandigd door Martin van t Veen, directeur van Bijzonderdruk. Foto: Liesbeth Hermans

Haagen vertelt: „De fundamenten van mijn jeugd zijn gebouwd uit beton, vermengd met heel veel vernedering en zelfs mishandelingen. Ik mag van geluk spreken dat ik goed ben terecht gekomen. Ik ben vaak de juiste mensen op het juiste moment tegen gekomen. Dat geluk hadden niet al mijn lotgenoten in het kindertehuis ‘Het Vinkennest’ in Velsen. Aan hen draag ik mijn boek op.”

Nieuws

menu